Van de de 212 bestuurders bij bedrijven zijn er nu 15 vrouw

Topvrouwen

Voor het eerst in negen jaar is het aantal vrouwelijke bestuurders in het bedrijfsleven gedaald. Het aantal vrouwelijke commissarissen stijgt licht. „Een kwestie van zorgvuldig beleid, dat vaak ontbreekt.”

Van een groepsportret van alle bestuurders van Nederlandse bedrijven genoteerd aan de Amsterdamse beurs zou je een zoekplaatje kunnen maken. Met als opdracht: vind de topvrouw tussen de topmannen. Dat is nog niet zo simpel. Van de 212 bestuurders van deze 83 bedrijven is de man-vrouwverdeling 197 om 15.

Sterker nog, het is dit jaar nét iets lastiger speuren geworden. Het aantal vrouwelijke bestuurders nam namelijk af: in 2015 waren het er nog 17. Dat blijkt uit de Female Board Index, een jaarlijks onderzoek naar het aantal vrouwelijke commissarissen en bestuurders van 83 Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen, dat zaterdag verschijnt.

Voor onderzoeker Mijntje Lückerath, hoogleraar corporate governance aan de Tilburg University, is het een primeur: in de negen jaar dat zij dit onderzoek doet is een afname van vrouwelijke bestuurders nog nooit voorgekomen. Tot nu toe was er, hoewel „mondjesmaat”, altijd groei.

Maar de voorzichtige groei van de jaren daarvoor was ook altijd „kwetsbaar”, zegt Lückerath. Simpelweg omdat het om zulke kleine aantallen gaat. Twee vrouwelijke bestuurders stopten. Dat werd niet opgevangen door nieuwe bestuurders (26 mannen) – daar heb je je daling al. Maar toch: „alle maatregelen zijn erop gericht om dit te laten stijgen. Dus het verbaast me wel.”

Het aantal vrouwen in de rol van toezichthouder – de commissarissen – stijgt wél, met een kleine 2 procent ten opzichte van vorig jaar. 102 van de 441 commissarissen zijn vrouw.

Maar het is nog lang niet zo dat er méér vrouwelijke dan mannelijke commissarissen bijkomen. Tweederde van de 68 nieuwe commissarissen is ‘gewoon’ man. Lückerath: „Bij een afwijzing wordt door mannen vaak gezegd: voor mij is er geen plek meer als commissaris, als man maak ik geen kans. Dat is dus niet waar.”

Alleen AkzoNobel en PostNL

„Goede discussies” en „betere besluiten dan met een team van gelijkgestemden”. Herna Verhagen (50), bestuursvoorzitter van PostNL, ziet de voordelen van diversiteit in de praktijk. En dat is meer dan alleen de man-vrouw-verdeling, zegt ze. „Het gaat ook over culturele achtergrond en competenties.”

PostNL is samen met chemiebedrijf AkzoNobel, het enige bedrijf dat voldoet aan het wettelijk streefcijfer van de overheid: 30 procent vrouwen in zowel raad van bestuur als raad van commissarissen. Dat streefcijfer zou dit jaar vervallen, maar werd verlengd tot 2020, omdat de huidige samenstelling van de bedrijfstop volgens het kabinet „nog geen recht doet aan het potentieel van vrouwelijk talent”.

De zwakste plek: die slechts 15 vrouwelijke bestuurders. „Bedrijven moeten hier zelf hard aan werken, door te zorgen voor een goede aanwas van vrouwelijke talenten in het bedrijf”, vindt Verhagen. „Dan zullen er uiteindelijk ook meer vrouwen in de raad van bestuur plaatsnemen.” PostNL houdt rekening met diversiteit in aanname- en promotiebeleid. Daarnaast heeft het bedrijf mentortrajecten om (divers) talent te begeleiden, zegt Verhagen, samen met Nancy McKinstry van Wolters Kluwer de enige vrouwelijke bestuursvoorzitter van de Female Board Index.

Anja Montijn formuleert het zo: bedrijven moeten „beter hun huiswerk doen.” Dat betekent: vrouwen klaarstomen, zodat ze uiteindelijk de raad van bestuur in zouden kunnen. In de subtop van bedrijven zitten nou eenmaal meer mannen dan vrouwen. „Dus als je écht die topvrouwen wil dan moet je ze identificeren, mogelijkheden geven, en misschien wel extra recruiten,” zegt Montijn, ex-bestuurder bij organisatieadviesbureau Accenture. „Een kwestie van zorgvuldig beleid, dat vaak ontbreekt.”

