Op stap of de huur betalen?

Op kamers

Veel ouders voorzien financiële risico’s voor hun studerende kind. Hoe kunnen ze helpen?

illustratie XF&M

Studieboeken kopen of een weekend weg? Aan het eind van de maand iets overhouden of nu iets leuks doen? Het nieuwe studiejaar begint of is net begonnen, en een lading nieuwe studenten verhuist naar een studentenkamer. Weg van het ouderlijk gezag. Het echte leven kan beginnen.

In het ouderlijk huis blijven de ouders bezorgd achter. Maar liefst 80 procent van de ouders met een kind dat op kamers gaat, voorziet financiële risico’s, blijkt uit een enquête van Wijzer in geldzaken, een initiatief van het ministerie van Financiën. Bijna eenvijfde van de ouders vreest dat het geld op gaat in het stedelijke nachtleven.

En dat is niet helemaal onterecht. Veel 17- en 18-jarige studenten hebben moeite met het inschatten van kosten of het aanleggen van buffers. Uitwonende studenten schatten hun uitgaven op 771 euro per maand, terwijl volgens het meest recente onderzoek van het Nibud er maandelijks 209 euro méér hun portemonnee uitgaat. En 15 procent heeft, wellicht als gevolg daarvan, een betalingsachterstand. Hoe voorkom je dat je kind op kamers in financiële problemen raakt?

1. Maak een begroting

Een overzicht van de uitgaven en inkomsten is het belangrijkst voor de student die op kamers gaat. „Om te leren omgaan met kosten en inkomsten”, zegt Olaf Simonse van Wijzer in geldzaken. Zo wordt in ieder geval niets vergeten: van gas, water en licht tot de telefoon en het collegegeld.

Een begroting is ook een handig hulpmiddel om de hoogte van de eventuele maandelijkse bijdrage van de ouders te bepalen, volgens Simonse.

2. Stel voorwaarden

Als ouders een financiële bijdrage willen en kunnen leveren, dan mogen er ook voorwaarden aan worden verbonden, vindt opvoedkundige Marina van der Wal. Tegenover het geld mogen studieresultaten staan en de eis dat het geld niet over de balk gesmeten wordt.

Die voorwaarden moeten serieus besproken worden, en niet tussen neus en lippen door worden medegedeeld. Van der Wal: „Als je achttien bent, kun je nog geen termijn van vier jaar overzien. Je moet er de tijd voor nemen: samen gaan zitten voor de afspraken en ze op papier zetten.”

En wees consequent. Zo beloofde Van der Wal haar twee kinderen op advies van een collega dat ze hun studieschuld zou overnemen als ze hun opleiding afmaakten. Toen dat niet gebeurde, weigerde ze ook de studieschuld af te betalen.

Los van de gemaakte afspraken, adviseert Van der Wal terughoudendheid in de bemoeienis met de uitgaven. „Ze moeten het zoveel mogelijk zelf doen.” En als ze het liever uitgeven aan drank en feestjes dan dat ze het bewaren voor de huur? „Het is hun geld. Als jij je afvraagt of een uitgave wel verstandig is, kun je daarnaar vragen, maar je kunt het niet eisen.”

3. Zorg voor een goede verzekering

Ook een inboedel- en aansprakelijkheidsverzekering is een onderdeel van de financiële zekerheid op kamers. Want een dure fiets of laptop vervang je niet zomaar met een klein budget. Dat betekent niet dat het voordelig is om allerlei verzekeringen af te sluiten. Bij veel verzekeringen worden uitwonende kinderen gedekt door de inboedel- en aansprakelijkheidsverzekering van hun ouders, zegt financieel adviseur Peggy van der Smitte. Belangrijk daarbij is dat de uitwonende kinderen de intentie hebben na hun studie terug te keren. Dat is moeilijk te controleren voor de verzekeraar, zegt Van der Smitte, maar van iemand die bijvoorbeeld samenwoont valt niet te verwachten dat hij of zij terugkeert in het ouderlijk huis.

Of een inboedelverzekering überhaupt een goed idee is voor een student is overigens de vraag, volgens Van der Smitte. „Vaak is elektronica het enige dure bezit van een student, dan is het logischer om alleen dat te verzekeren.”

4. Lees de verzekeringsvoorwaarden

Enkel een verzekering hebben is niet genoeg, zeker niet in een studentenhuis. Bij een inboedelverzekering is er bijvoorbeeld een groot verschil tussen de publieke ruimte en de afgesloten ruimte.

Dat betekent dat een slot op de deur van de studentenkamer een goed idee is, met de waardevolle spullen daarachter. Ook als de huisgenoten betrouwbaar zijn. Want wordt er ingebroken, dan is voor de verzekering duidelijk dat de ‘binnenbraakclausule’ geldt. Ligt de laptop in de publieke ruimte, dan is het voor de verzekeraar „net alsof je spullen laat liggen in de trein”, zegt Van der Smitte. Ze waarschuwt voor het stallen van een fiets buiten de woning, of zelfs in de hal: ook dat is publieke ruimte en moet apart verzekerd worden.

Ook de kleine letters van de aansprakelijkheidsverzekering lezen kan financiële problemen voorkomen, zegt Van der Smitte. De meest voorkomende misrekening met verzekeringen is volgens haar de geleende auto. „Studenten zijn er vaak heilig van overtuigd dat ze met een aansprakelijkheidsverzekering in een auto van een vriend goed zitten, maar de verzekering vergoedt geen schade die is ontstaan bij een geleend motorrijtuig.”

5. Controleer alleen op verzoek

Een opvallend cijfer uit de enquête van Wijzer in geldzaken: 12 procent van de ouders zegt de banktransacties van hun kind te gaan controleren. „Nee!” roept opvoedkundige Van der Wal. „Dat is schending van de privacy, hartstikke oneerlijk.” Alleen als het kind op kamers expliciet vraagt of de ouders meekijken, vindt ze deze maatregel acceptabel.

„Dat lijkt me alleen iets voor uitzonderlijke situaties”, zegt ook Simonse van Wijzer in geldzaken. „Zoals bij kinderen die er al voor hun achttiende een puinhoop van hebben gemaakt.”

En als het dan tóch misgaat? Sta niet meteen op de stoep als je kind rood staat, zegt Van der Wal. „Als ouder slaat de angst je snel om het hart, terwijl jongeren gigantisch oplossingsgericht zijn. Geef ze de gelegenheid om zelf hun rotzooi op te ruimen.”

Zolang de student niet verhongert, is een tekort aan geld juist leerzaam, zegt ze. „Dat geld op kan, merk je niet tot je de bodem van de portemonnee ziet.”