Ik ben hartstikke gezond, meid, dat zul je nog ervaren

Zomeravondgesprek Vastgoedinvesteerder Cor van Zadelhoff (78) en hoogleraar veroudering Andrea Maier (38) praten bij een bord bami over een verdwenen vader, knokken voor je bestaan en pillen slikken tegen de ziekte die ouderdom heet. „Voor het woord ziekte is de buitenwereld je niet dankbaar Andrea.”

Andrea Maier: „Ik zie aan uw lijf…” Cor van Zadelhoff „…dat ik oud ben”. Andrea Maier: „Nee, u bent ziek. En patiënt.” Foto Lars van den Brink

Het is vier uur, afgelopen maandag, Cor van Zadelhoff ontvangt ons op zijn landgoed aan de Vecht. Andrea Maier is er al en we vragen haar of ze een man van tegen de 80 zag toen ze met hem kennismaakte. Jeffrey, de chauffeur slash butler, schenkt thee.
„Hoho”, zegt Cor van Zadelhoff. „Ik ben pas 78.
„En ik zag een man van 78”, zegt Andrea Maier.
„Wat? Wat zeg je?”
„Dat ik een man van 78 zag.”
„O, nou, dat zie je dan goed. Ik ben 78 en jij bent van ’78. Had je dat al bedacht?” Hij lacht en werpt zijn eerste vertederde blik op haar. „Verdomme, veertig jaar verschil.”
„Bijna twee generaties.” Andrea Maier lacht terug, maar zakelijk. „Ik kwam aanlopen en u zei: je observeert me.”
„U? Je mag ‘je’ zeggen, hoor.”
„Nee, nee, ik ben echt Duits opgevoed. Misschien aan het einde van de avond, als we een beetje gewend zijn aan elkaar. Misschien” – nu lacht ze heel vriendelijk – „ontstaat er wel een band.”
„Dat zou mooi zijn, haha. Een band tussen jou en mij.”

Waar zag ze zijn leeftijd aan? „Zijn stappen, terwijl hij door het gras liep. Die waren iets kleiner dan je zou verwachten. Maar dat was waarschijnlijk” – ze wendt zich tot hem – „doordat u mij ook observeerde.”
„Ja, en ik had mijn iPad in mijn handen om…”
„…Zomergasten te kijken. U was al bij minuut vijf.” Tegen ons, terwijl ze nee schudt: „Hij heeft zich heel goed op dit gesprek voorbereid.”
„Ik was al bij die kuikentjes!”
„Ja, ja. Vijf minuten.”
„Jeffrey zei tegen me: mevrouw Maier was gisteravond bij Zomergasten, ik zal het even voor u opzetten. Maar ik moest me nog scheren en ik had een stapel papieren die mijn secretaresse voor me had uitgeprint… ”
„…artikelen over mij…”
„…en die moest ik ook nog allemaal vasthouden.”
„Ja, het was een complexe situatie voor u. Daarom liep u wat voorzichtiger.”
„Ik kwam net uit Spanje.” Tegen ons: „We hadden gisteren een reisje met de poloclub naar Spanje.”
Andrea Maier knikt. „Dat is wel vitaal van u, om even een dagje op en neer te vliegen.”
„Vorige week ben ik teruggekomen uit Rio.”
„U staat midden in het leven. Heel goed. Alleen die sigaar…” – Cor van Zadelhoff rookt een dikke havana – „…dat is niet gezond. Aan de andere kant, u houdt van het leven en op uw leeftijd…”
„Rookvlees blijft lang goed.”
„Gedroogd, ja. Aan zo’n rekje.”

We vragen aan Cor van Zadelhoff of hij weet dat Andrea Maier hoogleraar is aan twee universiteiten, in Amsterdam en in Melbourne, en dat ze de leiding heeft over een divisie van duizend mensen. „Ja, ja”, zegt hij. „De ernst van de zaak is mij volkomen duidelijk.” Weet hij ook wat ze doet? „Ze bestudeert het gedrag van ouderen…”
Andrea Maier kijkt bedenkelijk.
„…en de gevolgen voor de maatschappij van het feit dat we in korte tijd een veel langere levensverwachting hebben gekregen. Een belangrijk onderwerp. Daarom heb ik volmondig ja gezegd toen jullie me voor dit gesprek uitnodigden.”