Montijn kon dit jaar als commissaris een bedrijf van ‘de nul’ afhelpen. Ze is de nieuwe commissaris van kunstmestproducent OCI, een van de twee bedrijven die dit jaar hun eerste vrouw benoemden (de ander is frisdrankproducent Refresco). Vorig jaar werd Montijn ook al samen met Petri Hofsté tot commissaris benoemd door bodemonderzoeker Fugro, die jarenlang onderaan de Female Board Index bungelde. Montijn: „Je merkt dat zo’n bedrijf blij is dat ze een dame hebben binnengehaald waar ze wat aan hebben.”

Geen enkele vrouw

Toch zijn er dit jaar nog steeds 23 bedrijven waar helemaal geen vrouw in de top zit. „Echt niet meer van deze tijd”, vindt onderzoeker Lückerath. Maar hoe kán dat nou? Voor het onderwerp is immers al jaren veel aandacht. Dat vraagt zij zich ook af. „Volgens mij heb je twee soorten bedrijven. Het ene soort interesseert het gewoon niet zo. Maar andere bedrijven willen best graag en zijn bezig de ‘pijplijn’ intern te verbeteren.” Het duurt even voor je dat terug ziet in de top, zegt Lückerath. „Maar aan de andere kant: ik doe dit onderzoek al jaren.”

En als je intern niet genoeg vrouwen hebt, dan kun je ze altijd nog van buiten proberen te halen. Montijn wijt het feit dat er nog steeds bedrijven met nul topvrouwen zijn mede aan „een gebrek aan open mindedness en creativiteit bij benoemingen”. Ze heeft zelf een achtergrond in olie, gas en chemie – handig bij technische bedrijven – maar er zijn veel meer mannen met die achtergrond dan vrouwen. En volgens Montijn is kennis van de sector, zeker bij commissarissen, niet het enige wat van belang is. „Er wordt onvoldoende gekeken naar skills, zoals kennis van innovatie, digitale technologie, grote transities.”

Een argument dat in de discussie rond topvrouwen de afgelopen jaren veel vaker voorbijgekomen is. En ook Lückerath benadrukt nog maar eens het belang van een open blik bij de zoektocht naar nieuwe kandidaten. Een verklaring voor het veel hogere aantal vrouwelijke commissarissen is dat je voor die functie niet per se bestuurservaring moet hebben. Maar in de praktijk ziet Lückerath wel dat dit bij sommige bedrijven nog vaak „een ongeschreven regel” is. En dan blijf je steken: want het aanbod van vrouwelijke (ex-)bestuurders is beperkt.

Een oplossing, volgens Montijn: neem het vinden van geschikte kandidaten heel serieus. Dus vul een vacature voor bijvoorbeeld een commissaris niet via-via in, maar tuig een speciale commissie op en gebruik headhunters. „In een aantal gevallen gebeurt dat nog steeds niet, of alleen als windowdressing, wanneer er eigenlijk al iemand gevonden is.”

De mannen zijn belangrijk

Meer topvrouwen, dat zou eigenlijk ook een zaak moeten zijn van topmannen, zegt Lückerath. Al is het maar uit eigenbelang. Want, zoals Verhagen van PostNL ook al opmerkte, uit verschillende onderzoeken blijkt dat divers samengestelde teams – naar geslacht, leeftijd, culturele achtergrond, nationaliteit – beter presteren.

Lückerath noemt Wiebe Draijer van Rabobank (één vrouwelijke bestuurder, twee vrouwelijke commissarissen) als goed voorbeeld. Hij spreekt zich uit voor een diverse bedrijfstop. Op topvrouwen.nl, een database opgericht door minister Bussemaker (Emancipatie, PvdA), formuleert hij de wens aan het eind van dit jaar 25 tot 30 procent vrouwen in de top-50 van de bank te hebben, en zegt hij dat „de bijdrage van vrouwen essentieel is voor groei”.

Júíst mannen moeten vertellen over het nut van vrouwen in de boardroom en de situatie ‘voor’ en ‘na’, zegt Lückerath. „Dat werkt beter dan wanneer vrouwen het doen. Anders wordt het zo: wij van wc-eend.”