‘NOS Journaal wordt gemaakt met 14-jarige havist in het achterhoofd’

NRC checkt Dat zei programmamaker Michael Schaap (‘de Hokjesman’) tegen HP/De Tijd.

Mark Visser, de nieuwe presentator van het NOS Journaal. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

De aanleiding

In een interview met HP/De Tijd uitte programmamaker Michael Schaap – beter bekend als ‘de Hokjesman’ uit zijn gelijknamige VPRO-programma – stevige kritiek op de publieke omroep. Hilversum maakt te laagdrempelige programma’s, het publiek wordt onderschat. Schaap noemt één voorbeeld: het NOS Journaal. Dat wordt volgens hem „geschreven met in het achterhoofd een 14-jarige havo-scholier; die moet het kunnen begrijpen”.

Veel programma’s gebruiken ijkpersonen, een fictieve kijker die de doelgroep representeert en dient als leidraad voor de makers. Zo zou televisiebaas Joop van den Ende hebben gezegd zijn programma’s te maken voor ‘Mien uit Assen’, een eenvoudige huisvrouw met een modaal bestaan. Is de Mien uit Assen van de NOS een 14-jarige havist?

Waar is het op gebaseerd?

Schaap laat weten zijn uitspraak letterlijk te hebben bedoeld. Ook weet hij zeker „dat ik het niet heb verzonnen”. Maar is het ook waar? Schaap heeft het verhaal, dat hij na even doorvragen „een gerucht” noemt, uit de tweede of derde hand. De bron kan hij in ieder geval niet aanwijzen. Wel herinnert hij zich waar hij het voor het eerst heeft gehoord: op de redactie van VPRO-programma Waskracht! (1995-2005). Dat maakt zijn stelling dat het NOS Journaal wordt „geschreven” (tegenwoordige tijd) al minder geloofwaardig.

En, klopt het?

NOS-hoofdredacteur Marcel Gelauff noemt de uitspraak van Schaap „onzin”. „Het is onze opdracht een nieuwsprogramma voor iedereen te maken, hoog- en laagopgeleid.”

Oud-Amerika-correspondent Charles Groenhuijsen herkent de uitspraak wél. „Ik heb zelf vaak gezegd: een nieuwsuitzending moet voor een tweede- of derde-klasser mavo begrijpelijk zijn.” Groenhuijsen legt uit dat je als nieuwslezer niet te veel bekend kunt veronderstellen. „Dat leidt tot een zekere versimpeling, wat overigens niet hetzelfde is als oppervlakkigheid.” Een scholier als ijkpersoon nemen was geen beleid, zegt Groenhuijsen.

De tv-recensent van NRC, Hans Beerekamp, kent het gerucht, maar noemt het „een urban legend”. „Ik ken het in de variant van een 12-jarige brugklasser.” Het verhaal zou vooral rondgaan onder mensen die vinden dat het NOS Journaal te laagdrempelig is geworden.

Oud-hoofdredacteuren Nico Haasbroek en Hans Laroes zeggen nooit een richtlijn te hebben uitgestuurd waarin een middelbare scholier als ijkpersoon wordt genoemd. Wel bevestigen zij dat er al minstens twintig jaar pogingen worden gedaan om het NOS Journaal toegankelijker te maken. „Het is een journalistiek cliché om dan te zeggen: het moet begrijpelijk zijn voor scholieren”, aldus Haasbroek. Hij sluit niet uit dat redacteuren onderling zulke bewoordingen hebben gebruikt.

NRC kreeg de stijlgids van de NOS niet te zien, ook niet na een verzoek aan de ombudsman van de omroep. De Volkskrant legde in 2012 de hand op een interne memo waarin stond dat het NOS Journaal „menselijker” moest worden. „We schuiven iets meer richting spreektaal”, stond daarin. Maar het specifieke voorbeeld van een middelbare scholier werd in de Volkskrant niet genoemd.

Conclusie

We hebben geen bewijs gevonden voor de stelling dat het NOS Journaal wordt geschreven met een 14-jarige havo-leerling in het achterhoofd. (Oud-)hoofdredacteuren zeggen dat het altijd beleid is geweest een „voor iedereen” toegankelijk journaal te maken. Toch gebruikte ten minste één NOS-presentator in het verleden een mavoscholier als ijkpersoon. We beoordelen de stelling als grotendeels onwaar.