Mensen moeten blijven werken en demotie kunnen accepteren

Cor van Zadelhoff

„Het klopt dat ik naar gedrag kijk”, zegt Andrea Maier. „Van cellen.”
„Om dezelfde reden”, zegt Cor van Zadelhoff, „ben ik lid van de Taskforce Ouderen en Arbeid. Wat zei je?”
„Dat ik het gedrag van cellen bestudeer. In lichamen.”
„Aha. Of ze zich vermenigvuldigen of stoppen.”
„Onder andere. Ik ben arts en wetenschapper, en als wetenschapper bestudeer ik waarom we ouder worden. Dat doe ik in cellen van muizen, en de resultaten extrapoleer ik naar mensen.”
„Hm, hm. Ik heb begrepen dat jij ouderdom als ziekte ziet. Dat vind ik dus echt onzin.”
„O ja?”
„Ja. Ouderdom is een normaal verschijnsel en ik vind het fantastisch dat ik vergeleken met mijn grootvader, die op zijn 74ste een oude man was, nog springlevend ben en alles kan doen wat ik wil. Waarbij ik natuurlijk wel” – hij gooit het stompje van zijn sigaar in de struiken – „goed op mijn gezondheid let en bepaalde medicijnen slik, cholesterolverlagers en bloedverdunners en zo…”
„Ja.”
„…om te voorkomen dat er een prop naar mijn hersenen schiet. Want dan ben je de pisang.”
„Zeker.”
„Maar ik ben niet ziek.”
„Toch wel”, zegt Andrea Maier. „Want uw cellen zijn verouderd en daardoor is er schade aan uw organen, en de vraag is welk orgaan er als eerste mee zal ophouden. U zult diabetes krijgen, of hartfalen, of alzheimer, en de onderliggende…”
„Ja, ja, ja. Hou maar op.”
„…oorzaak van al die ziekten is veroudering. Als we veroudering willen vertragen, moeten we veroudering een ziekte noemen, want dan pas is er aandacht voor. Zo werkt het in de medische wetenschap.”
„Nou, ik vind het vergezocht.”
„Maar waarom? Mijn doel is dat mensen ouder worden zonder gebreken. Met een goed brein en een goed lichaam doorleven, tot in één keer alle organen ermee ophouden.”

Cor van Zadelhoff legt zijn hand op haar arm. „Goed idee, wil ik ook. Maar ik zou een ander woord kiezen, Andrea, niet ziekte. Daar is de buitenwereld je niet dankbaar voor.”

Andrea Maier, onverstoorbaar: „De meeste mensen realiseren zich niet dat ze, als ze vrouw zijn, gemiddeld op hun 42ste hun eerste chronische ziekte krijgen. En als ze man zijn op hun 48ste. Ik introduceer geen nieuwe ziekte. Ze zijn al ziek. Iedereen hier aan tafel is volgens medische maatstaven ziek.”

„Welnee”, zegt Cor van Zadelhoff. „Ik ben hartstikke gezond, meid. Je zult nog ervaren hoe gezond ik ben, ghghgh.”

„U bent wel ziek, alleen merkt u het nog niet. Of u merkt het wel, want als u in de spiegel kijkt, ziet u grijs haar, en u slikt die medicijnen niet zomaar. Ik zie aan uw lijf…”
„…dat ik oud ben.”
Andrea Maier, een beetje vals: „Nee, u bent ziek. En patiënt.”
Cor van Zadelhoff, hard lachend: „Drink jij even lekker je thee uit.”

