Wees blij dat je vakantie weer voorbij is

Opinie Nauwelijks terug en nu alweer verlangen naar vakantie? Bedenk dat verveling ondraaglijker is dan drukte, schrijft Ignaas Devisch. We leven om te werken, niet andersom.

Foto Martin Parr / Magnum

De zomervakantie is voorbij. De dagelijkse routine van werken-eten-slapen is opnieuw begonnen. Het cliché wil dat we er weer helemaal tegenaan kunnen, uitgerust als we zijn. De batterijen zijn opgeladen.

Maar waarom klagen zovelen dan dat ze na één dag werken alweer doodmoe zijn en dat de tijdsdruk parten speelt? Is het allemaal voor niets geweest, die dure vakantie waarnaar we zo hard hebben verlangd? Of is er meer aan de hand?

De vraag die ertoe doet, is deze: waarom nemen we vakantie? Behalve dat het een soort burgerlijke plicht is om te pochen met exotische reisbestemmingen, is het doel toch vaak uitrusten, niets doen of iets anders doen. We nemen vakantie om onze tijd te vullen met zaken die we als zinvol beschouwen. Voor sommigen is dat actief zijn, voor anderen volstaan cocktails en een zwembad. Maar bovenal staat vakantie symbool voor controle over je dagorde.

Terug aan het werk is de ontnuchtering vaak groot: het werkritme is onveranderd gebleven, die ergerlijke collega is er nog steeds en je moet tegen deadlines aan werken die anderen voor jou hebben opgesteld. Weg controle en zelfbeschikking.

Cocktails slurpen in een all inclusive resort

Dat klinkt zeer negatief en lijkt uit te lopen op een pleidooi voor een langzamer leven, maar laten we ook even de keerzijde belichten. Beeld je eens het volgende leven in: je hebt het hele jaar door niets te doen, je werkt tijdens de zomer drie weken in een hels tempo om daarna opnieuw een jaar niets te doen en elke dag cocktails te slurpen in een duur all inclusive resort. Welke van de twee levens verkies je?

Natuurlijk is dat een weinig realistische voorstelling van zaken, maar ik wil hiermee de volgende gedachte opwerpen: het eeuwige nietsdoen lijkt als idee aantrekkelijk, maar wat indien het onze realiteit zou zijn? Zouden we ons niet snel te pletter vervelen? Vraag het maar aan werklozen, ouderen, mensen die zich eenzaam voelen of gewoon een uitzichtloos leven leiden: iets om handen hebben en het gevoel van sociale erkenning is cruciaal voor het levensgeluk van zowat iedereen.

Het fantasma van de eeuwige vakantie doet mij denken aan de Franse filosoof Blaise Pascal. In zijn boek Gedachten schrijft hij enkele bladzijden over het spanningsveld tussen iets willen doen enerzijds en verveling anderzijds. Hij komt tot de volgende conclusie: „Zo gaat het hele leven voorbij. We streven naar een rustig leven door te strijden tegen het een of ander dat in de weg staat, en als we het uit de weg geruimd hebben, wordt de rust ondraaglijk door de verveling die ze veroorzaakt. We moeten daaraan ontsnappen en kunnen niet anders dan om drukte smeken”.

Pascal gaat er vanuit dat de mens er niet in slaagt om niets te doen. Recent onderzoek van psycholoog Timothy Wilson van de University of Virginia lijkt dat te bevestigen. Aan proefpersonen werd gevraagd om 6 tot 15 minuten alleen in een kamer te zitten en niets te doen, behalve nadenken. Dat lijkt een bescheiden opgave, maar veel proefpersonen vonden het knap lastig.

Tijdens de tweede en laatste fase van het onderzoek liet men opnieuw proefpersonen alleen in een kamer, maar nu konden ze zichzelf een elektrische schok toedienen. Wat bleek: maar liefst 12 van de 18 mannen drukten op de knop, 6 van de 24 vrouwen deden hetzelfde.

Al eeuwen klaagt de mens over drukte

Zoals gezegd: het zalige nietsdoen klinkt als idee aantrekkelijk, maar willen we dat wel? Misschien is uitzichtloze verveling nog ondraaglijker dan drukte? We klagen natuurlijk graag over drukte – en uiteraard is de klacht ook vaak gegrond – maar als we een jaar lang alleen maar klagen over onrust en drukte, waarom laten we het jachtige leven dan niet achter ons? Stel, het is echt zo erg en we beleven maar drie weken per jaar een zinvolle periode – dat houdt geen hond toch vol?

