Terug van weggeweest: strafbare gedachten

©

Vorige maand zat ik bij het strafproces tegen Mohammed G., een jihadist van 27 uit Maastricht, wegens diens (mislukte) plan om zich in Syrië bij IS aan te sluiten. Hij kreeg er deze week drie jaar cel voor en TBS met voorwaarden – hij gaat dus na zijn vrijheidsstraf de psychiatrie in. Weliswaar ‘ambulant’, maar doet hij niet netjes mee dan is dwangverpleging zo geregeld. De zaak trok niet veel aandacht – het was immers de zomer van de angst. Met aanslagen op luchthavens, boulevards, agenten, een pastoor en reizigers in een trein. De zaak G. is in de nieuwsconjunctuur dan een tussendoortje.

En toch wordt juist daar de rechtsstaat op de proef gesteld. G. is immers een burger als u en ik. Ook zijn burgerrechten, zijn uitingsvrijheid en zijn integriteit moeten worden beschermd.

In 2013 had hij al geprobeerd Syrië te bereiken; hij was één van de eerste veroordeelde ‘uitreizigers’. Nu was hij in een val gelopen die de AIVD en de politie voor hem hadden gezet. Ik laat alle details nu even weg, maar concreet had hij geprobeerd een vals paspoort te kopen. En hij had een vrouw willen trouwen om samen met haar naar Syrië te reizen.

Na het vonnis en de zitting zat ik met drie rechtsstatelijke kwesties: wat had deze man nu feitelijk gedaan, waarom kreeg hij TBS zonder dat de deskundigen een geestelijke stoornis vast stelden en wat doen we eigenlijk met overtuigde radicalen van wie we niet weten of ze hun woorden ooit in daden omzetten nadat ze hun straf hebben uitgezeten? Blijven we die in de val lokken, zodat ze almaar opnieuw veroordeeld kunnen worden?

Maar die TBS zat mij het meeste dwars. Leek dit niet veel op preventieve psychiatrie? Het gedwongen laten behandelen van iemand zónder geestelijke stoornis, omdat de rechter zijn (wel vastgestelde) gebrekkige ontwikkeling, gezien zijn belangstelling voor de radicale islam, te riskant vindt? Ik heb het vonnis herhaaldelijk gelezen en kom steeds uit op ‘ja’. G. is ook volgens de rechter geestelijk niet ziek, maar moet zich toch laten behandelen. En wel omdat ‘uit beheersmatig perspectief’ TBS de controle op G. na zijn straf makkelijker maakt.

Wat gebeurt hier? Is jihadisme nu omgekat tot een stoornis, waar psychiaters mee aan de slag moeten? Gaan we jihadisten in de psychiatrie onderbrengen, zoals totalitaire staten ooit hun dissidenten in gesloten inrichtingen? Ik overdrijf, hoop ik.

Op de keper beschouwd was deze man veroordeeld voor een theoretisch misdrijf – hij had geen schade berokkend, niemand verwond, laat staan vermoord. Dit ging louter om de kans dat M. een aanslag zou gaan plegen – de man heeft zichzelf feitelijk achter de tralies gepraat. Hij kocht geen wapens, boekte geen tickets, pakte geen koffers, bestelde geen kunstmest, schafte geen ‘handleiding bommen maken’ aan. Gewelddadig was hij in z’n hele leven niet geweest. Nee, hij preekte, distribueerde, schreef, riep op, stimuleerde, verleidde anderen, presenteerde zich als ‘strijder’ en beloofde voor de goede zaak te zullen moorden. Maar hij deed het dus niet. Hij zei wel martelaar te willen worden, liefst in Syrië, en als dat niet ging lukken, in Nederland.

Op deze grens van denken en doen functioneert dus het regelende, preventieve strafrecht. Niet meer het laatste redmiddel van de staat. Nee, dit is strafrechtelijke toekomstkunde, predictive policing, maar dan in de rechtszaal. Het riep onmiddellijk de vraag op, ook bij de officier, of we hier zijn beland in het Gesinnungsstrafrecht – ofwel het ‘bedoelingen’-strafrecht waarin niet meer de daden tellen maar vooral de intenties, de gedachten. Ieder strafproces loopt dan uit op een politiek proces. Rechtsstaten willen dat voorkomen door strafrecht te beperken tot feitelijke handelingen. Onacceptabele gedachten van burgers zijn in een rechtsstaat de zorg van kerk, school, politiek, maatschappelijk werk of desnoods de psychiatrie. De vrije samenleving moet dan ook heel wat onzin en radicalisme kunnen incasseren. Die ruimte was er voor G. duidelijk niet. Die praat straks tegen een witte jas. Maar zonder diagnose.

De auteur is juridisch redacteur en commentator. @folkertjensma