Rudy van Gelder was dé geluidssmid voor jazzmusici

Heel wat mijlpalen in de jazz, albums van Miles Davis, Thelonious Monk, Art Blakey, Sonny Rollins, kwamen er in de avonduren tot stand: een huiskamer in Hackensack, New Jersey. Als jonge hobbyist had Rudy van Gelder zelf uitgevonden hoe hij muziek het mooiste kon opnemen. De afgestudeerde optometrist, zoon van een Nederlandse immigrant, groeide uit tot dé geluidssmid voor jazzsolisten.

Honderden jazzplaten had de vorige week op 91-jarige leeftijd overleden Amerikaanse geluidstechnicus op zijn naam. Of liever gezegd, op zijn legendarische initialen. Want het waren de letters ‘RVG’ die hij op elke album tussen de groeven zette. Blue Note, dat faam maakte met bezielde jazzopnames van hoge kwaliteit, maakte in de jaren vijftig en zestig gebruik van zijn diensten. Ook andere roemruchte labels stuurden hun musici naar hem toe. Ze kregen volledige vrijheid.

In zijn eigen, zelfgebouwde opnamestudio, achthoekig met een puntdak, sleutelde Van Gelder sinds 1959 aan een ‘cleane’ sound boordevol subtiliteit. De intentie was de ziel van de muziek te vangen. Maar hoe, dat was geheim. De apparatuur was altijd afgeplakt, zodat je niet kon zien wat voor techniek hij gebruikte. Met witte handschoenen zette hij de apparaten aan. Hij was een excentrieke, wat mensenschuwe figuur.

„Een rigoureuze kerel”, vond Gerry Teekens, labelbaas van bebop/postbop jazzlabel Criss Cross Jazz. „Na een opname draaide hij meteen het licht uit. Stond ik in de tuin het contract te tekenen.” Het toilet van de studio had geen deur, zodat niemand er drugs kon gebruiken.

Zijn opnametechniek gaf muziek extra dimensie. Kritiek was er ook, zijn pianisten konden te zacht zijn in de mix. Teekens: „Maar je kon niks tegen hem zeggen. Het was nooit zijn schuld. Als er iemand klaagde kon Van Gelder direct roepen: okay guys, session is over.

Vanaf 1999 legde de vele malen onderscheiden Van Gelder zich toe op het remasteren van zijn oude mono-opnames van Blue Note-albums. Ze verschenen als de RVG Edition-serie. Wat zijn magische handen precies aan de oude vinylopnamen ‘schoonveegden’ kreeg niemand uit het geluidsgenie. De muziek klonk weer kraakhelder, zonder aan intensiteit te verliezen. Sterker, soms nog warmer dan het origineel.