Foto's Lars van den Brink

Foto’s Lars van den Brink

Het is halfzes, we wandelen door de beeldentuin. Er klinkt gehinnik, het is de telefoon van Cor van Zadelhoff. Terwijl hij wegloopt om over de verkoop van drie paarden te praten, vertelt Andrea Maier hoe ze dat doet met het tijdverschil als ze van Australië naar Nederland vliegt. „Voor het slapengaan een gin-tonic met 5 milligram melatonine, Valdispert en 10 milligram temazepam, zeven dagen lang. Werkt uitstekend.”
In het bos tussen het landhuis en de boerderij wijst Cor van Zadelhoff naar een aarden heuvel tussen de bomen. „We noemen het de bloemenheuvel”, zegt hij. „Het is ons graf. Aarde tot aarde, as tot as, stof tot stof.” Hij is op wintersportvaka ntie gegaan toen het gegraven werd.
„Geeft het rust?”, vraagt Andrea Maier.
„Helemaal niet. Maar ik moet toch ergens liggen.”
Zijn vader zaliger, boer in Ouderkerk aan de Amstel, heeft hem geleerd dat het laatste hemd geen zakken heeft. „Ik heb dat lang niet willen geloven, want ik dacht: dat is ook wat, ben ik ergens” – het hiernamaals – „komt er een mooi pand te koop, heb ik geen geld bij me.”
Andrea Maier kijkt hem niet-begrijpend aan.
Cor van Zadelhoff: „Ik heb het wetenschappelijk laten onderzoeken” – hij grijnst – „en het blijkt waar te zijn. Het laatste hemd heeft geen zakken.”

Nu lacht ze en zegt ze: „Ik heb ook al een graf.”
Verbaasd: „O ja?”
„Ja, op een buitenplaats, in Oost-Friesland, waar ik ben opgegroeid. Heel mooi in de natuur, aan het water.” Ze hoopt er de komende 90 jaar nog niet in te hoeven gaan liggen.
„Een van de consequenties van mijn wetenschappelijk gefundeerde inzicht”, zegt Cor van Zadelhoff, „is dat ik mijn levenstestament ben gaan maken – wie de stekker eruit mag trekken als ik niet meer kan denken – en mijn nalatenschap heb geregeld.” Hij en zijn vrouw hebben geen kinderen. Hun geld gaat naar een stichting voor goede doelen.

Vijfhonderd rozen

Voorbij het bos ligt een weiland waar de buurman zijn helikopter parkeert. „Toen ik in Rio was”, zegt Cor van Zadelhoff, „heb ik iets zeer milieu-onvriendelijks gedaan. Mijn vrouw was jarig en toen heb ik de buurman gevraagd om vijfhonderd rozen te laten droppen boven ons huis.”
„Wel liefdevol”, zegt Andrea Maier.
Hij wijst naar de koeien – zijn koeien – die in de verte grazen en vertelt hoe gelukkig hij van dit uitzicht wordt. Wat hij ook zo mooi vindt: dat zijn vader hem tot op hoge leeftijd adviseerde bij het hooien. „En hij kreeg het laatste woord.” Daar wil hij deze boodschap aan verbinden: „Ouderen moeten relevant blijven.”
Andrea Maier knikt. „Zeer belangrijk.”
„Mensen moeten zo lang mogelijk in het werkproces betrokken blijven, maar wel op een andere manier. Ze moeten demotie kunnen accepteren. Zelf heb ik al lang niet meer de leiding over mijn bedrijf.”
„Op tijd een stap terug doen”, zegt Andrea Maier. „Maar wel blijven participeren. Als er geen interactie is met de maatschappij, wat heb je dan aan een gezond lichaam?”
„Niets”, zegt Cor van Zadelhoff. „Dan ben je een fossiel.”

We worden rondgeleid door de paardenstal en langs de koetsen – rond de twintig, waaronder trouw- en rouwkoetsen, allemaal te huur – en om halfzeven stappen we in de calèche die ons naar Vreeland zal brengen. Zo had Cor van Zadelhoff het bedacht: bij hem thuis beginnen, daarna eten in restaurant De Nederlanden (één Michelinster). Dat De Nederlanden op maandag gesloten is – geen probleem. Het pand is van hem.
„Zie ik kippenvel?”, zegt hij tegen Andrea Maier, naar haar blote benen kijkend. „Wil je een plaid?” Hij draait zich om. „Jeffrey? Jeffrey!”
„Hoeft niet”, zegt Andrea Maier. „Een beetje koud hebben is gezond.”
Terwijl vier Friese paarden de calèche naar de Vecht trekken wil Cor van Zadelhoff van haar weten wat ze van zijn landgoed vindt. „Heel, heel mooi”, zegt ze. „Dank u wel dat u het mij heeft willen laten zien.”
Hij knikt tevreden. „Ik dacht, als je mij een beetje wilt begrijpen, moet je zien hoe ik leef. Je moet mijn roots kennen.”
„Ja, ja”, zegt Andrea Maier. „Als u niet eerder was geweest met uw uitnodiging, had ik u bij mij op de Westhof uitgenodigd.”
„O ja? Is dat eh… Waar is dat?”
„Een voormalige scheepswerf in Zoeterwoude-Dorp uit 1650. Daar woon ik met mijn man. Als we in Nederland zijn.”
Cor van Zadelhoff, in lichte verwarring: „O, o.”

