Isoleercel: van kaal hok tot comfortroom

Reportage Psychiatrie

Nog altijd gebeurt het duizenden keren per jaar dat psychiatrische patiënten worden opgesloten in een isoleercel. Wel veranderen die langzamerhand van kale cellen in kamers met enig comfort. Bij een instelling in Oost-Nederland is dat goed te zien.

Geschreeuw over de gang. Een patiënt worstelt met de verpleging. Hij trekt en duwt. Haalt uit naar mede-patiënten. De verpleegkundigen zien geen andere oplossing: ze pakken de man vast, en brengen hem, langs de kamers van de andere patiënten, naar de isoleercellen. Verpleegkundigen vertellen later die middag over het voorval.

Jucetta Klasema, teamleider van deze gesloten afdeling in Deventer, loopt het voorportaal van de isoleerruimtes binnen. Roomkleurige, zware deuren, in een halve maan gebouwd, scheiden de kale kamers af. Er is een roldeur waar een politiewagen of ambulance naar binnen kan rijden, als een nieuwe patiënt – vaak geboeid en onder invloed van drugs – direct moet worden afgezonderd.

Klasema fluistert; de man achter een van de dikke deuren mag niet horen dat er iemand is. Binnen in de betonnen ruimte ligt een dun matras met linnen laken. Het laken is niet kapot te scheuren, om suïcide te voorkomen. Niets in de ruimte kan kapot. Tot aan de wc-rol toe: over alles is nagedacht. „Het zijn net gevangeniscellen”, zucht Klasema. „Eigenlijk kan dit niet meer.”

‘Separeren’ is zorgjargon. Het betekent: een patiënt opsluiten in een isoleercel, omdat hij of zij zeer agressief is. Dit mogen alleen instellingen die daarvoor toestemming krijgen van het ministerie van Volksgezondheid. Tot zo’n tien jaar geleden was het gebruikelijk vrijwel iedere patiënt die enigszins agressief werd naar de isoleercel te sturen. Daar kon iemand soms dagenlang vastzitten, tot de verpleging zeker wist dat hij of zij weer rustig was.

Het gevoel opgesloten te zitten zonder contact met de buitenwereld kan traumatiserend zijn. Maar de separeercel werd pas echt omstreden door enkele schandalen. In september 2008 brengt de EO beelden naar buiten van Alex Oudman, een autistische man die langdurig in een isoleercel van een psychiatrische afdeling verblijft. Hij werd niet behandeld, kreeg alleen eten en drinken.

In de jaren daarna heeft de geestelijke gezondheidszorg de toepassing van deze maatregel drastisch teruggedrongen. Ook het ministerie van Volksgezondheid en de Inspectie voor de Gezondheidszorg willen „minder dwang en drang”.

Alleen de meest onhandelbare patiënten, die een direct gevaar vormen voor mede-patiënten of verpleging, worden nog in een separeerruimte geplaatst. Die ruimtes zelf veranderen ook; klinieken proberen ze humaner te maken, en er is altijd verpleging aanwezig die behandeling aanbiedt.

Maar uit nog niet gepubliceerde cijfers van GGZ Nederland blijkt dat er nog altijd volop wordt gesepareerd. In 2014, het laatste meetmoment, werden ruim 9.000 mensen in een separeerruimte geplaatst. Dat zijn 116 separaties per duizend opnames. Het aantal daalt wel, want in 2010 waren het er nog 148. Ook het fixeren – een patiënt vasthouden of vastbinden – neemt af.

Afgeluisterd of achtervolgd

Afdelingsleiders, verpleegkundigen, psychiaters en directeuren van ggz-instelling Dimence, in Oost-Nederland, laten deze dinsdag zien hoe ze omgaan met patiënten die opgesloten moeten worden. Ze tonen op verschillende locaties hoe humaan en ‘luxe’ separeren tegenwoordig kan zijn. Maar ook dat de klassieke isoleercel nog steeds bestaat. Bij Dimence werken 2.400 mensen en er worden jaarlijks ruim 25.000 patiënten behandeld. De instelling separeert zo’n tachtig procent minder dan tien jaar geleden.

