Onderscheid links-rechts nooit eerder zo onbruikbaar

Speelveld

Middenpartijen in verwarring door vermenging traditionele standpunten

©

De energie zit op rechts. Dat is de eerste gedachte als je het speelveld overziet voor de verkiezingen in maart volgend jaar. Volgende week keert de Tweede Kamer pas terug van zomerreces, maar de partijen aan de rechterzijde van het politieke spectrum hebben zich de afgelopen weken al duidelijk gemanifesteerd.

Geert Wilders lanceerde zijn verkiezingsmanifest, dat op één A4’tje past. Ook seniorenpartij 50Plus maakte haar plannen bekend. VVD-leider Rutte, opnieuw kandidaat-premier, zei sorry voor zijn gebroken verkiezingsbeloften. En Voor Nederland (VNL), partij van twee oud-PVV’ers, kwam deze week met een nieuwe lijsttrekker: GeenStijl-kopstuk Jan Roos, bekend van het Oekraïne-referendum.

De ijver op rechts valt te begrijpen. Als we de peilingen en de stemming in het land mogen geloven, ligt daar de electorale ruimte. Volgens de meeste peilingen zouden de rechtse partijen (PVV, VVD, VNL, 50Plus, CDA en SGP) samen tussen de 75 en 90 zetels kunnen halen. Slecht nieuws voor links.

Op het tweede gezicht dringt zich een heel andere gedachte op: nog nooit was de tegenstelling links-rechts zó onbruikbaar als nu.

Ga maar na. De PVV heeft weliswaar (zeer) rechtse standpunten over asiel, integratie en veiligheid, maar de rest van het programma pleit voor behoud van de verzorgingsstaat: huren omlaag, pensioenleeftijd weer naar 65, meer geld naar de zorg. De PVV is eigenlijk een linkse partij – dat is de boodschap die met name VVD haar kiezers de komende maanden zal willen vertellen.

Bij D66 is het precies omgekeerd. Die partij is links als het gaat om sociaal-culturele vraagstukken (vluchtelingen, emancipatie van vrouwen en homo’s, euthanasie), maar had de afgelopen jaren een tamelijk rechtse sociaal-economische agenda van hervormen en bezuinigen – al komt de partij daar in het nieuwe verkiezingsprogramma ook deels weer op terug.

En wat te denken van het CDA? In de oppositie tegen Rutte II positioneert die partij zich economisch rechts van de VVD, maar is ook enthousiast over een plan van PvdA en ChristenUnie om de rol van coöperaties in de samenleving te vergroten.

Nationale identiteit

Politicologen betogen al langer dat de oude links-rechtsmeetlat tekort schiet voor het huidige partijenlandschap. Sociaal-economische vraagstukken, zegt André Krouwel (VU), raken steeds meer gekoppeld aan het debat over nationale identiteit. „Het gaat steeds meer over de vraag: welke groepen hebben recht op de verzorgingsstaat?” zegt Krouwel. „De PVV zegt: moslims hebben er geen recht op. 50Plus doet hetzelfde, maar dan met generaties: jongeren hebben niet het recht op dezelfde voorzieningen als ouderen.”

Deze vermenging, zegt Krouwel, heeft geleid tot grote verwarring bij de traditionele middenpartijen. „Het is als soep met balletjes en groenten waar een mixer op is gezet.”

Een alternatieve scheidslijn kun je vinden bij het Oekraïne-referendum in april dit jaar. Daar stonden twee geheel andere groepen tegenover elkaar dan ‘links’ en ‘rechts’. Het nee-kamp (PVV, SP, VNL, 50Plus) was antivrijhandel, anti-EU, pro-Nederland en tegen de ‘politieke elite’. Voor het ja-kamp (de rest) gold: grosso modo pro-EU en pro-vrijhandel, antipopulistisch en bereid tot compromissen.

De afloop is bekend: de kiezers stemden nee. En ook nu staan bijna alle partijen uit het nee-kamp op winst in de peilingen. Als die stemming aanhoudt, is dat slecht nieuws voor het hele politieke establishment.