Foto Lars van den Brink

Foto Lars van den Brink

Dikbilkoeien

Hij zwaait naar voorbijgangers en wijst haar op de uitzichten over het water, maar zij wordt afgeleid door de zwaar gespierde dikbilkoeien die in een weiland langs de weg lopen te grazen. „Ziet u dat? Wij hebben bij ouderen een middel uitgeprobeerd om hun spieren te versterken en dat heeft hetzelfde effect.” Ze moet er zelf om lachen. „Ze gaan er niet zo uitzien, hoor. Hun kracht wordt beter. We hebben het gegeven aan ouderen met spierarmoede. Het is ons eerste werkende medicijn.”
„Spierarmoede”, zegt Cor van Zadelhoff. „Hoe weet je of je aan spierarmoede lijdt?”
„Als de massa en de kracht sterk verminderd zijn.” Ze geeft het voorbeeld van de astronaut die terugkeert op aarde – die is bijna al zijn spieren kwijt. Gewone mensen verliezen 10 procent als ze tien dagen in bed liggen. Iedereen verliest bij het ouder worden 1 procent per jaar. „Behalve als je krachtoefeningen doet”, zegt ze. „Drie keer per week een uur, op 80 procent van je vermogen.”
Cor van Zadelhoff: „Wat? Wat?”

We vragen of ze het zelf doet. Ze lacht. „Andere vraag, graag.” Vroeger sportte ze heel veel, zegt ze. En nu, in Melbourne, fietst ze weer. „Daar is mijn conditie goed van opgeknapt.”
Bewegen werkt net zo goed als een pil? „Zeker, mits je je hartslag omhoog brengt en je lichaam uitdaagt.”
„Ik sport twee keer per week”, zegt Cor van Zadelhoff. „Met een professionele begeleider. En ik zwem.”
„Heel goed. Dat is heel goed.”
Hoe zien ze het voor zich, een samenleving waarin we er allemaal 20 of 30 jaar bij krijgen? „Terechte vraag”, zegt Cor van Zadelhoff. „We moeten niet hebben dat het land straks bevolkt wordt door een zootje kreupele bejaarden van wie de organen met medicijnen intact worden gehouden, en die niks meer willen.”
„Nee”, zegt Andrea Maier. „Nee, nee. Mijn doel is dat we ouder worden zónder gebreken.”
Wat gaan we met die tijd doen? „Werken. Zo lang mogelijk blijven werken.”
„Je krijgt wel veel meer echtscheidingen”, zegt Cor van Zadelhoff.
„Is dat erg? Je kunt opnieuw trouwen. Al geloof ik persoonlijk wel in het romantische idee dat je maar één keer trouwt.”
Hoe denkt ze dat het voor kinderen is als ouders zo lang blijven leven? Het kan een enorme belasting zijn, vooral in families waarin weinig harmonie is.

Andrea Maier, die geen kinderen heeft, en geen ouders meer, zegt: „Ik kom ook uit een disfunctionele familie. Je maakt je toch los van je ouders als je volwassen bent? Je kunt toch ergens anders gaan wonen? Maak je vrij!”
En als ouders hulpbehoevend zijn? „Is er iets mis mee als kinderen hun ouders verzorgen? En als dat niet gaat…” Ze begint over het fragment uit de film Boven is het stil dat ze in Zomergasten had willen laten zien. Een zoon draagt zijn vader naar zolder om hem daar te laten overlijden. „Je smeekt gewoon: laat die vader naar het verpleeghuis gaan.”
„Ik stel voor dat we het in fasen doen”, zegt Cor van Zadelhoff. „We brengen de leeftijd eerst naar 100, 110 en dan kijken we hoe het bevalt. Weet je trouwens, Andrea, waarom we twee oren en één mond hebben?”
„Hmm”, zegt ze. „Is het een test? Ik denk, in de evolutie…”
„Je maakt het veel te ingewikkeld.”
„O, dan weet ik het niet.”
„Omdat het verstandig is om twee keer zoveel te luisteren als te praten.”

