Gronings: vele talen die samen apart leven

Taalkunde

In Groningen werd de afgelopen 800 jaar Oudfries, Middelnederlands, Nederduits, standaard Nederlands en Gronings dialect gesproken. Die talen hebben elkaar voortdurend beïnvloed.

©

Een boek dat Biografie van het Gronings heet, dat zal wel een boek over Gronings dialect zijn, zou je denken. Maar eigenlijk gaat het boek waarmee Siemon Reker nu afscheid neemt van het hoogleraarschap Groninger taal en cultuur, over iets veel groters: de meertalige geschiedenis van Groningen. In Groningen werd de afgelopen 800 jaar Oudfries, Middelnederlands, Nederduits, Standaard Nederlands èn ja, dat ook, Gronings dialect gesproken.

De opzet van het boek, 1300 bladzijden dik en met niet één maar drie leeslinten, is origineel en eigenzinnig. In 1001 column-achtige stukken van elk één pagina lengte, schrijft Reker telkens iets naar aanleiding van een woord, zin of tekst die tussen 1200 en nu in Groningen geschreven of gezegd is. Hij besteedt daarbij veel aandacht aan wat hij ‘LAT-relaties’ tussen talen noemt – living apart together.

De meertalige geschiedenis van Groningen kan verteld worden aan de hand van zomaar een paar zinnen die Reker in zijn boek bespreekt.

Rond 1250:

„So waer een dieff des nachts diefflicke en schadelike binnen synen doeren een moert slacht: mit vier hundert marck to gelden.”

Uit de dertiende eeuw zijn er bijna uitsluitend juridische teksten overgeleverd. Veel daarvan zijn in het Latijn, sommige, zoals deze, in een soort van Middelnederlands. Er staat: Als een dief tijdens diefstal met inbraak ‘s nachts binnenshuis een moord begaat, moet dat met vierhonderd mark beboet worden.

Eveneens rond 1250:

„Etta warve, ther alle Hunesgena redegevan hiara warf ledzie, fon there sunna uptochta thet etmel al umbe…”

Voor wie geen Fries kent, is dit nauwelijks te volgen. Het is dan ook Oudfries, de middeleeuwse voorloper van het moderne Fries.

Tot in de veertiende eeuw was het Groningse platteland Friestalig. Maar in de stad Groningen zelf, die op het noordelijke uiteinde van de Hondsrug ligt en daar ooit als een Drents dorp is ontstaan, werd vanaf het begin een Nederduits dialect gesproken dat verwant was aan de dialecten van Drenthe, maar ook die van de Noord-Duitse steden waar de Groningers mee handelden.

Het achterland van de stad Groningen, de ‘Ommelanden’, schakelde pas in de loop van de veertiende eeuw over op het Nederduits. Zo verdween het Fries uit dat deel van Noord-Nederland.

De laatste Friese tekst uit Groningen dateert van 1397. Maar tot in de vijftiende eeuw zitten er nog allerlei Friese elementen in het Gronings.

Rond 1600:

„Hödet juw vör den valschen Propheten, de tho juw kamen in Schapes Kleider, inwendich averst sint se rytende Wülffe.”

Inderdaad, een citaat uit de bijbel: Hoedt u voor de valse profeten, die tot u kwamen in schaapskleren, maar eigenlijk zijn het verscheurende wolven. Het klinkt een beetje Nederlands, maar ook een beetje Duits. Het Gronings kon in die tijd nog twee kanten op: het kon een soort Duits worden, het kon een soort Nederlands worden.

Het werd Nederlands, want in 1594 sloot Groningen zich definitief aan bij de Republiek der Verenigde Nederlanden. De schrijftaal werd vanaf toen steeds Hollandser.

1890:

„Ik bin bliede dast komen biste. Ik heb hijle oavend op t sofabankie zeetn en bin zo kolt as n kikkert.”

Uiteraard begon de vernederlandsing van het Gronings in de hogere kringen. Maar het ging niet zo snel als je misschien zou verwachten. Toen een jongeman uit de Groningse society in 1890 een freule ten dans vroeg, was bovenstaand citaat haar spontane antwoord.

Volgens Reker is de houding ten aanzien van dialect tegenwoordig zó: hoe hoger de opleiding hoe groter de waardering voor het Gronings dialect, maar ook hoe geringer de beheersing. Dat bevestigt weer eens wat we al wisten: dat de dialectsprekers de ergste vijanden zijn van het dialect.

Twintigste eeuw: „as ik kommen kind haar”, „as ik kommen kinnen haar”, „als ik haar kinnen kommen”, „als ik had kunnen komen”.

Dit is een voorbeeld van hoe het Gronings langzaam verschuift richting Standaardnederlands. In het locale dialect waar de eerste drie zinnen uit komen werd een eeuw geleden nog „as ik komen kind haar” gezegd. Daarna werd het: „as ik kommen kinnen haar”. Vervolgens: „as ik haar kinnen kommen” – en dan is het verschil met Standaardnederlands nog maar minimaal. Volgens Reker correspondeert elke stap met ongeveer één generatie. Dit is dus wat drie achtereenvolgende generaties met zo’n dialect kunnen doen.

1948: „Terborg zei dat hij morgen weer groene zeep had.” „Terbörg zee dat e morgen weer groene zeep haar.” „Terbörg zee dat e mörgn weer gruine zaip haar.”

Drie voorbeelden van hoe je rond die tijd in Groningen iets kon zeggen: in Standaardnederlands, in ‘halfdialect’, en in ‘volledig’ dialect.

Vanaf het einde van de achttiende eeuw zijn er mensen die verhalen of gedichten schrijven in Gronings dialect. Vaak is dat halfdialect een soort tussentaal tussen dialect en Standaardnederlands in. Sommige Groningers vinden halfdialect ‘slecht dialect’, anderen – waaronder Reker zelf – vinden dat halfdialect een linguïstische realiteit is, want iedere Groninger die zowel dialect als Standaardnederlands spreekt, kan daar ook ergens tussen in gaan zitten.

Sommige dialectschrijvers reageren op al dat halfdialect door een soort ‘hyperdialect’ te schrijven: iets wat zoveel mogelijk afwijkt van het Nederlands. Ze deinzen er soms niet voor terug om allerlei in onbruik geraakte woorden uit het (dikke) Nieuw Groninger Woordenboek uit 1952 weer in ere te herstellen.

Rond 2000:

„Ik heb een neie koamer kreegn het mot nog behong worn.”

Kinderen uit groep 8 deden mee aan een schrijfwedstrijd in het Gronings, dit is een van de vele mooie zinnen die er toen geschreven werden. Wat bewijst dat het dialect nog springlevend is.

2014:

„As je bedenkt hou veul keer we dit kanaaltje (…) heen en weer varen hebben, onveurstelbaor en het bleef spannend.”

Het wordt steeds gebruikelijker dat Groningers, vaak binnen eenzelfde zin, heen en weer schieten tussen Nederlands en Gronings. Zoals deze vrouw, aan het woord op RTV Noord. Als je het Standaardnederlands in haar uitspraken cursiveert ziet dat er zo uit: “As je bedenkt hou veul keer we dit kanaaltje (…) heen en weer varen hebben, onveurstelbaor en het bleef spannend”

Siemon Reker – Biografie van het Gronings. De taal van Groningen in 1001 stukken. In Boekvorm Uitgevers. 1348 blz., 75 euro.