Een plant kun je kweken, een voetballer niet

Schelden op de KNVB is lekker, maar het helpt niets, schrijft Auke Kok. „We moeten domweg wachten tot nieuwe toppers het sportpark binnenlopen.”

Daley Blind en Jeroen Zoet van het Nederlands Elftal na afloop van de verloren oefeninterland Nederland - Griekenland (1-2) in het Philips Stadion. Foto Koen van Weel/ANP

Niet voor het eerst in de geschiedenis was het deze week weer dankbaar prijsschieten op de KNVB. De wonderbaarlijke uittocht van drie assistent-bondscoaches, van een directeur en een teammanager werd publicitair breed uitgemeten. Met de eerst wel, en dan toch niet naar Zeist vertrekkende assistent Ruud Gullit als dieptepunt. Of bood de eenzaam en alleen achterblijvende hoofdtrainer Danny Blind een nog treuriger beeld? Het doet er niet veel toe, bij de KNVB is chaos troef. En dat in een periode dat het Nederlands elftal en de eredivisieclubs internationaal bijzonder zwak presteren. Om niet te zeggen dat ons profvoetbal zich in de grootste crisis sinds vijftig, zestig jaar bevindt.

Zeggen dat het allemaal niks is en niks zal worden is prettig voor het gemoed. Net als het afgeven op de afzwaaiende directeur betaald voetbal, Bert van Oostveen. Die heeft er een rommeltje van gemaakt en met de benoemingen van Guus Hiddink en Danny Blind tot bondscoaches het mislukken van de kwalificatie voor het EK 2016 als het ware in gang gezet.

Maar dat lijkt een iets te gemakkelijke voorstelling van zaken. Zo is het zeer de vraag of Oranje zich met andere bondscoaches wél voor de Europese kampioenschappen zou hebben geplaatst. Nederland beschikt de laatste tijd eenvoudig over beduidend minder topvoetballers dan voorheen. In feite is er nog maar één speler van Europese klasse over, de alweer 32-jarige Arjen Robben, en die is vaak geblesseerd.

Daarnaast leggen de betere Nederlandse spelers het fysiek en qua strijdbaarheid af tegen hun buitenlandse concurrenten. De derde plaats op het WK van 2014 lijkt vooral een gevolg van een zeldzame chemie tussen hoofdtrainer Louis van Gaal en de spelers te zijn geweest, van een gunstige loting en andere gevallen van geluk. Het succes in Brazilië was zand in de ogen van de Nederlandse spelers en in die van de beleidsmakers en de fans. In werkelijkheid was Oranje niet het op twee na beste team van de wereld, verre van dat. De relatief grote toevalsfactor in voetbal had weer eens toegeslagen.

Nu de schok van de gemiste EK-kwalificatie is uitgewerkt, zorgen de wantoestanden in de top van de KNVB voor nieuwe paniek, voor schimpscheuten en badinerende taal. Maar hoe lekker dat ook mag zijn, ons voetbal zal het meeste baat hebben bij realisme, bij een zekere berusting zelfs. Met het matige spelersarsenaal dat bondscoach Blind tot zijn beschikking heeft, zal ook de eindronde van het WK 2018 mogelijk niet worden gehaald. Van een Oranje dat vrijwel geen spelers van Europese topclubs telt, mogen geen wonderen worden verwacht.

Advies van twee experts: Wat moet de KNVB nu gaan doen?

En het gebrek aan snelle en strijdvaardige voetballers dan, kan dát de KNVB niet worden aangerekend, de alom bespotte directeur Van Oostveen voorop? Vermoedelijk niet. Onze, tot voor kort veel geprezen voetbalcultuur werd decennialang van hoog tot laag gesteund, óók door de deskundigen in de media die nu tot hun eigen genoegen overal gehakt van maken. Sterker, het gewenste realisme brengt met zich mee dat de conclusies in het recente KNVB-rapport Winnaars van Morgen zo snel mogelijk in de praktijk moeten worden gebracht, bij de prof- en de amateurclubs. In het rapport, uit het tijdperk-Van Oostveen nota bene, wordt gepleit voor verhoging van de mentale en lichamelijke weerbaarheid. Hopelijk zullen de voorgestelde aanpassingen nieuwe talenten voortbrengen die zich op de buitenlandse velden minder snel opzij laten zetten dan hun voorgangers. Maar dat gaat dus wel even duren.

