Orgaandonatie

Ik ben niet onverschillig, ik ben vooral bang en achterdochtig

Onderzoek toont volgens Hartholt, Van Lienden, De Kok en Lansink (29/8) aan dat 60 procent van de bevolking zich uitspreekt vóór donorschap. „Maar dit weerspiegelt zich niet in het aantal ja-registraties. Hoewel er allerlei redenen zijn om niet te registreren, is het meestal omdat mensen er niet aan toekomen, er niet mee bezig zijn of het ooit ontvangen registratieformulier kwijt zijn. Geen principiële bezwaren dus, maar praktische problemen, die opgelost kunnen worden met een ander systeem.” Ik heb niets tegen hun artikel, maar ik vermoed dat de schrijvers de plank misslaan waar het gaat om de registratie. De cruciale vraag ‘hebben de zeven miljoen volwassenen die hun keuze nog niet vastlegden geen boodschap aan het idee donor worden doe je voor elkaar, of is er iets anders aan de hand?’ kan niet zomaar worden afgedaan met de verklaring dat de burger er niet aan toekomt. Dat is te simpel. Daarbij insinueert deze uitleg dat burgers onverschillig zijn. Laat ik voor mezelf spreken. Ik ben niet onverschillig, maar vooral bang en achterdochtig. Ik heb behoefte aan informatie die mijn onzekerheid wegneemt. Hoe is de zorgvuldigheid van de procedure gewaarborgd, welke consequenties heeft het afstaan van organen voor het afscheid en begrafenis of de crematie? Wie stelt mij gerust over de ‘meer resultaatgerichte financierings- en beloningsstructuur voor de ziekenhuizen’, die volgens het Masterplan Orgaandonatie in 2010 gerealiseerd moet zijn?

,