Hopeloos

©

©

Vier thuisnederlagen van Oranje lijken bondscoach Danny Blind nauwelijks te raken. Potdoof voor fluitconcerten, stekeblind voor leeglopende tribunes. De wereld van Blind speelt zich af in de miniatuur van de dug-out waar volk en media geen toegang hebben. Dat is hem aan te zien: in alles belichaamt de bondscoach de zelfbedachte heroïek van de afzondering. In Eindhoven wierp hij welgeteld één schuine blik naar uittredend assistent Marco van Basten. Een lege blik zonder inzet naar verstandhouding.

Nu de ratten van de KNVB en Oranje het schip verlaten, wordt een zweem van het martelaarssyndroom over Danny Blind geworpen. Zie hem toch kauwen op zijn eenzaamheid en tristesse. De vraag wordt niet gesteld of het misschien Blind zelf is die voor de uitval heeft gezorgd. Toen ze nog samen voor Oranje speelden, spijkerde Ronald Koeman hem vast in een schromelijk gebrek aan loyaliteit. Blind was de Zeeuw die zich eeuwig verongelijkt voelde in de bravoure van de Randstad. Achter iedere boom van Oranje zag hij een vijand staan.

Later, toen hij bij Ajax een sleutelrol mocht spelen brokkelde dat wantrouwen af. Maar een open boek is hij niet geworden. En zijn vlotte camaraderie is veeleer op rubber gebouwd. Er zit weinig hart achter.

Misschien is het ook verlegenheid.

Om nu te zeggen dat de bondscoach slachtoffer is van de rotzooi binnen de KNVB is de waarheid geweld aandoen. Hij nam toch zelf deel aan die rotzooi in de onzinnige constructie met Guus Hiddink die hem geen windeieren zou leggen. En had hij dan niet kunnen weten dat het prestige van zijn godfather Bert van Oostveen op krukken liep? Hij als gerijpte international had met zijn ellebogen moeten aanvoelen dat zijn klik met de spelers van Oranje haperde. Er was misschien een enkele worp van slapend respect, maar niet meer dan dat.

Al die tijd keek Danny Blind van zichzelf weg om zijn postje warm te houden. Iedereen kon zien dat hij doodongelukkig was, maar de carrière was hem veel gemiste kwaliteit van leven waard. En zoveel liefde hield hij toch al niet over aan het voetbal.

Ik herinner me de affaire met de kabel in de jaren negentig. De opstand van de donkere jongens Davids, Kluivert en Bogarde tegen de witte kliek van Ajax die hogere salarissen en bonussen had weten te versieren. Het werd aanvoerder Danny Blind zeer kwalijk genomen dat hij geen partij koos voor de minderbedeelden. Ik hoor het Patrick Kluivert nog zeggen tijdens het WK: „We zitten heus niet op Blind te wachten om een biertje en een sigaar te halen in het SAS-café in Monaco.”

Zelfs als speler van Ajax en Oranje ademde Danny Blind een zeker isolement. Dat is er als coach niet op verbeterd. Huiver in de communicatie maakt hem afstandelijker dan hij wellicht is. Voetballers prikken daar doorheen met een quasi meedogenloos dedain.

De KNVB heeft zich vergist in Blind en Blind in de KNVB. De twee machtscentra zijn aangevreten door falend leiderschap. Dat komt niet meer goed, ook niet na een overwinning van Oranje tegen de Zweden. Aad de Mos pleitte bij Pauw voor een sterke man in de staf van Oranje. Zijn kraaloogjes glinsterden. Uit gêne haalde hij er gauw Willem van Hanegem bij. Een serieuze sollicitatie was dat niet, maar de woorden van De Mos waren wel veelbetekenend voor het verlangen naar nieuw leiderschap bij Oranje. Als ik Danny Blind was, zou ik zo langzamerhand de eer aan mezelf houden. Zeeland blijft mooi, ook voor de oude dag.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.