En dan nog: hoe kweekbaar zijn voetballers nu eigenlijk? Termen als ‘eigen kweek’ zijn hier ingeburgerd, maar de resultaten zijn per definitie betrekkelijk. Het is zoals Marco van Basten stelde: de echte toppers kweek je niet, die bieden zich aan. Met die opmerking streek Van Basten, die tot ieders verbazing binnenkort opstapt als assistent-bondscoach om voor de FIFA te gaan werken, menigeen tegen de haren in. Vooral de aanhangers van Johan Cruijff geloven heilig in de mogelijkheid om jonge spelers zodanig te trainen dat ze zich tot juweeltjes ontpoppen. Maar, paradoxaal genoeg, Cruijff en Van Basten zelf zijn voorbeelden van jongens die vroeger domweg meer aanleg hadden dan de rest. Bovendien konden ze vanaf hun puberteit beter tegen kritiek dan anderen en toonden ze uitzonderlijk veel doorzettingsvermogen bij tegenslagen. Eigenschappen die je hebt of niet.

Juist de club die sinds 2012 werd gemodelleerd naar de ideeën van Cruijff, Ajax, heeft het relatieve van het ‘kweken’ haarfijn aangetoond. Onbedoeld, natuurlijk. Ondanks onwaarschijnlijk hoge investeringen in de jeugdopleiding is van eenheid in het huidige eerste elftal weinig te merken. Volgens de voorschriften van Cruijff werd jarenlang dag in, dag uit getraind onder leiding van voormalige topspelers, maar kennelijk bood dat zo weinig soelaas dat de directie zich afgelopen zomer genoodzaakt zag om spelers aan te trekken die nauwelijks ouder zijn dan de ‘groeibriljanten’ uit de eigen kweek. Het experiment kan als mislukt worden beschouwd.

Lees de analyse van drie oud oud-trainers van Ajax na de uitschakeling in de Champions League: ‘Het is een kwaliteitsarm elftal’

Als het ‘opleidingsclub’ Ajax het al niet lukt om toppers te kweken, dan zit er kamerbreed niets anders op dan voorlopig te redden wat er te redden valt. Dus met tactische beginselen die passen bij het bescheiden niveau van de beschikbare spelers. Zowel bij Oranje als bij de clubs; onze vertegenwoordigers zullen zich op de Europese velden moeten verweren om te voorkomen dat Nederland nog verder daalt op de internationale rankings.

De afdeling betaald voetbal van de KNVB had nooit veel gezag, dus in zoverre geen nieuws, en die moet ambitieuze nieuwe trainers benoemen. De pas aangestelde technisch directeur Hans van Breukelen moet niet gaan blunderen zoals hij in zijn beginjaren als Oranjedoelman soms deed, dan is er al veel gewonnen.

En intussen dienen de hoogwaardige faciliteiten van ons nationale spel op peil te worden houden en moeten we wachten tot zich nieuwe toppers aandienen. Saai maar waar. Op een dag komen er pardoes nieuwe balkunstenaars als Rafael van der Vaart het sportpark binnenlopen, nieuwe doordouwers als Ruud van Nistelrooij, spitsen als Patrick Kluivert. Jongens die zó goed zijn dat niemand ze hoeft te ontdekken. Jongens die onze clubs, of in ieder geval het Nederlands elftal, weer bij de top kunnen brengen.

Voorlopig is die top buiten het zicht — of de kenners en de miljoenen voetbalfans die in hun verlangen naar successen gif spuwen naar de bobo’s het nu leuk vinden of niet.