Verkiezingscampagne vraagt om een eerlijke boodschap

Met nog ruim een half jaar te gaan tot de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 bevindt politiek Den Haag, volgende week terug van reces, zich al volop in de verkiezingsstand. De eerste programma’s zijn gepresenteerd, de namen van bijna alle lijsttrekkers bekendgemaakt, de mea culpa’s over niet ingeloste beloftes hebben reeds geklonken en in de praatprogramma’s op televisie zijn politici weer vertrouwde gasten. Zes lange maanden nog te gaan, terwijl er diverse theorieën zijn die zeggen dat verkiezingen pas in de laatste weken worden beslist. Eén ding is nu al duidelijk: het uithoudingsvermogen van de kiezer wordt de komende tijd danig op de proef gesteld.

Daarbij komt nog dat veel bepalende elementen voor het politieke speelveld op dit moment onbekend zijn. Het kabinet zal op Prinsjesdag een tamelijk solide begroting presenteren die laat zien dat de forse bezuinigingen en ingrepen in overheidsvoorzieningen niet voor niets zijn geweest. Maar tevens is er een meer dan gebruikelijke onzekerheidsmarge vanwege de instabiele ontwikkeling van de wereldeconomie. De gevolgen van een Brexit of de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november spelen hierbij een rol.

Ook elders op het internationaal politieke vlak zijn talloze zaken in beweging die hun directe invloed zullen hebben op het discours aan het Haagse Binnenhof en omstreken. Te denken valt bijvoorbeeld aan het hoogoplopende immigratiedebat. De vluchtelingendeal met Turkije heeft even rust gebracht, maar zeker met de recente ontwikkelingen in dat land is het de vraag hoe houdbaar de afspraak is. Bovendien, de oorzaak van het vluchtelingenprobleem is nog altijd niet weggenomen. Vluchtelingen en migranten zullen zich blijven melden.

Daarmee is het integratievraagstuk en alles wat hiermee samenhangt één van de belangrijkste politieke thema’s. Het is te hopen dat de politici die het komend half jaar ten strijde zullen trekken hier ook een volwassen en inhoudelijk debat van weten te maken dat uitstijgt boven de kretologie en makkelijke verwijten. Problemen benoemen is iets anders dan hele groepen wegzetten. Als het noodzakelijke debat over integratie slechts leidt tot verdere segregatie, zoals nu gebeurt, leidt dit tot onherstelbare schade. Politici met hun plek in het publieke domein dragen verantwoordelijkheid; niet alleen als zij zijn gekozen maar zeker ook in de race om verkozen te worden.

Een verkiezingscampagne is meer dan alleen het etaleren van vergezichten. Het gaat - in het bijzonder voor regeringspartijen – eveneens om het rekenschap afleggen voor het gevoerde beleid. Hier zitten VVD en PvdA beide met een groot probleem. Want bij de vorige verkiezingen in 2012 heeft niemand voor hun beleid kunnen kiezen. De campagne stond in het teken van VVD-leider Rutte versus PvdA-leider Samsom; het uiteindelijke resultaat was een combinatie van de tegenpolen Rutte en Samsom met een uitruilpakket als regeerakkoord.

Het gemak waarmee beide partijen elkaar daags na de verkiezingen wisten te vinden, stak schril af tegen de heftigheid van de campagne die hieraan vooraf ging. Volgens de mathematische werkelijkheid van het Binnenhof die een meerderheid in het parlement voorschrijft was het misschien wel te begrijpen, maar voor de ontgoochelde kiezer van VVD en PvdA was dit veel minder het geval.

Dit zou dan ook de les moeten zijn voor de nu begonnen campagne. In een coalitieland als Nederland zijn de marges voor politieke partijen per definitie smal. Het is geen schande om dat voorafgaand in de strijd om de kiezer toe te geven.