Singapore: wel smart, maar liever niet te kritisch

Singapore

Komt de nieuwe Uber of Airbnb uit Singapore? De stadstaat investeert miljarden om smart te worden en stimuleert start-ups en creatieve bedrijven. Zolang die creativiteit de staat maar niet ondermijnt.

De Technische Universiteit van Singapore. De economie van Singapore leunt op de haven, de banken, de ziekenhuizen, het vliegveld en de universitaire onderzoekscentra. ©

Met een schok staat de piepkleine Mitsubishi stil. Twee voetgangers steken over. Stapvoets trekt het wagentje op. Als een schichtige kat beweegt de Mitsubishi zich door het verkeer: obstakels – een hoge stoep, twee Indiase stratenmakers – worden met wijde bochten gemeden. Bij een stilstaande bus haalt de auto stapvoets in.

Wie zo stuntelig afrijdt zou nooit zijn rijbewijs halen, maar de technici achter de omgebouwde Mitsubishi van de Amerikaans-Singaporese start-up nuTonomy zijn trots. De auto doet alles autonoom: sturen, remmen, verkeerssituaties inschatten, kruispunten overzien en zelfs inhalen. „Om op de openbare weg te testen staan de veiligheidsmarges wat ruim afgesteld. Daarom die vreemde manoeuvres. Onze auto kan nu veilig op de weg rijden, aan het rijcomfort gaan we werken”, zegt Doug Parker, een van de drie directeuren – allen opgeleid aan het Massachusetts Institute of Technology – van nuTonomy. „Ons streven? Over drie jaar duizenden zelfrijdende taxi’s in de straten van Singapore laten rijden.”

NuTonomy begon vorige week als eerste ter wereld een proef met zelfrijdende taxi’s in Singapore. Daarmee troeft het concurrenten als Uber af. Het gaat wel om een proef op kleine schaal (6,5 vierkante kilometer). In een zakendistrict van Singapore kunnen klanten met hun smartphone een chauffeurloze taxi bestellen om ritjes te maken. Helemaal zonder zijwieltjes durft nuTonomy nog niet. Elke auto krijgt een technicus mee die de prestaties meet en zonodig via de computer ingrijpt.

De ambities van de start-up zijn echter veel groter. Parker schetst een beeld van een zwerm zelfrijdende auto’s die vierentwintig uur per dag door de Aziatische stadstaat crossen. ’s Ochtends om forenzen naar hun werk te brengen en lunches en boodschappen te bezorgen, ’s middags om Singaporezen thuis te brengen en ’s nachts om winkels te bevoorraden. Op termijn kan volgens hem het aantal auto’s dat dagelijks in de stadstaat rondrijdt afnemen van 900.000 naar 300.000.

Hoe meer auto’s van nuTonomy op de weg zijn, hoe veiliger. Nieuwe obstakels – wegwerkzaamheden, gewijzigde voorrangssituaties, kapot wegdek – worden door de scanners en camerasystemen van de auto’s waargenomen en naar een cloud gestuurd. Hoe fijnmaziger het netwerk van auto’s, hoe accurater de informatie over de wegen.

Perfect en geordend

Singapore is voor nuTonomy een interessante vestigingsplaats. „De ingenieurs zijn hoog opgeleid en de wegen zijn perfect geasfalteerd en geordend. Het zal nog wel even duren voordat wij onze auto loslaten in de hectiek van Mumbai. Ook belangrijk: de overheid wil meedenken hoe zelfrijdende auto’s mainstream kunnen worden gemaakt”, zegt Parker.

NuTonomy claimt ongelukken met 90 procent te kunnen reduceren vergeleken met gewone auto’s. Maar als er toch een botsing plaatsvindt, wie is dan verantwoordelijk? De eigenaar? De autofabrikant? De software-ontwikkelaar? „De overheid denkt samen met verzekeraars serieus na over oplossingen. Hun ruimdenkendheid is tamelijk uniek”, zegt Parker.

„Uiteindelijk is Singapore geen grote markt. Maar de regering in China kijkt altijd heel goed naar hoe Singapore zaken oplost. Dat is voor ons natuurlijk boeiend.”

Zelfrijdende auto’s zijn maar één onderdeel van de strategie van de welvarende Aziatische stadstaat om grote delen van de economie te moderniseren, automatiseren en robotiseren. Alles moet met alles ‘praten’ en in verbinding staan. Verpleegsters moeten plaatsmaken voor robotkarretjes die lakens en eten rondbrengen. Tolpoorten moeten wijken voor een satelliet die via zendertjes alle ritten van alle auto’s in Singapore registreert en belast.

