Samenwerking regionale omroepen uitgesteld

Er is volgens staatssecretaris Sander Dekker (OCW) te weinig draagvlak onder de omroepen voor het plan.

Staatssecretaris Sander Dekker. Foto Bart Maat

De verplichte samenwerking tussen regionale omroepen is voorlopig uitgesteld. Het kabinet heeft een wetsvoorstel waarmee zij onder één centrale Regionale Publieke Omroep (RPO) zouden worden geplaatst, bevroren. Een voorgenomen bezuiniging van 17 miljoen euro gaat voorlopig wel gewoon door, meldt het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

De belangrijkste reden voor het uitstel is dat er volgens staatssecretaris Sander Dekker (OCW, VVD) te weinig draagvlak is voor de plannen. De omroepen vrezen dat hun journalistieke onafhankelijkheid in het geding is als ze onder één RPO worden gebracht, zo schrijft Dekker in een brief aan de Tweede Kamer.

Zij deden, vanuit koepelorganisatie Stichting Regionale Omroep Overleg en Samenwerking (ROOS), zelf voorstellen richting de staatssecretaris om de bezuiniging in te vullen. Zo wilden de omroepen dat wettelijk werd vastgelegd dat zij zogeheten taakorganisaties zijn, instellingen die zelf verantwoordelijk zijn voor verzorgen van regionale berichtgeving. Bovendien willen zij dat bestuurders van de regionale omroepen tevens in het bestuur van de RPO kunnen zitten.

Invulling taak regionale omroepen

Volgens Dekker is het vervullen van beide wensen juridisch niet mogelijk. In zijn plan zou de RPO de taak voor het invullen van de zogeheten regionale media opdracht - het produceren van regionale berichtgeving en volgen van ontwikkelingen in een bepaald gebied - neerleggen bij de individuele omroepen. Zij zouden daarbij echter geen afzonderlijke media-instelling worden. De omroepen vrezen dat dat mogelijk journalistieke onafhankelijkheid in de weg kan staan, zo blijkt uit de brief van Dekker:

“In de gesprekken met ROOS en de regionale omroepen bleek echter dat de regionale omroepen in meerderheid een groter belang hechten aan het wettelijk vastleggen van de regionale omroepen als regionale media-instelling (de zogeheten rmi-status) dan aan de bestuurlijke verwevenheid. Daarmee nemen de regionale omroepen afstand van een kernelement in hun eigen plan.”

In een reactie noemt ROOS-voorzitter Gerard Schuiteman het besluit van Dekker “an sich verstandig”. “Als je weet dat iets weerstand oproept, moet je het er niet even snel doorheen werken.” Vijf van de ondernemingsraden van regionale omroepen hebben vertrouwen in het nieuwe samenwerkingsplan, terwijl acht ondernemingsraden tegen zijn.

Knelpunt

Het knelpunt zit volgens hem bij het bestuursmodel en de uitwerking die dat heeft op het programmabeleid:

“Het programmabeleid ligt nu bij de regionale omroepen, evenals het toezicht daarop. In het nieuwe plan zouden vorm en inhoud samenkomen onder één raad van toezicht die de inhoudelijke taak delegeert aan de omroepen. De afstand tussen beiden kan daardoor vergroot worden. Bovendien is nog niet bekend wat zal komen te staan in de overeenkomsten tussen de RPO en de omroepen, terwijl je wel een wet moet bespreken die daarover gaat. Dan is het beter de tijd te nemen.”

Volgens Roos is het onwaarschijnlijk dat het huidige kabinet nog over het plan gaat beslissen, met de Kamerverkiezingen in maart volgend jaar: “als er een wetswijziging nodig is om aan deze samenwerking vorm te geven, wordt dat kort dag.”

Bezuiniging gaat door

De bezuiniging van 17 miljoen euro, die is vastgelegd in de eerder aangenomen Mediawet, gaat desalniettemin toch door. De omroepen zullen nu een individuele begroting indienen waarbij ze per omroep een deel van de bezuinigingen moeten opvangen. Dekker heeft hen opgeroepen zo veel mogelijk te voorkomen dat de bezuinigingen vallen bij de programmering en redacties.

Dekker heeft voor de omroepen wel een budget beschikbaar gesteld om samen te werken op gebieden waarover ze wel overeenstemming hebben bereikt, zoals marketing en personeelsbeleid. Het is nog niet duidelijk of en op welke punten dit gaat gebeuren.