President Tsaar wierp een laatste blik op de horizon van de Noordzee.

‘Ik weet, jongeman, waarom de Amerikanen er nog niet zijn. Ze liggen in de kelders van het Pentagon gekluisterd in de ketenen en hangsloten van een niet te ontsluiten dilemma... en het zijn geen Houdini’s. Welke uitweg er ook gekozen wordt, ze zitten altijd fout. Er komt oorlog van.’ Ik was nog altijd zijn interviewer: ‘Dan zou dit hier, Obama Beach, het symbolische startpunt zijn van een Derde, pardon, Vierde Wereldoorlog. En de toevallige aanleiding: een Amerikaanse wet, gekopieerd door de Russen als Pushkin Invasion Act, en gericht tegen het Internationale Strafhof, dat min of meer toevallig in Den Haag gevestigd is...’

De Tsaar keerde zich van de branding af, en begon door het zand terug naar de boulevard te klossen. Hij hijgde licht: ‘Jongeman, grote oorlogen hebben altijd een toevallige aanleiding. Als de chauffeur van kroonprins Ferdinand de plattegrond van Sarajevo wat beter bestudeerd had, was hij niet een verkeerde straat in gereden... dan had dat opgewonden standje Princip, die moedeloos in een naburig café zat, niet alsnog zijn kans waar gezien om op de treeplank van de open auto te stappen en zijn dodelijke schoten op de kroonprins af te vuren. Dan was de Eerste Wereldoorlog mogelijk nooit uitgebroken. Zoals wij in Rusland zeggen: “Een ongeluk zit in een klein hoekje.” ’

‘En uit de Eerste kwam de Tweede voort,’ zei ik, nu ook zelf een beetje hijgend door de wrijving die het strand bood, ‘en uit de Tweede de Koude... of de Derde, zou wilt.’ En president Tsaar: ‘Ja, zo baart de Koude de Vierde. Om het hele proces gaande te houden zijn onderweg telkens kleine aanleidingen nodig. Het gaat erom dat het oerproces blijft bestaan. Alle grote conflicten uit de geschiedenis waren altijd al wereldoorlogen. Pas in de vorige eeuw begonnen we ze te tellen. Een paar duizend jaar geleden, met zo’n kleine mensheid, viel nog niet zo op dat in een oorlog alles al met alles samenhing. Wereldwijd. Er lag soms een compleet uitgestorven continent tussen twee gewapende conflicten, maar dat hoefde de verwevenheid nog niet te verstoren.’ We stonden op de boulevard, niet ver van de heli. De Tsaar grinnikte: ‘Die arme bondskanselier... ik heb haar een nacht lang meegemaakt in Minsk, toen we de mogelijkheden van een staakt-het-vuren in de Donbas bespraken. De goede vrouw stierf van de slaap, maar onderhandelde door. Zo graag wilde ze, ter afronding van haar politieke carrière, de Nobelprijs voor de Vrede in de wacht slepen. Hoe futiel toch, het menselijk streven. Ze begreep het niet. Vrede is eindig, oorlog eeuwig.’

Hij stak me zijn in televisielicht altijd zo perfect gemanicuurde hand toe, die met het grootste gemak een signatuur zette onder verdragen die hij nooit van zins was na te komen. De gevangenis had zijn nagels van rouwranden voorzien. ‘Het neerhalen van vlucht MX17,’ probeerde ik nog, ‘was dat ook zo’n inwisselbaar incident dat een oorlog kon ontketenen?’ En president Tsaar: ‘Dat is wel gebleken... een verkeerde afslag in elke betekenis van het woord.’ Ik liet zijn hand los, maar bleef hem recht in de ogen kijken: ‘Dan heeft de dood van mijn ouders dus bijgedragen aan de eeuwigheidswaarde van oorlog.’

‘Ach ja, uw ouders,’ zei hij, de blik afwendend. ‘Het is toch zoals vadertje Stalin het verwoordde: “De dood van een enkele mens is een tragedie... die van een paar honderd tegelijk valt onder de statistiek.” Vergeeft u mij de parafrase. We moeten af en toe de tragiek... ik bedoel, de statistiek... terzijde durven schuiven. Ik condoleer u en uw land oprecht met het verlies.’

Het leek me nogal ongepast tegenover mijn vader en moeder, en tegenover al hun laatste medepassagiers, om president Tsaar voor zijn medeleven te bedanken. Het door hem gebezigde woord ‘oprecht’ was in dit verband onovertroffen. Een groep van zo’n tien commando’s, die vanaf de vloedlijn met ons mee was gelopen, stond op het plaveisel om ons heen, in afwachting. Interviewer en geïnterviewde namen met een knikje afscheid van elkaar. Ik begon in de richting van het Kurhaus te lopen. Toen ik na zo’n vijftig meter nog steeds niet tegen de grond gewerkt en gearresteerd was, keek ik om. De ex-president was in de helikopter verdwenen. De wieken hingen nog slap. Ik liet mijn blik over het strand dwalen. Het duurde even eer ik de plek in het oog kreeg, niet ver van de branding, waar als een wit anker de dode meeuw uit het zand stak. Ik kneep mijn oogleden samen: als ik me niet vergiste, liepen de kraaien er al wat brutaler omheen.

Op maandag 12 september vindt in het Compagnietheater in Amsterdam een avond met A.F.Th. van der Heijden plaats. Bezoekers (€ 25,– voor abonnees, anderen € 27,50) krijgen een van de 500 (gesigneerde) exemplaren van de boekuitgave van President Tsaar op Obama Beach. Zie nrc.nl/afth en www.compagnietheater.nl/kaartverkoop.html