Zo wil je het ook wel in je eigen buurt

Foto Rien Zilvold

In navolging van de Nieuwe Maas met al haar nieuwe terrassen krijgt ook de waterkant van de Rotte heel voorzichtig wat meer allure. Die had het natuurlijk al jaren als woon-, vaar-, wandel- en fietsomgeving. Maar aan aantrekkelijke horecazaken om onderweg bij aan te leggen, heeft het op de oevers van het riviertje altijd ontbroken. Met slechts een tikje overdrijving kon je tot voor kort stellen dat de ‘pannenkoekengrens’ van Rotterdam meteen achter Station Noord lag. Naar Hillegersberg, en verder, hoefde je voor deze of gene culinaire ontdekking echt niet.

Met de komst van ‘klein restaurant’ Rijntje, zoals op de ramen bescheiden vermeld staat, gaat die vlieger alvast voor een substantieel aantal Rotterdammers niet meer op. Want de afgelopen maanden hoorde je het regelmatig zoemen in de stad: nog niet bij Rijntje geweest? Hoe kon dat nou?! Enfin, het moest dus voor zich spreken dat de eerste nazomerse aflevering van deze restaurantrubriek over dit bistrootje op de hoek van de Prinses Margrietlaan en de Bergse Rechter Rottekade zou gaan.

Eten tussen de auto’s

We belanden er op een vrijdagavond waarop vrijwel alle 46 stoelen van het buurtrestaurant vanwege het mooie weer naar buiten zijn verplaatst. De Rotte ligt weliswaar op steenworp afstand, maar blijft goeddeels uit het zicht doordat er aaneengesloten rijen auto’s tussen de restaurantgasten en het water geparkeerd staan.

De buitenste tafeltjes op het trottoir raken nog net de portieren en de zijspiegels van het wagenpark niet. Het oogt wat onbeholpen, maar aan de andere kant: toch fijn dat het midden in een woonwijk zo maar kan. Na jaren van rigide handhaving is Rotterdam ook in haar terrasbeleid wat gemoedelijker geworden. Het lijkt hier per ongeluk soms vrij en blij Amsterdam wel.

Rijntje is binnen in zachte tinten geschilderd en met een onmiskenbare vrouwenhand gestyled met lampetkannen, apothekersflessen en soortgelijke props. Alsof je een Pinterest- of Instagramfotootje in stapt. „Jawel, dat zijn de ouwe cakeblikken van m’n oma”, zegt een meneer die vanuit de keuken de vrouwelijke bediening aanstuurt over de lichtarmatuurtjes in het restaurant. Is het echt? En heette die grootmoeder dan misschien Rijntje? Welnee joh, is het laconieke antwoord, men doet gewoon een beetje aan ‘storytelling’.

Rijntje heeft een regelmatig wisselende, Frans georiënteerde kaart met keuze uit vier tot zes gerechten per gang. Wij beginnen met de in de schelp gebakken mosselen met tijm, rozemarijn en verse knoflook (€ 9,50) en een schoteltje dungesneden roze en gele biet met een vingertip dragonmayonaise voor € 7,50.

Een plaatje hoor, zo’n bordje met wat van die schijfjes en een pluk sla. Maar eerder een calorie-blocker uit de eetzaal van een kuuroord dan voedsel voor een buurtrestaurant, zou je zeggen. Tenzij je aan het toewerken bent naar een taillemaatje 34, is het toch geen combinatie die je als een voorgerecht – en voor die prijs - kunt verkopen. Een garnituur op z’n hoogst. Dat is dan ook het enige puntje van kritiek.

Nogal een aanwinst

De hoofdgerechten die een uurtje erna op tafel verschijnen, weten weer wel te overtuigen: kalfsstaartstuk met gebakken witlof en sherry-azijn (€ 21,50) en een royale, gegrilde griet met jonge asperges en mais en truffelaardappeltjes voor € 23,50. Vervolgens sluiten we af met een gedeeld kaasplankje van € 11,50, waarna in tweevoudig opzicht de rekening kan worden opgemaakt: nogal een aanwinst, dat Rijntje als buurtrestaurant. Dat ligt dan in ons geval absoluut niet in de buurt, maar laat dat voorlopig geen argument zijn. In Rotterdam moet je blij zijn met alles wat op restaurantgebied ineens ook buiten het stadscentrum mogelijk blijkt.