Geneesheer-directeur Arnoud Jansen vertelt wat voor patiënten in de instelling verblijven: mensen die manisch zijn, ineens naakt over de gang lopen. Mensen die denken dat verpleegsters door de duivel bezeten zijn. Mensen die geloven dat ze worden afgeluisterd of achtervolgd. Of die dreigen mede-patiënten te doden.

De gesloten afdeling van de locatie Westerdok in Almelo heeft hoge plafonds en grote ramen. Er verblijven 15 patiënten, tussen de 18 en 65 jaar. Op de binnenplaats belt een jong meisje met haar mobiele telefoon, een vrouw staart voor zich uit op een bankje, een man is tegen een muur in de hoek gekropen. Een paar bewoners zitten rond de vijver.

Er staat weleens iemand naakt langs de waterkant, vertellen medewerkers. Of erger: een patiënt die zichzelf wil verdrinken. Een vijver lijkt dan nogal gevaarlijk, maar er is een rooster, onzichtbaar, onder het wateroppervlak gelegd.

Afgelopen weekend werd een vrouw binnengebracht die al vaker op de afdeling had verbleven. Thuis was het misgegaan. Onder de invloed van drugs was ze in een psychose geraakt. De politie bracht haar geboeid binnen. De vrouw gedroeg zich agressief. „Ze probeerde door mensen heen te lopen. Steeds weer, door iedereen heen. We verloren het contact met haar”, vertelt psychiatrisch verpleegkundige Madelon Meijer.

Deze vrouw kon naar een ‘Extra Beveiligde Kamer’ worden gebracht, de nieuwste separeerruimte van Dimence, die voldoet aan de modernste standaarden van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

De ruimte is niet helemaal kaal – het idee dat een prikkelloze ruimte nuttig is voor de patiënt, wordt als achterhaald gezien. En de patiënt wordt ook niet helemaal alleen gelaten. Er blijven altijd één of twee medewerkers bij hem of haar, zij het in een ‘verpoosruimte’ achter een glazen wand. Extra personeel wordt opgetrommeld, hoewel het soms even duurt voordat de afdeling weer op volle sterkte is.

Vogelgeluiden

In de Extra Beveiligde Kamer klinken vogelgeluiden. De lichtplaten in het plafond zijn mintgroen. De kleuren en geluiden kunnen patiënten zelf aanpassen. Een grote schuifdeur van gepantserd glas scheidt de kamer van de verpoosruimte.

De kamer gaat op slot, maar patiënten kunnen oogcontact houden met de verplegers en via de intercom met hen praten. De schuifdeur is omlijst met hout. Een coating, want echt hout is kapot te trappen. Aan de wand hangt een touchscreen, waarmee de patiënt spelletjes kan spelen en tv kan kijken.

Psychotische patiënten denken wel eens dat ze afgeluisterd of bespied worden via het scherm. Verpleegkundige Meijer: „Dan gaan ze op allerlei knoppen drukken. Als dat gebeurt, zetten wij het scherm vanuit de aangrenzende kamer uit.”

Dit is, zeggen medewerkers, in niets te vergelijken met de oude separeercellen in Deventer. Die waarvan de teamleider zei dat het „net gevangeniscellen” zijn. Dat Dimence die cellen nog gebruikt, vindt directeur Bas van Wel „erg.” Geneesheer-directeur Arnoud Jansen: „Het doet pijn aan je ogen.”

Dat Dimence ook kale cellen laat zien, is een bewuste keuze. Ze worden nog gebruikt en zullen niet van de ene op de andere dag verdwijnen. Van Wel: „Veranderingen in de sector kosten tijd en geld.” De separeer in Deventer wordt dit najaar overigens wel vervangen door een Extra Beveiligde Kamer – kosten: ruim een miljoen euro.

De bouw van deze kamers maakt het gesepareerd worden mogelijk minder traumatiserend, maar draagt niet bij aan vermindering van het aantal patiënten dat in een isoleercel verblijft. Daarvoor is meer nodig: een andere werkwijze.

