Tijdschriften citeren steeds vaker zichzelf

Wetenschappelijke tijdschriften verwijzen in hun publicaties steeds vaker naar eerder, bij zichzelf gepubliceerd werk. Door die toenemende ‘zelf-citatie’ is hun impact factor – een veel bekritiseerde maat voor aanzien – gestegen. Dat blijkt uit een analyse van duizenden tijdschriften over de periode 1987-2015, uitgevoerd door twee Nederlandse onderzoekers (Plos ONE, 25 augustus).

De impact factor is een elk jaar opnieuw berekende waarde. Voor bijvoorbeeld 2015 wordt hij berekend aan de hand van het aantal artikelen dat in een tijdschrift in de jaren 2013 en 2014 is gepubliceerd (de noemer), en het aantal keer dat die artikelen in 2015 in de wetenschappelijke literatuur zijn aangehaald (de teller). Op het gebruik van deze factor is veel kritiek, onder andere omdat hij op allerlei manieren te manipuleren is.

Bijvoorbeeld via zelf-citatie, zo laat de nu gepubliceerde analyse zien. Per tijdschrift werd eerst de verhouding bepaald tussen het aantal zelf-citaties in de twee jaren die meetellen voor de impact factor en het totaal aantal citaties in die jaren. Dat getal werd gedeeld door de verhouding tussen het aantal zelf-citaties in de vijf daaraan voorafgaande jaren en het totaal aantal citaties in die jaren. Bij een waarde boven de 1 neemt de zelf-citatie toe. Het percentage tijdschriften dat boven de 2 scoort, nam toe van 11 in 2004 tot 19 in 2015. Het percentage boven 3 liep in die tijd op van 2,5 tot 5,6. Tijdschriften in de biomedische hoek stegen harder dan die in de sociale en natuurwetenschappen.

De onderzoekers toonden ook een verband aan tussen tijdschriften die in hun analyse hoog scoorden, en tijdschriften waarvan in een eerdere enquête was vastgesteld dat die onderzoekers onder druk zetten om vooral publicaties uit het eigen tijdschrift te citeren.