De mysterieuze Republikein die Mark Rutte adviezen gaf

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: de mysterieuze Republikein die Rutte hielp, en de campagnechef van Bernie Sanders die naar Nederland wil. Ofwel: de wisselwerking tussen verkiezingen in de VS en Nederland.

©

Een nieuw seizoen, een nieuwe logica. Twee campagnes die op het oog niets met elkaar gemeen hebben, presidentsverkiezingen in de VS en Kamerverkiezingen in Nederland, gaan op elkaar inwerken – het is de les van de recente geschiedenis.

Nederland kiest 15 maart volgend jaar. Amerika 8 november dit jaar. En het interessante is: sinds 1977, dus de afgelopen vier decennia, kwam het slechts tweemaal voor dat Nederland bij Kamerverkiezingen niet de politieke richting insloeg die de VS daarvoor bij zijn presidentskeuze prefereerde.

Anders gezegd: als de VS een progressieve (‘linkse’) president koos, werd daarna in Nederland doorgaans een ‘linkse’ partij de grootste. Gaf Amerika de voorkeur aan een behoudende c.q. ‘rechtse’ president, dan werd hier nadien een ‘rechtse’ partij de grootste.

Vandaar dat ik voor deze rubriek in de nazomer in de VS was voor langere gesprekken met campagnestrategen. Zij zullen de komende periode vaker in deze kolommen terugkeren.

Ik sprak met (oud-)adviseurs van Donald Trump en Bernie Sanders, van beide Clintons, van Ronald Reagan en Al Gore.

Zo kwamen trends in beeld die volgend jaar ook voor Nederland relevant kunnen zijn.

En ik sprak strategen die hun ideeën al naar Nederland exporteerden of dat ambiëren te doen. Zoals de mysterieuze Republikein die Mark Rutte op een cruciaal moment in zijn politieke leven adviseerde.

Ik kwam hierop door De liberale opmars (2013) van oud-ANP-journalist André Vermeulen. Een fraaie geschiedschrijving over de groei van de VVD naar een rechts-liberale volkspartij, sinds 2010 de grootste van het land.

Ruttes beginjaren, hij werd in 2006 partijleider, waren zoals bekend benauwd. Hij presteerde electoraal matig, oud-VVD’er Wilders kwam met negen zetels in de Kamer.

Hij gooide Rita Verdonk uit de partij, waarna zij ook voor zichzelf begon. De VVD dreigde te verkruimelen.

De partijtop riep buitenlandse hulp in om „zichzelf opnieuw uit te vinden”, schrijft Vermeulen. Ruttes vertrouweling Edith Schippers vertelt in zijn boek dat het ging om het campagneteam van David Cameron en „een ideoloog van de Republikeinse partij uit de VS”.

Met hem en de Tories bespraken ze volgens Schippers het „bestaansrecht” van de VVD. Zo diep waren ze gezonken. Na die sessies besloot Rutte zich te concentreren op de drie thema’s waarmee hij in 2010 premier werd: economie, veiligheid en immigratie.

Wie de Republikein was, vermeldt het boek niet. In de partij hoorde ik dat het om David Winston ging: een strateeg met roots bij de conservatieve Heritage Foundation, die campagnes bijstond van kopstukken als Reagan (1984) en Newt Gingrich (2012).

Ik bezocht hem in Washington: het type conservatieve intellectueel dat je hier amper hebt – rond brilletje, hartelijk, soft spoken. Ik had hem niet voorbereid op vragen over Rutte, maar hij bleek zich alles te herinneren.

Ze hielden sessies in Amsterdam en Den Haag, zei hij. Schippers vond hij „zéér slim”. Rutte herinnerde hij zich als „scherpzinnig”.

„The Wilders thing” speelde toen al, vertelde Winston. „Ze waren bezig met het doorgronden van de kiezer.” Ze zochten de thema’s die de kiezer werkelijk beroerde, zei Winston: „Als je onze vijftien ideeën ziet, welke werkt?”

Zo nam de conservatief David Winston de VVD-top mee in de typisch Amerikaanse mix van politiek en reclame. Hij suggereerde de VVD, zei hij, zich voortaan te presenteren op basis van twee regels uit het politieke spelboek uit de VS: merkzekerheid (beperk je tot enkele thema’s) en message control (herhaal die thema’s altijd).

„Ik wil niet claimen dat ze deze keuzes maakten omdat ik het zei”, vertelde Winston discreet. „Maar daarna zijn ze de goede richting ingeslagen.”

