Leve De Haan

Wie op zijn vakantie zo min mogelijk Nederlanders wil tegenkomen, moet naar de Belgische kust. Nederlanders zijn nu eenmaal van mening dat de Belgische kustlijn de gruwelijkste is van Europa. Voor een belangrijk deel hebben ze daarin nog gelijk ook, want de projectontwikkelaars hebben er wreed huisgehouden met veel fantasieloze hoogbouw.

Maar er zijn ook betere plekken aan die kust waar België trots op mag zijn. Zo verbleef ik een poosje in de badplaats De Haan boven Oostende. Een openbaring – ik vond het een van de mooiste badplaatsen van West-Europa. Ik kende het tot dan toe alleen uit het boekje Droomzomers van Youp van ’t Hek, die er vroeger vaak met zijn gezin heenging.

Domburg, voor veel Nederlanders onze mooiste badplaats, blijft er in schoonheid ver bij achter. De Haan laat zien wat het betekent als stedenbouwers en architecten met toewijding en smaak hun werk doen. Het was vooral de Duitse bouwmeester Josef Stübben, raadgever van koning Leopold II, die aan het begin van de vorige eeuw De Haan een eigen gezicht gaf. Hij vond dat de hoogte van de gebouwen tot 11 meter beperkt moest blijven om het uitzicht op het landschap niet te belemmeren. Dat maakte De Haan voor druistige projectontwikkelaars minder interessant.

Stübben koos voor kronkelende laantjes met huizen in de Anglo-Normandische stijl met hoektorentjes, dakvensters en vakwerk. Het bezorgde De Haan een schitterende villawijk, De Concessie. De Haan ademt rust en gemoedelijkheid, maar jonge mensen, hunkerend naar een spannend nachtleven, moet ik waarschuwen: De Haan is meer een plaats voor gezinnen en oudere mensen. Dat baart sommige winkeliers zorgen, zij vinden dat er meer reuring in De Haan moet komen.

Ik zou zeggen: laat dat maar over aan het naburige Blankenberge, legendarisch lelijk, maar wel bedrijvig. Of aan Oostende, waar ik later een weekje doorbracht. Het contrast tussen Oostende en De Haan is groot. Ik logeerde er in een hotel vlakbij de drukke boulevard. Overdag wemelt het er van de badgasten, ’s nachts van de uitgaande jongeren. Ook Oostende is niet moeders mooiste badplaats, op oude foto’s kun je zien hoeveel fraais er is verdwenen, maar het heeft een zekere aangename levendigheid, fraaie parken en uitstekende musea: Mu.Zee met veel werk van de Vlaamse expressionisten en sinds kort het Spilliaert Huis, gewijd aan de bijzondere schilder Léon Spilliaert.

Maar als ik terugga naar de Belgische kust, zal ik dat toch in de eerste plaats voor De Haan doen. Ik voel me daar in goed gezelschap, want niet alleen Youp van ’t Hek, maar ook Albert Einstein ging me voor. Ik bedoel er niets mee, maar het blijft een aangename constatering.

In maart 1933, als Einstein met zijn vrouw vanuit de VS naar Duitsland wil terugkeren, raden vrienden in Antwerpen hem aan in België te blijven. Einstein neemt van april tot september 1933 samen met zijn vrouw en zijn stiefdochter zijn intrek in het linkergedeelte van de dubbelvilla Savoyarde in de Shakespearelaan in De Haan. Intussen verbranden de nazi’s in Berlijn zijn geschriften. Hij verlaat op 9 september 1933 incognito De Haan en wijkt via Engeland uit naar de Verenigde Staten.

Zijn villaatje staat er nog altijd puntgaaf bij en hij is verderop zittend op een bankje vereeuwigd in brons. Ik ging naast hem zitten en zei tegen mijn vrouw: „Maak nu de foto van je leven.”