‘Overdreven’ is een zwaar overschat begrip

Leve de oude stempel. Marten Soolmans & Oopjen Coppit. Cleopatra. Ben-Hur.

Eindelijk zie ik ze in het echt: Marten Soolmans en Oopjen Coppitt, dat wil zeggen, het huwelijkse dubbelportret van Rembrandt dat zowel van het Rijksmuseum (en dus van ons) is als van het Louvre in Parijs. Ik kijk, ik sta verstomd en ik denk aan modeontwerper Max Heijmans: „Le noir, toujours le noir” zei die altijd. Zwart, altijd zwart en dat is altijd weer anders. Hij kon het weten en hij had gelijk. Zwart is altijd interessant. Zwart spreekt door te zwijgen. Het echtpaar Soolmans is rijk en dat willen ze weten, maar hoe? Pronkzucht is een zonde. Dus laten ze hun geraffineerde dracht breed hangen – in zedig zwart. En Rembrandt ging helemaal los. De schilderijen van het jonge echtpaar zijn grotendeels zwart maar volstrekt niet monotoon. Het zwart valt en zweeft, het kruipt, het ademt. Het streelt onze ogen. Erg mooi, maar in de productielijn is Rembrandt toch echt nummer twee. Martens zware plissémouw, de zwart-op-zwart-borduursels op de sluike japon van zijn vrouw, ze zijn geen natuurgeweld, iemand ontwierp het. Ik wil maar zeggen: 17de-eeuws Amsterdam had een stel fantastische couturiers die alles wisten van le noir. Ik had graag hun namen gekend.

Op zondagochtend (film is kerkgang, nietwaar) fiets ik naar het Eye Filmmuseum voor Cleopatra. Niet die beroemde met Elizabeth Taylor (alhoewel niet te versmaden) maar die uit 1934. Legendarische titel, gemaakt door de megalomane Cecil B. DeMille. Een film waarbij ik op de tweede rij zit zodat alleen die film bestaat en de rest van de wereld is opgeheven. Cleopatra is adembenemend, beheerst door de lange lijnen van de art deco, met vrouwen als buigende halmen en mannen als populieren. En in ontkenning van het woord ‘overdreven’. Claudette Colbert speelt Cleopatra. Kittig en krengig is ze. Onweerstaanbaar, leuk, onbedaarlijk slim. En gekleed door Travis Banton.

Door wie? Door Travis Banton – zijn naam zal ik tot mijn laatste snik in ere houden. Hij deed Marlene Dietrich, hij deed Mae West. Dankzij zijn figure hugging ontwerpen strooit Cleopatra ons zand in de ogen. En zand, dat is diamant.

Niet erg historisch verantwoord, maar de lang vervlogen personages komen tot leven. En dat is wat ik wil van een film. Als ik wil studeren lees ik een geschiedenisboek. Banton deed ook de Romeinen in deze film: kerels, maar daarom niet wars van sier en weelde. Als Marcus Antonius Cleopatra bezoekt, draagt hij een zilveren tunica waaronder zijn dijen geweldig uitkomen. Mensen zijn praalhanzen, ook de mensen die het ontkennen – zie Marten en Oopjen. Dat maakt aanraakbare personages van ze.

Zoals in Cleopatra, zo heb ik mijn Oudheid graag. Niet zoals in Ben-Hur. Die film is een zogeheten remake van dat aangename brok spektakel uit 1959, over de Romeinen tegen de Joden met Jezus in een bijrol. Ik doe er alles aan om ’m goed te vinden, ga ’m zelfs zien in IMAX-3D. Maar het helpt niet. Dit is junk, vol volgzame schimmen (dat zijn de vrouwen) en brullende mannen. En iedereen en alles ziet eruit alsof er per strekkende meter is gestyled, met de Olympische Spelen als leidraad. Sportief, stoer, erepodium.

Ik ben van de oude stempel. Winnen is belangrijk, maar het kan de kern van de zaak niet zijn. Want die kern is bezet, door persoonlijk drama en zacht gevoel.