In beeld

Uit het paradijs verdreven

De bewoners van het trailer park Little Farm in Florida werden gedwongen te verhuizen nadat projectontwikkelaar Wealthy Delight LLC het park kocht in 2015. Na een rechtszaak die resulteerde in een ruime verhuiskostenvergoeding, zijn de laatsten in juli vertrokken. Fotograaf Lynne Sladky maakte een reportage van de laatste bewoners van deze arme, maar hechte gemeenschap die in stacaravans woonde op de dure grond nabij Miami Beach.
Tijdens het inpakken van de verhuisdozen haalt Clairmise Blanc (72) herrinneringen op aan haar leven in Little Farm. Ze heeft acht jaar in haar stacaravan gewoond. Ze zegt dat het belangrijk is om voor je rechten op te komen en je niet zomaar te laten wegsturen. AP / Lynne Sladky
Bezittingen van Clairmise Blanc liggen op de bank. Little Farm ligt in het plaatsje El Portal, op zo'n 20 minuten rijden van Miami Beach. AP / Lynne Sladky
Twintig jaar woonde Nelly Shirley (74) in het park in El Portal. Ze won voor haar weelderige, tropische tuin ooit een Beautification Award. Ze ontving een schikking van 8.000 dollar en woont nu in een appartement met één slaapkamer. AP / Lynne Sladky
Dolores Lopez (58) aait haar hond Bella die wordt vastgehouden door haar zoon die haar helpt met verhuizen. AP / Lynne Sladky
Graffitti getuigt van de protesten tegen de gedwongen verhuizing. In Zuid-Florida dat bekend staat om zijn dure, luxe appartementengebouwen is het voor de arme bewoners van een trailer park als dit extra lastig om betaalbare woonruimte te vinden. AP / Lynne Sladky
Little Farm ziet eruit als een vervallen buurt. Maar voor de bewoners, veelal Spaanstalige en Haïtiaanse immigranten, was dit hun thuis. AP / Lynne Sladky
Carole Hatcher (54) noemde de stacaravan die ze hier tien jaar had haar paradijs. Ze hoopte er haar oude dag, haar 'golden years', door te brengen. AP / Lynne Sladky
Clairmise Blanc maakt een van haar laatste ommetjes door het park. AP / Lynne Sladky
Voor het laatst allemaal bij elkaar poseert de hechte gemeenschap van Little Farm voor een groepsfoto. AP / Lynne Sladky