Nu is Rutte lang niet de enige die zijn tactische inspiratie mede uit de VS haalde. Friso Fennema, woordvoerder van Lodewijk Asscher (die eerder voor Rutte werkte), schreef in 1997 een doctoraalscriptie over ‘politieke marketing’: De overeenkomst tussen Clinton en Omo.

Vlak voordat Diederik Samsom PvdA-leider werd, hield hij in PvdA-afdelingen een vaste speech waarvoor hij delen kopieerde uit de film The American President (1995), onthulde NRC-collega Derk Stokmans in zijn boek over Samsom.

En de basis voor de tactiek van Fortuyn en Wilders werd gelegd in een notitie die strateeg Kay van de Linde in 2000 schreef voor de VVD, nadat hij jaren voor Amerikaanse campagnes werkte. De VVD verwierp de aanbevelingen (‘campagne is oorlog’, ‘polariseer’), waarna hij Pim Fortuyn bij Leefbaar Nederland van zijn aanpak overtuigde: de rest is geschiedenis.

Wilders kopieerde niet alleen de Amerikaanse confrontatiepolitiek. Hij deed ook fondsenwerving in de VS, en kwam zo terecht tussen anti-immigratie- en anti-islam-Republikeinen, veelal libertairen in de periferie van de partij. Door Trump zijn de meesten ineens mainstream.

Ze zoeken bovendien contact met het nieuwe nationalisme in Europa. Vandaar dat ook dirty trickster Roger Stone, al veertig jaar Trumps adviseur, me vertelde dat hij best in Nederland wil werken - en niet alleen wegens de voortreffelijke coffeeshops. „De laatste keer dat ik in Amsterdam was, werd ik zo stoned dat ik verder niets gezien heb”, lachte hij.

Maar het gaat om iets groters. „De weerzin tegen beroepspolitiek is wereldwijd”, zei hij. Outsiders die zich verre van „het zijige politieke gedoe’’ houden, hebben overal de wind mee. ,,Politiek is vechtsport. Het recht van de sterkste”, zei Stone.

Winston ziet het met lede ogen aan. Door de eindeloze aanvallen is weerzin tegen de persoon Clinton nu Trumps voornaamste campagneargument. En andersom. „Dat zal in november geen gelukkige kiezers opleveren.’’

Trumps truc door met „ongehoorde uitspraken” altijd de aandacht op zich te vestigen, heeft een zelfde gevolg, vreest hij. „Het bevestigt uiteindelijk de klacht van burgers dat politiek niet gaat over hun zorgen.”

Zo is de gelijkenis tussen traditionele Republikeinen en de VVD evident: zoals Rutte nog steeds tegenover the Wilders thing staat, zo hebben klassieke Republikeinen the Trump thing als dilemma: polariseren of appaiseren?

Het interessante is: in de VVD zinspelen belangrijke stemmen op een tweestrijd met de PVV volgend jaar – wie wilt u als premier, Wilders of Rutte?

Zo’n strijd vergroot de aanhang van beide partijen, en Ruttes risico is beperkt: uit angst voor een premier Wilders zullen ook ‘linkse’ kiezers naar Rutte overstappen. En met Wilders wil toch niemand regeren, dus ook als de PVV de grootste wordt blijft Rutte premier.

Een gevolg zou ook zijn dat klassiek links, zoals in de VS, verder gemarginaliseerd raakt: Hillary Clinton is eerder kandidaat van het bedrijfsleven dan van de vakbonden. Vertaald naar Nederland is Rutte dan Clinton, en Wilders Trump.

Maar het is vroeg. De PVV vertoont de laatste weken ouderwets ontploffingsgevaar, in de SP sluimert ontevredenheid over Roemer, en zo kunnen talrijke verrassingen de campagnelogica nog beïnvloeden.

Zelfs links, dat in Nederland historisch zwak staat, hoeft zich niet verloren te wanen, vertelde de campagneleider van Bernie Sanders, Tad Devine, me aan de telefoon.

Devine oogstte dit jaar bewondering onder vakgenoten, Democraten én Republikeinen, omdat hij Clinton zelfs met een socialist serieus pijn wist te doen.

Zijn format: online een achterban organiseren, en alleen giften van kleine donoren accepteren. „Twee zeer krachtige ontwikkelingen”, zei hij, „omdat je zo de rol van geprofessionaliseerde belangen uitschakelt.”

Weg bedrijven, weg lobbyisten, weg beroepspolitici: de gewone man aan de macht. „Precies, zei Devine, en het mooie is: zo’n campagne kost bijna niets, dus je kunt dit overal in de wereld doen.’’

Ook in Nederland, mochten ze hem vragen?

„Als het in mijn schema past – graag” , zei hij, en hij lachte er gul bij.

    • Tom-Jan Meeus