Koetjes en kalfjes? Typisch Nederlands

Werken in het buitenland Wat ‘normaal’ is in het ene land, kan verkeerd uitpakken in het andere land. En dat zou je zo maar eens een deal kunnen kosten. Dus: “Verplaats je in een andere cultuur.”

iStock

De Duitsers houden niet van het poldermodel, door de beleefdheid van de Engelsen is nooit duidelijk wat ze precies bedoelen en Brazilianen vinden in zakelijke onderhandelingen ook de relatie belangrijk.

Ieder land heeft zijn eigen gebruiken. Wie zaken doet met, of werkt in het buitenland doet er goed aan rekening te houden met die cultuurverschillen. Het kan het verschil uitmaken tussen het wel of niet binnenhalen van een opdracht. Zo kwamen een Zwitsers en een Zweeds bedrijf ooit naar Brazilië om een pitch te doen voor een klant. De pitch was op vrijdag. De Zwitsers waren er op donderdagavond, deden een goeie pitch, en vlogen die vrijdagmiddag weer naar huis. De Zweden deden een minder goede pitch: hun voorstel zou de Brazilianen minder besparen. Maar, de Zweden waren al op dinsdag gearriveerd. Ze hadden geluncht met leidinggevenden, gedineerd met het management, en rondgelopen in Rio. De opdracht ging naar de Zweden. Waarom? Simpel: Brazilianen hechten meer waarde aan het opbouwen van een goede band.

Dit voorbeeld staat in het boek The eight great beacons of cultural awareness van Jim Morris en Sylla Pahladsingh. De twee auteurs woonden in vrijwel alle werelddelen en geven nu trainingen hoe om te gaan met verschillende culturen binnen je team, of het werken in andere culturen.

Bah, een poldermodel

In elke cultuur zitten valkuilen – wat goed werkt in jouw land, kan in een ander land heel verkeerd uitpakken, stellen Morris en Pahladsingh. „Het Nederlandse poldermodel wordt bijvoorbeeld niet gewaardeerd wanneer je met Duitsers vergadert. Duitsers houden er bovendien niet van als je aan het begin van een vergadering over koetjes en kalfjes praat”, zegt Jim Morris.

„Wees daarom bereid flexibel te zijn”, zegt Sylla Pahladsingh. „Je kunt onbewust veel schade aanrichten. Er zijn culturen waarin je uit respect een vrouw geen hand geeft. Moet je dan star vasthouden aan de eigen normen en waarden, of je verplaatsen in een andere cultuur?”

Morris: „Er is geen absolute waarheid in culturele communicatie. In landen waarin veel migranten wonen, is al snel meer flexibiliteit. Kijk naar de Verenigde Staten, daar maakt het dus niet uit in welke kleding je de straat op gaat.”

Nederland is zakelijk

De auteurs maken in het boek en in hun trainingen onder andere gebruik van het model van Richard Lewis.
the_lewis_model_712

Lewis verdeelt de culturele communicatie onder in gebieden waar de zakelijkheid de boventoon voert (in Nederland is dat bijvoorbeeld het geval), gebieden waar het vermijden van gezichtsverlies belangrijker is (Azië), en gebieden waar het opbouwen van een goede relatie verreweg het belangrijkst is (Zuid-Europa en Zuid-Amerika). Het herkennen van die verschillen kan bijvoorbeeld helpen leden in een team aan te sturen, die omdat ze geen gezichtsverlies willen lijden, niet snel zullen zeggen dat ze iets niet begrijpen. Maar, zoals ook uit het voorbeeld van Nederlanders in een Duitse vergadering bleek: er zijn zelfs per buurland verschillen. De belangrijkste les is volgens Morris daarom: „Wees je bewust van je eigen vooringenomenheid en probeer met een open mind contact maken, in het buitenland en met buitenlanders in je team.” Pahladsingh: „Het begint vaak met respectvolle nieuwsgierigheid, en een beetje extra tijd en aandacht voor de relationele kant van de ontmoeting .”

Zomergasten? Vreemd

Nog een voorbeeld: „In Nederland is het heel belangrijk een mening te hebben, dat wordt gewaardeerd. Ik moest daaraan wennen, na een tijd in Azië te hebben gewoond. Een eigen mening is daar niet zo belangrijk, het gaat er meer om het groepsbelang”, zegt Pahladsingh.

Morris: „Een programma als Zomergasten is voor een buitenlander heel vreemd. Je kijkt naar iemand die zijn mening geeft, en kijk je drie uur later weer, dan is diegene nog steeds zijn mening aan het geven.”

De assertiviteit van de Nederlander komt vooral onder stress naar buiten, vervolgt hij. Een Belg zal zich dan juist wat meer terugtrekken. Maar verschillen kunnen ook in non-verbale communicatie zitten. Morris: „Een Engelse automobilist die twee keer met zijn koplampen knippert, geeft aan dat de ander mag passeren. Een Noor bedoelt met dezelfde handeling juist dat hij voorrang neemt. En dan krijg je ongelukken, als die twee elkaar op de weg tegenkomen.”