Chinees halen

Om halfacht zijn we bij restaurant De Nederlanden, waar het binnen donker is. De stroom ligt eruit, in heel Vreeland en in alle dorpen eromheen. De kok kan niets beginnen. „Jeffrey?”, roept Cor van Zadelhoff. „Jeffrey!” Jeffrey gaat chinees halen in Breukelen.
We drinken champagne bij kaarslicht. We vragen Andrea Maier naar haar vader, Cor van Zadelhoff kent het verhaal over hem nog niet. Ze vertelt: „Hij is uit de DDR gevlucht.”
„Ogenblikje”, zegt Cor van Zadelhoff. Hij rommelt door de printjes van zijn secretaresse. „Wat zei je?”
„Mijn vader is uit de DDR gevlucht.”
„Gevlucht? Wanneer?”
„In 1972. Zijn eerste poging was met een heteluchtballon, maar die werd ontdekt. De tweede ballon steeg niet op. Daarna wilden ze de Elbe overzwemmen. Ze waren met z’n drieën, twee jongens en een meisje. Het meisje is doodgeschoten, de andere jongen heeft het fysiek niet gered. Er stond een ontzettende stroming, hij moest terug.”
„Jezus.”
„Mijn vader redde het wel, maar hij werd aan de overkant opgepakt en 18 maanden in een isoleercel gezet. Tot hij werd vrijgekocht en naar het westen ging.”

„Waar woont hij nu?”
„Geen idee. We hebben geen contact.”
„Dat is raar.”
„Ja. Hij heeft zich laten scheiden van zijn vrouw en kinderen.” Andrea Maier was acht. Haar moeder overleed toen ze 23 was.
Cor van Zadelhoff: „Gossiemijne. Dat heeft wel invloed op je leven.”
„Ik ben opgevoed in het teken van de survival of the fittest.”
„Dat hadden wij thuis ook met acht kinderen. Op een boerderij is het knokken voor je bestaan.”
„Je wordt heel snel zelfstandig”, zegt Andrea Maier. „Er zijn twee opties. Of je pakt de kansen die je worden geboden, of het gaat mis. Noem het strategie, of instinct, of adaptatie aan je omgeving. Ik heb mijn kansen toevallig gepakt.” Ze glimlacht naar Cor van Zadelhoff. „Wij zijn beiden survival of the fittest.”
Hij knikt. „Kinderen die in weelde opgroeien hebben het later moeilijker dan kinderen die moeten knokken.”
Andrea Maier: „Mijn moeder zette me op mijn achtste op de boot naar Eastbourne. Ik ging vier weken naar een pleeggezin om Engels te leren.”
„Dat heeft ze goed gedaan”, zegt Cor van Zadelhoff.

Wat zou er gebeuren als al die hulptroepen om u heen weg zouden vallen?

Andrea Maier

„Ja, heel goed gedaan. Maar ik weet niet of ik een achtjarig meisje alleen met de nametag ‘dit is Andrea’ op een schip zou droppen. Hier is je slaapcabine en kijk maar of je wordt opgehaald. Mijn pleegouders kwamen drie uur te laat.” Ze lacht. „Het was echt een heel slecht pleeggezin, verschrikkelijk.”
„Mag ik wat anders vragen?”, vraagt Cor van Zadelhoff. „Hoe kom jij eigenlijk aan die belangstelling voor oude mensen?”
„O, ja, ja. Als ik ouderen zie, heb ik een intrinsieke neiging om met hen te praten. Ze geven me een gevoel van geborgenheid.” Haar man is 18 jaar ouder dan zij. „En wetenschappelijk was het handig om in een niche te stappen. Onderzoek naar veroudering was nieuw.”
Jeffrey komt binnen met het eten, plastic bakken met babi pangang, tjap tjoi en saté. Voor Andrea Maier tofu met groenten. De kok schenkt een mooie zweigelt.
„Mag ik een stuk kroepoek van je”, vraagt Cor van Zadelhoff aan Andrea Maier.
Ze aarzelt. „Met mijn handen?”
„Ja hoor, gewoon met je handen.”
Ze doet het niet. Ze is opgevoed met etiquette, zegt ze.