Fysiotherapeuten in bejaardentehuizen worden vervangen door robots met scharnierarmen die oefeningen voordoen. „Come on you can do it”, maant een robot met een elektrostemmetje in het Engels en Mandarijn naar een groep senioren die braaf meedoet.

Alles in Singapore moet smart worden en de overheid is bereid daarin te investeren. Singapore zou Singapore niet zijn als daar geen concreet doel aan vastzit: binnen vijf jaar moeten honderd miljoen apparaten – van lantaarnpalen tot telefoons – met elkaar in verbinding staan. Om dit mogelijk te maken steekt de Infocomm and Development Authority (IDA) de komende vijf jaar omgerekend 12,5 miljard euro in proefprogramma’s en start-ups.

270816ZAT_Singapore

Onderlinge beoordeling

Wie de kantoren en projecten van de IDA bezoekt, merkt dat de afgedwongen ongedwongenheid van de Singaporese start-up- en technologiewereld bij vlagen gekunsteld aandoet. Zolang het naar Palo Alto riekt, de Californische bakermat van de digitale omwenteling, is het goed, lijkt het.

Een kas in de dichtbevolkte stad, waar roerbakgroenten groeien in bakken die in langzaam draaiende rekken staan van negen meter hoog, heet geen ruimtebesparende oplossing, maar moet uitgroeien tot de ‘Silicon Valley of Agriculture’.

De computerprogrammeurs van de IDA, werkzaam op het hoofdkantoor ‘Sandcrawler’ (gebaseerd op het slavenschip uit de Star War-films), krijgen van hun manager geen beoordeling. Wel kunnen collega’s – „eigenlijk meer vrienden”, zegt een leidinggevende – elkaars prestaties anoniem beoordelen met hun smartphones.

Ondanks de clichés, zijn de plannen van de Singaporese regering cruciaal. Robotisering is belangrijk om in de vergrijzende stadstaat diensten te kunnen blijven leveren, zonder nog eens miljoenen laaggeschoolde Chinezen in te vliegen, een politiek zeer beladen onderwerp.

Toen de regering in 2013 opperde de bevolking van 5,3 miljoen tot 6,9 miljoen in 2030 te laten groeien, vooral via immigratie, om zo economische groei op peil te houden, braken voor Singapore zeldzaam heftige protesten uit. Singapore is nu al te krap, de huizen zijn te duur en goede banen zijn schaars, klonk het.

Daarop liet de regering die 6,9 miljoen als streefgetal los. Tegelijkertijd zitten restaurants en winkels te springen om personeel. De vraag naar buschauffeurs en metrobestuurders groeit naarmate nieuwe woontorens verder van het centrum verrijzen. De bevolking van de eilandstaat vergrijst, wat meer zorgpersoneel vergt. Nu zoekt Singapore de oplossing in robots en technologie.

Liever een robot die geen ruimte in beslag neemt, dan een Chinees die ziek kan worden en over een aantal jaren in aanmerking komt voor sociale bijstand. Niemand zal het zo hard zeggen. Singaporezen kiezen ervoor om in eufemismen als manpower issues te praten, maar ontkennen dat het meespeelt, doen ze ook niet. „Wij hebben een vergrijzende bevolking. We kunnen dus niet eindeloos ziekenhuizen bouwen en die bemannen. Daar hebben we simpelweg de ruimte niet voor”, zegt IDA-directeur Leonard.

Dus moeten geautomatiseerde drones in de toekomst de post rondbrengen en de buitengrens bewaken om zo menselijke arbeid overbodig te maken, terwijl een florerende scene van start-ups de hoogopgeleide Singaporezen juist aan het werk moet houden.

De economie van de stadstaat leunt op de haven, de banken, de ziekenhuizen, het vliegveld en de universitaire onderzoekscentra. Allemaal behoren ze tot de drukste, beste en meest hoogstaande ter wereld, allemaal zijn ze erg gevoelig voor schokken in de wereldeconomie, allemaal teren ze op buitenlandse kennis die met succes naar Singapore is gehaald.

Star onderwijsbestel

„Singapore zou best nog wat harder in de sinaasappel kunnen knijpen om er net wat meer sap uit te persen”, zegt Leonard, een Amerikaan in Singaporese dienst.

„Dan zou de economie ook groeien. Maar het is uitdagender en op termijn wellicht lucratiever om iets totaal nieuws en iets volledig Singaporees te creëren. Als wij een start-upsector kunnen opzetten waaruit de volgende Uber of Airbnb voortkomt, in elk geval een echt Singaporees idee dat de gevestigde wereldorde opschudt, zou dat geweldig zijn.”