Om het anders te formuleren: zouden werken en drukte alleen maar frustratie en lijden genereren, dan hadden deze motieven zich nooit wereldwijd kunnen manifesteren als centrale drijfveren van het moderne bestaan. Al eeuwen weerklinkt de klacht dat ons leven te druk is. En tegelijk moeten we vaststellen dat we daarna steeds harder zijn blijven doorwerken. Ook al beschikken we vandaag over aanzienlijk meer vrije tijd dan onze voorouders, toch lijken we minder tijd over te houden en klagen we over te korte dagen.

Uiteraard moeten we klachten ernstig nemen en op onze hoede zijn voor uitbuiting of te hard werken, maar blijkbaar zijn er toch velen onder ons bereid om hard te werken voor een goed leven. Zelfs al klagen we over de drukte, in het diepst van ons hart willen we blijkbaar niet alleen stilstaan maar ook vooruitgaan. Soms lopen we onszelf voorbij, maar even vaak lukt het ons het juiste evenwicht te vinden en dan willen we niets liever dan meer en beter. Wat is er fijner dan de voldoening nadat je een deadline hebt gehaald en tevreden bent over het resultaat?

Dan heb ik het natuurlijk niet over mensen die in sweatshops in een hels tempo spijkerbroeken moeten naaien. We mogen vooral niet blind zijn voor de gevolgen van de time is money economie en de druk die dat met zich meebrengt. Als tijd geld is, dan is uitrusten geld verliezen. Het gevolg daarvan is natuurlijk onrust en tijdsdruk.

Modeshows na het avondbanket, noem maar op

Maar er is meer. Als we alleen maar zouden kreunen onder die tijdsdruk, waarom plannen we dan onze weekends vol met activiteiten, hebben we allemaal drie hobby’s en willen we ook nog die wereldreis maken voor we dertig jaar oud zijn? Is dat allemaal omdat de economie ons daartoe verplicht of is er meer aan de hand?

Mijn vraag is retorisch. Naast de verplichtingen zijn er ook veel zaken die we willen doen, omdat het verlangen iets te doen of iemand te zijn ons voortdrijft. Deze drive beschouw ik als een positief gegeven want wie ‘m niet heeft, zal snel klagen over gebrek aan passie of perspectief in het leven. Levensmoeheid en verveling zijn minstens een even groot probleem als de gevolgen van te hard werken of een te druk leven. Niets doen of tot niets meer in staat zijn maakt dat we langzaam maar zeker uitdoven en steeds minder perspectief in ons leven kunnen binnenlaten. Dan toch maar wat meer rusteloos en minder lusteloos?

Het komt erop aan iets te vinden waarin we ons herkennen en kunnen ontplooien. Dan zullen we waarschijnlijk minder snakken naar de eeuwige rust waarmee toeristische folders uitpakken om klanten te lokken. De belofte van zalig nietsdoen, ver weg van het jachtige, drukke leven, werkt aanstekelijk en doet ons verlangen naar heerlijke rustmomenten, maar is het niet grappig dat op die zon/zee/vakantieplekken allerlei activiteiten worden georganiseerd om de verveling tegen te gaan: aquagym, paardrijden, karaoke, een quiz, modeshows na het avondbanket, noem maar op.

In de all inclusive resorts hebben professionele begeleiders er een dagtaak aan om de naar rust en ontspanning zoekende toeristen bezig te houden.

Misschien moeten sommigen tijdens hun eerste werkdag vooral uitrusten van de zware vakantie en is het een kwestie om een al te bruuske overgang te vermijden. Veel zo niet alles hangt ook af van het soort werk dat we uitoefenen: wie zichzelf herkent in wat hij of zij doet en die activiteit als zinvol ervaart, zal waarschijnlijk minder snel verlangen naar het onbewoonde eiland.

Helaas hebben velen onder ons afstompende taken uit te voeren. Maar als we ons dagelijkse leven niet langer als zinvol ervaren omdat we de hele tijd taken moeten uitvoeren die nergens toe leiden, is het probleem niet zozeer de tijdsdruk, maar het ontbreken van de mogelijkheid om onze dagen op een zinvolle manier in te richten.

Geen vakantie of wekelijks rustmoment dat deze kwelduivel het hoofd kan bieden. En jawel, dan zal elke werkdag als lood wegen, niet alleen de eerste na de vakantie.

Prof. dr. Ignaas Devisch is hoogleraar medische filosofie en ethiek aan Universiteit Gent. Hij schreef oa. Rusteloosheid. Pleidooi voor een mateloos leven (De Bezige Bij, 2016)