Cor van Zadelhoff kijkt of er meer saté is. Het eten smaakt hem heerlijk. „Ik ben natuurlijk verwend met een chauffeur”, zegt hij. „Maar anders hadden we nu geen eten gehad.”
„Dan had ik wat geregeld”, zegt Andrea Maier.
„Hoe dan? Hoe had jij eten geregeld.”
„Met een app. En dan was het bezorgd.”
„O ja, een app.”
Andrea Maier, weer een beetje vals: „Kunt u eigenlijk koken?”
„Ik zou het een keer doen, had ik beloofd aan mijn vrouw. Toen heb ik de chinees gebeld. Breng je het even, zei ik. Nee, jij halen, zei hij. Ik: nee, jij brengen. Hij: nee, jij halen. Hij verdomde het. Ik heb een taxi gebeld.”
„Wat zou er gebeuren”, vraagt Andrea Maier, „als al die hulptroepen om u heen weg zouden vallen?”
Hij recht zijn rug. „Dan doe ik het zelf.”
Denkt zij dat hij daartoe in staat is?
„Nu wel een beetje aardig blijven hè”, zegt Cor van Zadelhoff.
„Ik denk… dat het dan een blik witte bonen in tomatensaus wordt.”
„Héérlijk.”
„Maar na drie dagen gaat het goed, hoor. Ik zie een oerkracht in u.”
„Ik denk dat ik heel snel een nieuwe staf om me heen heb verzameld. Misschien bel ik jou.”
„Ik in uw staf? No way. No way.”

Foto Lars van den Brink

Foto Lars van den Brink

„Is er nog meer saté?” vraagt Cor van Zadelhoff. Tegen ons: „Jullie hebben alle saté afgepakt.”
Na het eten vragen we aan Andrea Maier of ze zelf medicijnen slikt om gezond oud te worden. „Nee, daar ben ik heel slecht in.” Collega’s uit haar onderzoeksgroep, 30, 40 jaar, doen het wel, preventief. „Een bloedverdunner, een cholesterolverlager, een bloeddrukverlager, antisuikerpillen en diclofenac. We hebben allemaal te maken met laagwaardige ontstekingen, die rem je daar mee af. Dat is de redenering.”

Maar zij doet dat dus niet. „Nee, ik heb er weerstand tegen.” Doet ze dingen als botox? „Nee, nee, dat gaat over het uiterlijk.” Ze draait zich naar Cor van Zadelhoff. „Doet u botox?”
„Ja, drie maanden lang”, zegt hij. „Twee pillen per dag, om de darmen schoon te maken.” Hij heeft detox verstaan.
Ze doet wel make-up, zeggen wij. „Het is een gevoelskwestie”, zegt ze. „Iets op je smeren of spuiten en slikken, dat is toch een verschil.”
En die middelen dan die ze ouderen geeft om hun spieren te versterken? „Maar dat gaat over functionaliteit! Dat je nog zelf een pot jam kan openen!”
Tegen tienen floept het licht weer aan. Cor van Zadelhoff veert op. „Jeffrey? Kun jij buiten de verwarming aanzetten?”
Nog even op het terras een sigaar roken en dan naar huis. Morgen vliegt hij naar Kiev. Andrea Maier vliegt over zes dagen naar Melbourne. „Meisje toch, zo’n onrustig leven.” Ze glimlacht. „Dank voor uw medeleven.”
Nog steeds geen ‘je’, zeggen wij. „Je weet nooit wat de toekomst brengt”, zegt ze. Tegen Cor van Zadelhoff: „U bent van harte welkom bij ons in Melbourne. We wonen in een prachtig Victoriaans huis, midden in het centrum.”
„Dank je wel”, zegt hij. „Kom.” Ze krijgt vier kussen: drie op de wang en één op de mond.