IJzersterke Amerikanen

Vrijdag werd de eerste ronde gespeeld van de olympiade in Baku, de hoofdstad van Azerbaidzjan. Baku is een van de vele steden die het Parijs van het Oosten worden genoemd en wie het ontroerende boek Ali en Nino van Kurbain Said (een nog steeds niet helemaal opgehelderd pseudoniem) heeft gelezen, verlangt er waarschijnlijk net als ik naar om door de straatjes van de oude stad te lopen. De moderne gebouwen van deze rijke oliestad worden ook bewonderd.

Het is de geboortestad van Garri Kasparov, voorheen ‘het Beest van Baku’. In 1990 ontvluchtte hij met zijn familie de stad vanwege de gewelddadigheden tussen Azeri’s en Armeniërs (Garri’s moeder was Armeens) die een gevolg waren van de oorlog om Nagorno-Karabach, de Armeense enclave in Azerbaidzjan. Hij kwam nooit meer terug in Baku.

De president van de Russische schaakbond, de miljardair Ardrej Filatov, suggereerde laatst dat Kasparov nu misschien toch naar Baku zou komen, als coach van het Amerikaanse team. Filatov denkt dat Kasparov de Amerikanen al heeft geholpen, wat goed mogelijk is, maar om die steun voort te zetten hoeft hij natuurlijk niet ter plaatse te zijn.

De Verenigde Staten zijn aan de eerste drie borden met Caruana, Nakamura en So het sterkste land, sterker dan de Russen zelfs, maar de Russen hebben de beste speler aan bord vier en de beste reserve. Als het waar is dat de beste knechten een wedstrijd winnen, wint Rusland.

Omdat ik van de olympiade nog geen partijen kan laten zien, is er hier een van landskampioen Jorden van Foreest uit het open toernooi in Vaujany, dat hij in juli met 8 uit 9 won.

Het is geen prachtpartij, daarvoor speelde de Bulgaarse grootmeester Chatalbashev te zwak. Het gaat me om de zet die Van Foreest speelde in de diagramstelling. Hij kon gewoon een stuk pakken, maar in plaats daarvan bracht hij een dameoffer, om een mooi patroon op het bord te zetten.

Wie ouder, wijzer en minder scherp is dan Jorden van Foreest nu is, pakt simpel en saai het stuk, onder het motto: ‘een dameoffer is leuk, maar misschien zie ik iets over het hoofd.’ Als je zeventien jaar bent, ben je niet bang dat je iets over het hoofd ziet.

Jorden van Foreest - Boris Chatalbashev, Vaujany Open 2016

1. e4 g6 2. d4 Lg7 3. Pc3 c6 4. f4 d5 5. e5 Ph6 6. Pf3 f6 Verstandiger was 6...Lg4 met de bedoeling 7...Pf5 en 8...h5 en daarna langzaam en voorzichtig spelen. 7. Ld3 0-0. Dit past wel bij 6...f6, maar zwarts koning wordt een makkelijk doelwit. 8. h3 fxe5 9. dxe5 c5 10. b3 e6 Zwart heeft de opening op zijn jan-boerenfluitjes gespeeld. Als zijn laatste zet nodig is, is er iets mis met zijn stelling. 11. h4 c4 12. bxc4 dxc4 13. Lxc4 Dc7 14. De2 Pf5 15. Pe4 b5 16. Lb3 b4 17. g4 La6 Hij laat e6 in de steek. 18. Df2 Dc6 19. gxf5 Dxe4+ 20. De3 Dc6 Wat zwart ook doet, zijn pion e6 valt, met vreselijke gevolgen. 21. f6 Lh6 22. h5 gxh5 23. Txh5 Db5 Laatste hoop. Na 24. Txh6 Df1+ 25. Kd2 Td8+ gaat wit mat. 24. Dg1+ Kh8 25. Pd4 Dc5

Zie diagram

26. Dg7+ De artistieke touch. Hij kon een stuk pakken met 26. Txh6, want als zwart terug wil vechten met 26...Tg8, geeft wit met 27. Txh7+ Kxh7 28. Dh2+ Kg6 29. f5+ snel mat. Jorden vindt het leuker om zijn dame te offeren. 26...Lxg7 27. fxg7+ Kg8 Of 27...Kxg7 28. Pxe6+ met damewinst. 28. gxf8D+ Dxf8 Nu verliest zwart na 28...Kxf8 de dame. 29. Pxe6 Zwart gaf op. Na 29...Dc8 kan wit op veel manieren winnen, het sierlijkst met het kalme 30. Lb2.