Wachten op het andere wonder

Om me heen liggen mensen die vechten voor hun leven. Mijn patiënte vecht ook. In haar luchtpijp bevindt zich een buis. Een buis die haar longen verbindt met een machine die haar leven inblaast. Ritmisch gaat haar borstkas op en neer. Bijna rustgevend. Een monitor waakt over de snelheid van haar hart. Haar oogleden zijn afgeplakt zodat haar ogen niet uitdrogen. Dagelijks wordt ze verpleegd door een leger zorgverleners.

Ik ben haar huisarts en ik kan nu niets anders doen dan wachten. De artsen op de intensive care moeten ervoor zorgen dat zij straks weer bij mij in de spreekkamer zit.

Een maand geleden zag haar leven er heel anders uit. Ze was hoogzwanger van haar eerste kind. Ze had de zwangerschap, met kleine kwaaltjes, goed doorstaan. De laatste dagen begon ze te hoesten en kreeg ze koorts. Spierpijn klampte zich vast aan haar ledematen en maakte zich meester van haar lijf. De koorts hield aan en de spieren werden strammer. Haar hoest werd dieper, haar ziel zwakker.

In de avond had ik haar getroffen op de bank. Ineengedoken als een foetus, de houding die haar het meeste comfort gaf. Ik maande haar om rechtop te zitten en de stethoscoop over haar longen heen te laten glijden. Alles kraakte en alles deed zeer. Ze sprak slechts korte zinnen. Af en toe moest ze naar lucht happen. De griep had haar gegrepen en de ruimte genomen die zij als gastvrouw had gegeven. De griep was gaan heersen over haar en haar ongeboren kind.

Nu ligt ze hier tussen vier muren en vele monitoren. Een kamer waar velen het niet halen en de geneeskunde geregeld faalt. Haar kind is op tijd geboren. In een diepe coma kwam het wonder. Nu wachten we op het andere wonder.

Haar dochtertje ligt in een wieg. Ze weent op zoek naar de geur van haar moeder. Alles is anders voor dit meisje. Geen idee of de moeder haar kind ooit zal kunnen aanschouwen. Wie weet of het kleine meisje ooit echt een moeder zal hebben?

„Gaat ze het redden?”. vraagt haar echtgenoot.

„Ik weet het niet, echt niet”, zeg ik kalm.

Als ze het redt, moet ze revalideren. Haar spierkracht moet weer opgebouwd worden. Het gevoel in haar armen en benen moet terugkomen. Ze zal beter moeten worden om voor haar dochter te kunnen zorgen. Alleen als ze beter wordt, kan ze moeder zijn.