Wie vertelt nog het Afrikaanse verhaal?

Afrikaanse literatuur

In Kampala (Oeganda) kwamen auteurs uit heel Afrika bijeen. Ze willen relevant zijn voor de jeugd, maar wie geeft hun boeken nog uit?

De Oegandese dichteres Harriet Anena Foto

Kreunend kruipt de Oegandese dichteres Harriet Anena van het podium en nodigt een toeschouwer uit om haar te ontkleden. Anena voert een toneelbewerking op van haar vorig jaar gepubliceerde dichtbundel A Nation in Labour tijdens het literaire festival ‘Writivism’ in de Oegandese hoofdstad Kampala.

Haar seksueel misbruikte lichaam is Oeganda, haar uitbuiter is president Yoweri Museveni. Het toneelstuk – I bow for my boobs geheten – is een voorbeeld van een bruisende literatuur in opkomst in Afrika.

Sinds tien jaar vinden er overal op het continent festivals als (het afgelopen zondag afgesloten) ‘Writivism’ plaats. In Nigeria, Zuid Afrika en Kenia maar ook bijvoorbeeld in Somalië, waar vorig jaar een festival werd gehouden in de hoofdstad Mogadishu, en in Somaliland waar elk jaar het boekenfestival in de stad Hargeisa wordt gehouden.

Afrikaanse schrijvers lijden een armoedig bestaan. Alleen in Nigeria en Zuid-Afrika is de markt groot genoeg voor schrijvers om hun brood te verdienen. „Bijeenkomsten als Writivism halen schrijvers uit hun culturele ghetto’s en geven hun zelfvertrouwen”, zegt Sumayya Lee, een Zuid-Afrikaanse auteur en medeorganisator van het festival in Kampala.

Desinteresse van uitgevers en gebrek aan een distributienetwerk zijn volgens haar de grootste problemen waarmee ambitieuze schrijvers worden geconfronteerd. „In Zuid-Afrika zijn mijn boeken overal te koop maar niet op bijvoorbeeld de Engelstalige markt in Nigeria. Als muilezels trekken wij schrijvers met onze boeken over het continent om ze slijten”.

Het vertellen van verhalen speelt een centrale rol in de oude stamculturen op het continent. „Afrikanen zijn dol op verhalen, het probleem is niet dat Afrikanen niet willen lezen”, zegt Lee. Uitgevers concentreren zich op het produceren van winstgevende schoolboeken, ze gaan niet op zoek naar literair talent. Overheden noch grote commerciële bedrijven willen investeren in de ontwikkeling van de schrijfkunsten, zoals het geval is in het rijke Westen.

Ook op de scholen wordt literatuur niet gestimuleerd. „Ons schoolcurriculum is gebaseerd op het volstampen van leerlingen met informatie, niet om hun creativiteit te stimuleren”, zegt de Keniaanse onderwijzeres en schrijfster Gloria Mwaniga Minage.

Op Afrikaanse scholen worden de grote helden van de Afrikaanse literatuur van de jaren zestig onderwezen, zoals de Nigeriaan Chinua Achebe en de Keniaan Ngugi wa Thiong’o. „In hun literatuur gaat het altijd om de anti-koloniale strijd of het verzet tegen Afrikaanse dictaturen”, zegt Mwaniga Minage. „Maar hoe kunnen jongeren zich identificeren met literatuur als het niet hun belevingswereld raakt? Seks en technologie, dat zijn zaken waar zij zich nu mee bezighouden.”

Welke literatuur is relevant voor de jonge Afrikanen, die driekwart van de bevolking op het continent uitmaken? Tijdens Writivism discussieren de schrijvers over hun rol. „Sommigen van ons piekeren hoe ze moeten schrijven om een Europese prijs te winnen”, zegt de Keniaanse schrijver Stanley Gazemba, die sinds 2003 drie romans en acht kinderboeken schreef. „Van onze inkomsten kunnen we niet rondkomen, dus ook voor deze festivals moeten we het hebben van blanke donoren. Moeten we hen daarom plezieren? Sommige schrijvers manipuleren hun verhaal om het te laten aansluiten bij de mindset van de Europeaan”.

De meeste beroemde en buiten Afrika goed verkopende Afrikaanse auteurs wonen het overgrote deel van het jaar buiten het continent, zoals Binyavanga Wainana, Taiye Selasi en Chimamanda Adichie. „Die grootheden kunnen ons Afrikaans verhaal niet vertellen”, sniert Stanley Gazemba. „De hartslag van het continent klopt in onze sloppenwijken en dorpen. Je kunt niet vanuit een luxe positie in Europa of Amerika door een sleutelgat naar Afrika koekeloeren en dan beweren dat je Afrikaanse literatuur schrijft. Zij vertegenwoordigen ons continent niet.”