Duwen tegen de grens van de macht

Prinsjesprijs

Drie boeken zijn genomineerd voor de prijs voor het beste politieke boek van vorig jaar.

Hans Janmaat houdt een toespraak in februari 1996 na een demonstratie van de Centrum Democraten. Het was voor het eerst in lange tijd dat de CD daarvoor toestemming had. Foto Paul Stolk / ANP

Dat de columnist Pieter Hilhorst als PvdA-wethouder in Amsterdam heeft gefaald, is bekend. Onder zijn lijsttrekkerschap verloor de PvdA in februari 2014 voor het eerst in de geschiedenis de gemeenteraadsverkiezingen. Exit Hilhorst.

Zijn eerste reactie tegen de pers was echter opmerkelijk: „De PvdA heeft flink verloren. Het is mij helaas niet gelukt in Amsterdam deze landelijke trend te keren.” Waarmee hij de verantwoordelijkheid voor de mislukking eigenlijk voor een groot deel schoof op de partij. De PvdA die in Amsterdam altijd had gewonnen, wat er in de rest van Nederland ook gebeurde.

Weer een jaar later, vorig jaar, schreef Hilhorst een boek over zijn falen, een falen dat kennelijk zo uniek en zo schitterend was dat velen van hem wat kunnen opsteken. Letterlijk: hij eindigt met zeventien tips van (kort samengevat) „breek met het verleden” tot „schep een beeld van jezelf dat geschikt is voor publieke consumptie” .

Het is lovenswaardig als bestuurders ook na hun vertrek verantwoording afleggen van hun daden, maar het gevaar dat zij de gelegenheid aangrijpen de eigen successen op te poetsen, mislukkingen te verdoezelen en politieke rekeningen te vereffenen ligt op de loer. Hilhorst doet dit alles met volle teugen. Zijn boek De belofte waarin hij zonder een spoor van ironie betreurt hoe hij zijn ‘krullebol’ moest afknippen als politicus, is onbeschaamd narcistisch.

Nu is zijn boek voorgedragen als een van de drie kanshebbers voor het beste politieke boek van het jaar 2015, de Prinsjesprijs die 16 september wordt uitgereikt.

De andere genomineerden zijn het lijvige De verschrikkelijke Janmaat van Joost Niemöller, en Weerbare democratie. De grenzen van democratische tolerantie van Bastiaan Rijpkema.

Populisten marcheren

Beide laatste boeken zijn op het eerste oog verwant. De Centrumpartij, en later de Centrumdemocraten, waarvan de in 2002 overleden Hans Janmaat de politiek leider was, opereerde voortdurend langs de grenzen van wat democratisch werd getolereerd. Sterker, zoals Niemöller ook memoreert, Janmaat is ooit veroordeeld wegens fascistische uitlatingen. Maar daarmee houden de overeenkomsten op. Rijpkema’s boek bouwt sterk voor op de ideeën van de Amsterdamse hoogleraar staatsrecht George van den Bergh. Eerder verzorgde hij een heruitgave van diens oratie uit 1936: De democratische Staat en de niet-democratische partijen. Hoofdvraag van Van den Bergh is: hoe kan een democratie zich verweren tegen partijen die als doel hebben de democratie af te schaffen ten gunste van een autoritaire staatsvorm?

Drie jaar nadat Hitler via het Ermächtigungsgesetz de Duitse Bondsdag zichzelf had laten uitschakelen, was dat een actueel thema. En dat is het weer, nu in Europa overal populistische bewegingen marcheren die zich eerder baseren op het leiderschapsbeginsel dan op de grondrechten als geestelijke vrijheid en gelijkheid voor de wet.

Niemöller maakt niet veel woorden vuil aan de aard van de Centrumpartij of de Centrumdemocraten, die hij gemakshalve samenvat in de term ‘Centrumbeweging’. Zijn boek bestaat voor een groot deel uit anekdotes, voorvallen die moeten bewijzen dat Janmaat ten onrechte slecht is behandeld door andere partijen en door de vijandig gezinde media. Wie een biografie van Janmaat verwacht komt bedrogen uit: Niemöllers boek beschrijft andere personen, zoals de ‘partij-ideoloog’ Wim Bruyn, en de occulte ex-kabouter Henry Brookman die de Centrumpartij in 1980 oprichtte.

Op pagina 213 staat ‘de persoon Janmaat’ voor het eerst centraal. In de hoofdstukken daarvoor gaat het eigenlijk om het schetsen van de weerstand die de partij van Janmaat in de jaren tachtig en negentig ten deel viel. De ondertitel, Nederland en de centrumpartij, zou daarom net zo goed de hoofdtitel kunnen zijn.

Niemöller heeft veel informatie opgediept uit archieven, mensen gesproken, en hij is eropuit gegaan. Bijvoorbeeld naar het hotel in Kedichem waar antifascisten voorjaar 1986 met veel geweld een vergadering van Janmaat en de zijnen verstoorden. Wil Schuurman, Janmaats secretaresse met wie hij later huwde, verloor als gevolg daarvan haar been.

Bij de presentatie van al het verzamelde materiaal gaat het verkeerd. Het boek wemelt van de slordigheden, onduidelijke verwijzingen, en omgekeerde chronologie. Niemöller roept een tijdsbeeld op waarin twee kampen onverzoenlijk tegenover elkaar stonden. Het geheel blijft echter steken in de weergave van oude polemieken en voorvallen en het ontbreekt aan synthese en analyse. Over Janmaat wordt een genadig oordeel geveld: „Er valt Janmaat het nodige te verwijten. Maar die persoon werd ook gevormd door de omstandigheden. Welke Nederlander werd ooit zo massaal gepest en gehaat?”

Het wezen van de democratie

Aan theorie en analyse is bij Rijpkema geen gebrek. Hij laat een reeks denkers de revue passeren over het kernthema van zijn werk: hoeveel tolerantie een democratie zich kan permitteren met het toelaten van niet-democratische bewegingen. Democratie, zo betoogt hij, is waarschijnlijk het beste wat de politieke filosofie heeft voortgebracht. Tegelijkertijd is democratie inherent kwetsbaar.

Rijpkema’s voorbeeld, Van den Bergh, was voordat hij voor de wetenschap koos – net als Hilhorst – gesneuveld als Amsterdams gemeentepoliticus voor de SDAP, voorloper van de PvdA. Maar terwijl Hilhorst dus vooral veel oog heeft voor de verloren ‘twinkeling in mijn ogen’, deed Van den Bergh een geslaagde poging om te komen tot een concept van een ‘weerbare democratie’. Die komt er in het kort op neer, dat als een partij het doel heeft de democratie zelf af te schaffen, deze partij mag worden verboden. Deze gaat immers rechtstreeks in tegen het wezen van de democratie.

Rijpkema plaatst die oratie uit 1936 voor lezers van nu in een heldere historische en juridische context. Voortbouwend op Van den Bergh ontwikkelt hij een democratische theorie waarin het zelfcorrigerende vermogen – de mogelijkheid om besluiten terug te draaien – centraal staat: democratie als zelfcorrectie. In een autoritair model bestaat die mogelijkheid niet.

Dit boek steekt met kop en schouders uit boven de andere twee genomineerden.