Prijsschieten

Ellen Deckwitz

Zelden word ik nog aangesproken op mijn herkomst, maar afgelopen weekend was ik met mijn zus op een feestje in Oud-Zuid en ontdekten de aanwezigen dat we niet uit de Randstad kwamen, maar uit een bonsaidorp in het oosten van het land.

„Hoe ben je dan in Amsterdam beland? Per trekschuit?”, was de eerste reactie, en daarna barstte het prijsschieten los.

„Het lijkt me erg lastig om moorden op het platteland op te lossen”, zei er een, „al het DNA van die lokalen lijkt zo ontzettend op elkaar, je kunt nooit zeker weten wie de dader is!”

„Ik hoorde laatst dat de trein van Enschede naar Amsterdam Back tot the future heet!”, kirde een ander.

„Was die vuurwerkramp niet ontstaan doordat men er nog steeds via rooksignalen communiceert?”, brulde de gastvrouw.

Iedereen lachte zo hard om zijn eigen grappen dat de woonkamer een arena voor zelffelicitaties werd.

Ik smste mijn zus, die twee stoelen verderop zat. Of we asjeblieft weg konden. Als Tukker ben je op een gegeven moment wel klaar met de standaardgrappen over het oosten (‘Wat is de langste stad van Overijssel? Almelóóóó!) en goedbedoelde maar stupide complimenten (‘Je hoort er echt niets van dat je uit Twente komt, knap zeg!’) over je afkomst.

Vanuit het niets sprong mijn zus opeens op.

„En toch hebben wij iets dat beter is dan bij jullie!”, riep ze.

„Wat, knipmutsen?”, zei de gastheer en de rest schaterde het uit.

„Nee”, zei mijn zus kalm. „Duiven.”

Dat antwoord had niemand zien aankomen. Je zag sommigen nog een beetje naar lucht happen om hier iets lolligs op terug te kunnen zeggen, maar het lukte niet. De hele woonkamer staarde mijn zus aan.

„Hoezo, duiven”, zei de gastheer.

„Bij ons zijn de duiven van veel hogere kwaliteit”, vervolgde mijn zus. „Ze besteden tenminste aandacht aan hun voorkomen. Ze hebben het correcte aantal tenen. Zo’n duif op de Dam ziet eruit alsof hij in een riolering is gevallen en vervolgens met de uitlaat van een Fiat uit 1989 is drooggeroosterd. Aai het en je hebt meteen builenpest te pakken. Een duif in het oosten ziet er altijd kek uit: schoon, pootjes zonder lepra en een snaveltje waar je U tegen zegt.”

Het gezelschap staarde mijn zus verbouwereerd aan. Ik gloeide van genoegen. Als het geen incest was, had ik haar meteen gezoend. Niemand durfde de superioriteit van Twentse duiven in twijfel te trekken. Langzaam kwamen de gesprekken weer op neutrale onderwerpen zoals korfbal. Mijn zus en ik pakten onze jassen. Ik kneep haar nog even in haar hand. Een Twentse duif. Daar kan je mee thuiskomen.

Georgina Verbaan is in oktober weer terug op deze plek. Ellen Deckwitz vervangt haar tot die tijd.