Standbeeld voor de terrorist

Tijdens een vakantie hoor je een keer te verdwalen. In een snikhete stad van boven de 35 graden is dat minder leuk, maar Triëste geeft er veel voor terug. In een hoekje van de stad, op zoek naar schaduw, water en een schoon toilet belandden we op de Piazza Giuglemo Oberdan. Daar stond op een sokkel het monument voor een beroemde zoon van deze havenstad: Oberdan. Op de sokkel heette hij een patriot, en wordt zijn naakte, gespierde torso geflankeerd door twee gevleugelde figuren, Patria en Libertá. Een vrijheidsstrijder. Het standbeeld staat in het voorportaal van het Museo di Risorgimento, een museum voor de totstandkoming van de Italiaanse staat, waar deze Oberdan aan heeft bijgedragen. Met zijn aanslag op de Oostenrijkse keizer wilde hij de Oostenrijkse ‘bezetters’ uit het Italiaanse gebied van Triëste te verdrijven.

In de Oostenrijks-Habsburgse annalen heeft deze martelaar, ‘il martire’, een hele andere betiteling. Daar wordt Wilhelm Oberdank (1858-1882), zijn officiële naam, neergezet als anarchist, de ‘terrorist’ die in 1882 , in Triëste een bomaanslag pleegde op de Habsburgse keizer Franz Joseph. Niet omdat de aanslag lukte (de keizer ontsnapte op het nippertje aan de dood), maar omdat de keizer daarna nooit meer een voet in Triëste heeft willen zetten – toch de enige deugdelijke havenstad van zijn rijk. Wat er met Oberdan gebeurde kunt u raden.

Dit monument midden in Europa is een prachtige illustratie van de steeds weer terugkerende en oneigenlijke tegenstelling ‘de één z’n terrorist is de ander z’n vrijheidsstrijder’. Ondeugdelijk, want je kunt met terroristische tactieken best – in eigen beleving – een nobel doel nastreven. Met die tegenstelling wordt dus ‘oorlogsdoel’ (vrijheid, bevrijding, afwerpen van het juk van een bezetter), met modus operandi verward, de strijdtechniek.

Wanneer je via Zuid-Tirol of Alto Adige en Triëste naar Istrië reist kom je vaker dit soort dubbelzinnige standbeelden tegen. Wat te denken van de heldencultuur die er rondom Andreas Hofer is opgetuigd? Elk dorpje heeft er wel een Hofer-feit te vermelden (Hofer zat hier in het café, Hofer had hier een café, Hofer ging hier naar de kerk). En dat terwijl Hofer toch een echte guerilla-strijder was die de bergen rondom Burg Tirol en Merano onveilig maakte. Beeldschoon gebied trouwens, niks meer van terrorisme te merken behalve die standbeelden. De bebaarde en charismatische Hofer leidde hier in 1809 een opstand tegen de Beierse en Franse bezetters , en delfde na een aantal spectaculaire successen toch het onderspit. Hij sneuvelde voor het Franse vuurpeloton.

‘Terroristen’ (wanneer we de definitie van terrorisme toepassen die de desbetreffende mogendheden in die tijd hanteren, dit is dus niet mijn eigen typering ) die meer dan een eeuw na hun dood nog met standbeelden worden vereerd, dat komt eigenlijk alleen voor bij strijders die zich inzetten voor het veroveren, of terugveroveren van een gebied dat zij als het hunne beschouwen.

Standbeelden van de Kalief, Abu Bakr al-Baghdadi hoeven we niet te verwachten, ook niet als hij sneuvelt bij de gevechten om Mosul. Want idolatrie, afgodendienst, is in de strikte versie van de islam die door jihadisten wordt aangehangen ‘shirk’, verboden. Maar de vele jihadistische anasheed (gezangen) op youtube, de pr-filmpjes en posters van IS benaderen zo’n vorm van martelarencultus wel degelijk. Van de deze week omgekomen IS-woordvoerder Al-Adnani wordt in lyrische bewoordingen verteld dat zijn lijk ongeschonden was en geurde naar ‘muskus’. En t-shirts met de iconische afbeelding van Bin Laden zijn ook nog volop te koop.

De Italiaanse standbeelden stammen uit de tijd van het irredentisme: de poging om gebieden in te lijven die naar eigen gevoel tot het grondgebied van de stam of natie horen. Het was een negentiende-eeuwse beweging die opkwam in de tijd van nationalisme en imperialisme en die ook succes had. Zoiets probeert IS nu natuurlijk ook. Sinds het Kalifaat is uitgeroepen in 2014 heeft IS bij herhaling gegeven gebieden die zij als voormalige ‘moslimlanden’ ziet, willen heroveren. Niet alleen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, maar tot aan Frankrijk toe, waar de ‘Moren’ immers tussen 711 en 1492 heersten in het gebied van ‘El-Andalus’.

Maar sinds het afgelopen jaar gaat het met die jihadistische Reconquista de verkeerde kant op. Het Kalifaat verschrompelt met de dag. De mythe van de opmars tot in El Andalus was nooit houdbaar. Wat zal er met de terroristen gebeuren die nu in het Kalifaat als martelaar en vrijheidsstrijder gelden? Zullen zij in de gebieden waar zij streden ooit als ‘patriot’ worden geëerd, als waarachtig zoon van de natie? Het antwoord op die vraag gaat over de houdbaarheid van de idealen achter het Kalifaat. Tirol en Triëste: daar was het besef van een eigen identiteit stevig verankerd, en dat kon door de opstandelingen, vaak ook via bloed- en natiebanden, eenvoudig worden gemobiliseerd. De vijand was duidelijk : het Habsburgse keizerrijk.

De terroristen van IS zullen er in de historische herinnering waarschijnlijk bekaaider vanaf komen. In de ogen van de lokale bevolking is hun geweld niet minder erg dan dat van Assad. Oberdan wordt ook nu nog door ‘zijn eigen mensen’ geëerd. De helden van het heimatloze terrorisme zingen hooguit nog even op de social media rond. En dan is het hopelijk voorbij.