Soms moet je ze een duwtje geven

Jeugdzorg

Het mag niet in de zorg, zonder rechterlijke toestemming ‘lastige’ jongeren vastpakken. Maar af en toe kan het niet anders, zeggen hun begeleiders.

Jeugdzorginstelling Pluryn/De Hoenderloo Groep kreeg vorige week een tik op de vingers van de inspectie wegens het onrechtmatig vastpakken en vasthouden van jongeren op een van de locaties. Foto Olivier Middendorp

„Zo pak je een kind vast”, zegt Niels Eemstra (33), projectleider bij jeugdzorginstelling Pluryn/De Hoenderloo Groep. Eemstra zit op de grond, naast het denkbeeldige kind dat uitgestrekt op de grond ligt, plat op de buik. Eemstra’s rug en billen leunen tegen de linkerflank van het kind. Diens linkerarm, die uitgestrekt op zijn bovenbenen ligt, houdt hij vast. Een andere medewerker doet precies hetzelfde ter rechterzijde. „Blijft het kind vechten of spugen, dan houdt een derde medewerker zijn benen vast.”

Kop van Deelen, zoals deze locatie van De Hoenderloo Groep heet, kreeg vorige week net als vijf andere jeugdzorginstellingen een tik op de vingers van de Inspectie Jeugdzorg. Want een jongere vastpakken en vasthouden is een zogenoemde vrijheidsbeperkende maatregel, en toepassing daarvan is alleen toegestaan als de rechter de instelling daartoe heeft gemachtigd. Die machtiging beschermt de rechtspositie van de jongeren: zo gaan de rechter en een gedragswetenschapper na of de vrijheidsbeneming – een inbreuk op een grondrecht – echt nodig zal zijn.

Bij veertig tot tweehonderd jongeren in de zes instellingen ontbreekt die wettelijke machtiging, bleek uit het Inspectie-rapport. Dit weerhoudt die instellingen er niet van om de kamerdeur van de jongeren op slot te doen (de instellingen Schakenbosch en Wilster), de jongeren verplicht te onderwerpen aan controle van hun urine op sporen van drugs (Bijzonder Jeugdwerk en JUZT) of hen „meer dan incidenteel” vast te pakken (De Hoenderloo Groep en Woodbrookers).

De Hoenderloo Groep heeft haar werkwijze na het rapport aangepast: houden medewerkers een jongere onwettig in bedwang, dan moeten zij dat – bovenop de normale, iets tragere rapportage – direct melden aan hun manager. Krijgt één jongere vaak met vrijheidsbeperking te maken, dan vraagt de instantie daar alsnog een rechterlijke machtiging voor aan.

Dikke muren

Blijft de vraag: waarom houden medewerkers überhaupt jongeren zonder rechterlijke machtiging in bedwang? „Het oordeel van de Inspectie is net iets te makkelijk”, is het korte antwoord van Eemstra, die zijn bezoek rondleidt over de instelling, een voormalig militair terrein in Deelen. Een slingerende weg naast uitgestrekt groen voert langs de jongerengroepen, elk gehuisvest in monumentale panden met dikke muren. Een groep voor jongens van twaalf tot veertien jaar, voor jongeren met een licht verstandelijke beperking, voor meisjes, voor jongens tot achttien.

Jongeren in zogenoemde gesloten groepen – allen mét rechterlijke machtiging – mogen het terrein alleen met toestemming verlaten. Gaat er een gerucht dat iemand drugs naar binnen heeft gesmokkeld, dan vindt voor de zekerheid op alle kamers controle plaats.

Op de open groepen verblijven jongeren zonder rechterlijke machtiging: zij kunnen gaan en staan waar zij willen, en mogen ook van het terrein af.

Open of gesloten: alle jongeren op locatie Kop van Deelen kampen met serieuze problemen. Een jongen van vijftien – wit T-shirt, grijze spijkerbroek, hij friemelt aan een kussen op de bank – vertelt met monotone stem hoe hij een paar dagen geleden wegreed „op een scooter van een andere jongen” en plots werd achtervolgd door een stel politiewagens. Anderhalve dag zat hij in de cel, nu is hij hier. Een andere jongen richtte voor 30.000 euro schade aan bij een andere instelling voordat hij hier kwam.

De jongeren hier zijn veelal mishandeld en verwaarloosd in hun eerste jaren, zijn vastgelopen op school en thuis, accepteren geen gezag, zoeken ruzie, hebben te maken gehad met de wijkagent, worden geplaatst in een jeugdzorginstelling dicht bij huis, lopen daar weg, verslijten zo een jeugdzorggroep of zes, en belanden uiteindelijk in dit van prikkels verstoken groen, ver weg van huis. Eemstra: „De medewerkers hier leveren topsport.”

„De-escalerend werken”, dat is waar de staf in wordt getraind – de term wordt tijdens de rondleiding vaak en door vele medewerkers gebezigd. Zoals: via allerlei wegen voorkomen dat spanningen te veel oplopen. Het nagelbijtende kind aanspreken dat normaal nooit nagelbijt: zit jou misschien iets dwars? Door de knieën zakken om op gelijke ooghoogte te praten. Een kind niet commanderen om de voeten van de tafel te halen, maar rustig het tafeltje wegschuiven.

En toch. Bij beschadigde jongeren als deze kán agressie nu eenmaal op de loer liggen – ook op de open groepen. „Dat kan snel gaan”, zegt Eemstra. „Bijvoorbeeld als het eten vijf minuten te laat op tafel staat. Of als de aardappelen niet gaar zijn.” Ineens gaat een stel jongens met elkaar op de vuist. Of een meisje steekt haar stoel dreigend de lucht in.

Hoe meer medewerkers op de groep, hoe gemakkelijker je onderhuidse spanningen in de kiem kunt smoren, zegt Eemstra, en hoe minder vrijheidsbeperkende maatregelen nodig zijn. Maar er zijn juist mínder begeleiders per groep gekomen. De forse rijksbezuinigingen worden ook hier gevoeld. Op de open groepen letten twee medewerkers op tien jongeren. „Die medewerkers zijn knetterdruk. Hun aandacht moet voor 80 procent uitgaan naar de dagelijkse dingen – jongeren laten douchen, laten eten, naar schoolgaan. Zij zien de spanning bij het kind soms pas als die al hoog is opgelopen. Het kind vastpakken is dan soms de enige uitweg.”

Terug de warmte in

Hij heeft nog een opmerking over het Inspectierapport. Vastpakken en vasthouden mag niet, aldus de wet. Daaronder valt ook een klein, begeleidend duwtje met de hand tegen de schouder van het kind. Maar stel je voor, zegt Eemstra. Het is winter en koud. Een meisje uit een open groep maakt aanstalten weg te lopen, drie uur door de kou naar haar vader in Arnhem. Een medewerker ziet haar het pand verlaten. Wat te doen? Haar laten gaan? Of even dat duwtje tegen de schouder geven en teruggeleiden, terug de warmte in? „Over dat soort dilemma’s gaat het hier.”

Soms laat de medewerker zo’n meisje gaan, en bellen we vervolgens met de politie. „Maar zo’n duwtje tegen haar schouder zal zeker wel eens voorkomen.”