Amateurisme troef bij KNVB

nrcvindt

Het was een ‘goed stel’, het Nederlands elftal dat in 1988 Europees kampioen werd. Die legendarische kwalificatie van de tv-commentator omlijstte niet alleen een historisch moment, maar drukte ook de essentie uit van de kracht van het nationale team in die tijd. Oranje bestond uit ongelijksoortige talenten en karakters die verbluffend complementair bleken. Het Nederlands elftal vormde een hecht team, danzij de regie van ‘generaal’ Rinus Michels en vooral ook een natuurlijke interne hiërarchie met Ruud Gullit, Marco van Basten en Hans van Breukelen als informele leiders. Het was de gouden generatie die schatplichtig was aan de Hollandse School, die een decennium eerder tot wasdom was gekomen in het Nederlandse clubvoetbal.

De Oranje-troika speelt opnieuw een hoofdrol nu, in de soap rondom het Nederlands elftal. Aan de vooravond van de kwalificatie van het WK-voetbal weet bondscoach Danny Blind nog steeds niet wie hem gaan assisteren. Van Basten kiest liever voor de Fifa. Gullit kon het in de contractbesprekingen niet eens worden met Van Breukelen. Dick Advocaat koos voor een clubavontuur in Turkije.

De kiem van de problemen ligt in de voorbije jaren toen de KNVB onder leiding van directeur Bert van Oostveen een scheef fundament onder Oranje bouwde. De keuze voor Guus Hiddink als bondscoach getuigde van weinig lef, met de benoeming op voorhand van Danny Blind als diens opvolger nam de voetbalbond een onaanvaardbaar voorschot op de toekomst. In een professionele sportorganisatie als de KNVB moeten bestuurders en coaches rekenschap van hun prestaties afleggen. Danny Blind kon na het EK-echec blijven zitten, ook al verloor hij drie van de vier laatste wedstrijden en was hij als assistent gecommitteerd aan de slechte resultaten daarvoor. Van Oostveen zag pas na „een rationeel proces” deze zomer in dat hij moest opstappen.

Het is positief dat de KNVB bezig is met het voetbal van de toekomst. Maar alle plannen zullen op korte termijn de neergang van het Nederlandse voetbal niet stoppen. Clubs ontberen de middelen om zich in het internationale krachtenveld staande te houden; er ontbreekt wat in sport ‘momentum’ heet: de soms toevallige accumulatie van talent.

Minstens zo belangrijk is dat de bond zich indringend bezint op de eigen bestuurscultuur. Als toezichthouder eist de bond terecht professionalisme van de voetbalclubs. Mar in Zeist zelf regeert amateurisme als het om de elite van het profvoetbal gaat. Volgende week Zweden uit. Altijd lastig, zeker na een week van verwarring en een verloren oefenpartij tegen Griekenland.