Het probleem, erkennen ze in Singapore, is dat het onderwijsstelsel erg goed, maar ook extreem star is. Als gevolg daarvan zijn jonge academici weinig creatief. Ze zullen eerder geneigd zijn voor een Amerikaanse start-up slimme dingen te doen, dan zelf een baanbrekend plan te verzinnen. De vraag die niemand zich in Singapore stelt, is of het überhaupt mogelijk is op zo’n geleide manier creativiteit af te dwingen. Disruptie en creativiteit zijn gewenst als het een winstgevende start-up oplevert, maar niet als zij de stadstaat opschudden.

Bestuurders klagen over het gebrek aan vrijzinnigheid van de toekomstige generatie, maar ware creatievelingen worden niet gewaardeerd. Vorig jaar morde haast niemand toen de 17-jarige blogger en filmmaker Amos Yee door de rechtbank tot vier weken celstraf en ‘heropvoeding’ werd veroordeeld. In een weliswaar grof en ongepolijst, maar satirisch en intelligent videoblog schoffeerde Yee Singapores eerste premier Lee Kuan Yew en Margaret Thatcher. Zelfs premier Lee Hsien Loong eiste dat de tiener werd aangepakt.

Meer politieke vrijheid zal er niet komen. Wat Singapore wel wil, is het onderwijsstelsel beetje bij beetje aanpassen om meer ruimte te maken voor creativiteit. In de stadstaat wordt dat al als baanbrekend beschouwd. „Toen ik klein was, zei mijn leraar altijd: als je faalt in je voorbereiding, dan bereid je je voor om te falen”, zegt Adrian Lim.

Spelerderwijs

Lim heeft van de overheid de opdracht gekregen in het curriculum meer speelsheid te introduceren en vooral kinderen vanaf de peuterspeelzaal vertrouwd te maken met programmeren. „Hoe moet je als kind experimenteren en aanmodderen als je dat ingepeperd krijgt”, vraagt Lim.

Lim laat op kleuterschool Yuhua Littlewings Kindergarten zien wat hij bedoelt. Groepjes jongens en meisjes van vijf spelen met een robot. De kinderen moeten blokken met aanwijzingen als rechtdoor, rechtsaf, schudden, rondje draaien, in een volgorde leggen. De robot heeft een scanner die de aanwijzingen leest. De kinderen zetten de robot neer, drukken op een knop en de robot voert de instructies uit. De kinderen hebben de opdracht op muziek een dansje te verzinnen samen met de robot.

Lim: „Dit zijn de basiselementen van programmeren: een volgorde bedenken en de begrippen oorzaak en gevolg leren kennen. Tegelijkertijd leren ze zelf op creatieve wijze iets te maken, zonder dat ze te veel instructies krijgen.”

Op lagere scholen moeten kinderen van zeven met vereenvoudigde apps hun eerste programma programmeren. Ze krijgen spelenderwijs les in hoe big data te sorteren (met een speciaal kindvriendelijk programma van SAP). Ze leren omgaan met een virtual reality-bril (donatie van Razer), hoe objecten te ontwerpen (op computers van Dell) en ze vervolgens driedimensionaal te printen (installaties van MakerBot). Tot nu toe zijn de projecten roulerende proefprogramma’s.

De overheid schat dat op honderd van de ruim 350 lagere en middelbare scholen is geëxperimenteerd met de nieuwe lesprogramma’s. De cursussen worden verzorgd door particuliere bedrijven. Het is typerend voor het model-Singapore: de overheid geeft strakke opdrachten, maar de grootste technologiebedrijven ter wereld krijgen vrij baan, zelfs in de klas.

In een gekoeld en raamloos klaslokaal zit Santhi (11) achter een computer. Ze doet mee aan de speciale cursus programmeren. Ze heeft een racespelletje ontworpen. Uit de achterkant van een computer lopen draadjes naar twee bananen. Santhi heeft van de bananen en draadjes een circuit gemaakt. Als ze in de banaan knijpt, gaat een auto op haar scherm rijden.

Tevreden is ze niet. „Dit is nogal eenvoudig”, zegt ze. „Ik heb dit gedaan met speciale software voor kinderen. Thuis oefen ik met echte computertalen als C++ en Python.” Santhi hoopt dat ze C++ snel volledig in de vingers krijgt.

„Gelukkig krijg ik thuis hulp en les van mijn ouders. Zij zijn software-ontwikkelaars. Als ik een paar computertalen goed kan, kan ik verder met robotica. Dat is pas echt uitdagend.”