RDM-onderzeeër terug naar geboortegrond

Wereldhavendagen

Zr. Ms. Zeeleeuw is topattractie op de Wereldhavendagen. „De kennis over onderzeeboten is er Rotterdam nog steeds.”

Binnen in de Zeeleeuw. De ruim 25 jaar oude onderzeeboot is geheel vernieuwd en voorzien van de nieuwste technieken. Foto ministerie van Defensie

Ze zal op de Wereldhavendagen dit weekeinde een van de drukst bezochte attracties zijn: Zr. Ms. Zeeleeuw, een van de vier onderzeeboten van de Koninklijke Marine. Het schip keert even terug naar de haven waar ze in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd gebouwd.

Wie de onderzeeër de komende dagen wil bezoeken, moet over geduld en lenigheid beschikken. Geduld omdat onderzeeboten bij voorgaande edities van de Wereldhavendagen publiekstrekkers bleken te zijn, met lange wachtrijen tot gevolg. En lenig omdat een onderzeeër nu eenmaal geen loopplank heeft. Om haar te betreden moet de bezoeker zich door een smal luik wurmen en op een smal en steil laddertje een paar meter omlaag naar de buik van de Zeeleeuw klimmen. Wie claustrofobisch is aangelegd, moet maar bedenken dat hij niet op 300 meter diepte in de Stille Oceaan vaart en dat de vaste wal van de Parkkade binnen bereik ligt.

Die 300 meter is niet eens de maximale diepte. Wat dat maximum wel is, houdt commandant Erwin Ruijsink, die NRC rondleidt, als militair geheim voor zich. „Als het schip onder water ligt, leef je aan boord letterlijk en figuurlijk onder druk”, zegt de luitenant ter zee der 1ste klasse. Figuurlijk omdat hulp van buitenaf doorgaans niet mogelijk is en de bemanning op zichzelf is aangewezen. Ruijsink: „Alles is gericht op veiligheid. Iedereen, ook de kok in de kombuis, heeft een zekere basiskennis van de techniek.”

Een kijkje in de torpedoruimte doet beseffen dat een onderzeeboot een varend wapen is. Minstens zo belangrijk is het verzamelen van informatie via beeld en geluid. De blinkend stalen periscoopbuis staat met zijn 18 meter loodrecht in het midden van het schip. Als die zijn kopje boven water steekt, is dat niet meer dan „een fles cola op de golven”, aldus commandant Ruijsink.

De missies die de Zeeleeuw samen met de drie zusterschepen uit de Walrus-klasse uitvoert, zijn vertrouwelijk. Bekend is dat ze in 2010 is ingezet bij het in kaart brengen van piratenkampen aan de kust van Somalië.

Een houten bordje met het opschrift ‘Bouwnummer RDM-349’ herinnert aan de ‘verjaardag’ van de Zeeleeuw: ze werd na bijna tien jaar bouwen en proefvaren op 25 april 1990 in dienst genomen. Aan boord drinken ze daar nog elk jaar een borrel op. Kraamkamer was destijds de Onderzeebootloods van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij op Heijplaat, als scheepswerf inmiddels ter ziele. Tegenwoordig is de loods onderdeel van RDM Campus en in gebruik als expositie- en evenementenruimte.

De Zeeleeuw is de eerste van de vier Walrussen die een levensverlengende opknapbeurt heeft ondergaan. Oorspronkelijk zouden de onderzeeboten 25 jaar in dienst blijven, tot 2015. Maar Defensie besloot om ze grondig te renoveren en te voorzien van de nieuwste technieken, waardoor ze weer tien jaar meekunnen. „En het leuke is”, zegt Ruijsink, „dat het maritieme cluster in Nederland daar volop bij betrokken is geweest, ook bedrijven die deel uitmaken van de RDM Campus. Onderzeeboten bouwen doen ze niet meer in Rotterdam, maar de kennis is daar nog steeds aanwezig.”

Na Rotterdam sluit de marine een serie proefvaarten met de Zeeleeuw af. De verjongde onderzeeboot gaat dan voor het eerst helemaal onder water. „Even kijken of ze nog wel waterdicht is”, knipoogt de commandant.