Aan een bureau in Deventer zitten teamleider Ingrid Meijerman, psychiatrisch verpleegkundige Mariëlle Haijtink en sociaal psychiatrisch verpleegkundige Marcel Meussen. Ze maken deel uit van Intensive Home Treatment, een team van psychiaters, psychologen, artsen en verpleegkundigen die patiënten thuis verplegen. Dimence redeneert zo: hoe meer mensen thuis geholpen worden, hoe minder kans ze maken in de kliniek gesepareerd te worden.

Veel mensen die van de rechter gedwongen behandeling opgelegd krijgen, wonen gewoon thuis. Dat is ook beter, vertelt Meussen. „Patiënten zijn vaak in de war. Door ze in een kliniek op te nemen, raken ze vaak nóg verwarder. Mensen met een bipolaire stoornis – ze gaan van diepe depressie naar hevige manie – hebben behoefte aan vastigheid. Die vinden ze lang niet altijd in de kliniek. Thuis is die kans groter.”

De thuisteams moeten ervoor zorgen dat de situatie buiten de kliniek niet uit de hand loopt. Moeilijk, want hoe schat je bijvoorbeeld in of iemand die suïcidaal is, daadwerkelijk zelfmoord gaat plegen?

Verpleegkundige Haijtink: „We maken met de patiënt een plan over hoe vaak we op bezoek komen. We ondervragen de patiënt, zijn getraind om signalen op te pikken. ‘Wat ga je de komende 24 uur doen’, vragen we. Komt daar een vaag antwoord op, dan kan dat een signaal zijn.” Dreigt het mis te gaan, dan besluit het team wanneer een patiënt wél naar de kliniek moet.

Ghb met cocaïne

Zeker na drugsgebruik, zoals ghb in combinatie met cocaïne of andere drugs, kan het voorkomen dat een patiënt trappend en schreeuwend wordt afgeleverd in de kliniek. Maar zelfs deze patiënten worden niet meer, zoals tot enkele jaren geleden, altijd rechtstreeks naar de separeerruimte gebracht.

Teamleider Jucetta Klasema van de gesloten afdeling in Deventer: „Nu ontvangen we een patiënt, hoe agressief ook, met een aantal vragen. Wilt u een kopje koffie? Zullen we even rustig gaan zitten? Zal ik u uw kamer laten zien? De politie vond dat gek in het begin , maar nu snappen ze dat wij getraind zijn om mensen rustig te krijgen. Separeren is bij binnenkomst van de patiënt bijna nooit meer nodig.”

Voor echt agressieve patiënten wordt soms een beveiliger ingehuurd, die meeloopt met iemand, hem of haar rustig probeert te houden en desnoods ingrijpt. Maar personeel kan ook veel zelf doen om escalatie te voorkomen, vertelt afdelingsleider Renze van den Noort van Lorna Wing, een autismecentrum van Dimence in Deventer. Er was laatst een patiënt die om zijn identiteitskaart vroeg. Van den Noort: „Toen dachten we: hier is meer aan de hand. Wat bleek? Hij wilde naar een festival waar drugs werden gebruikt.” Was dat gelukt, dan was de kans groot dat hij zou ontsporen.

Twaalf grote ggz-instellingen tekenden deze zomer een manifest waarin ze verklaarden in 2020 alle separeerruimtes te willen sluiten. De Inspectie voor de Gezondheidszorg rekent de Extra Beveiligde Kamers die nu gebouwd worden ook tot de separeerruimtes. Toch lijkt het niet de bedoeling dat die vanaf 2020 helemaal niet meer worden gebruikt. Bestuurders en psychiaters van klinieken houden er rekening mee dat een vorm van opsluiten nodig blijft als een patiënt onhandelbaar is of agressief wordt en niemand hem of haar tot rust kan brengen. Psychiater Elnathan Prinsen: „We doen heel, heel erg ons best om separeren te voorkomen. Maar soms moet het. Daar moeten we eerlijk over zijn.”