In Small Town America verdampt de Amerikaanse droom

Verenigde Staten Wie het probeert kan succes hebben, zei president Obama in Osawatomie, Kansas. Veel Amerikanen voelen zich niet langer meester over hun lot.

Main Street in Osawatomie, 1942 Foto Alfred Eisenstaedt/The LIFE Picture Collection/ Getty Images ©

Een tankstation, een drankhandel en een autodealer – dat is het eerste wat je van Osawatomie ziet na de afslag. De dealer biedt tweedehands auto’s aan met snelle leningen. Good credit, bad credit: no problem! Daarnaast een zaakje dat bail bonds verkoopt. Gevangenen die op hun rechtszaak wachten, kunnen hier geld lenen voor hun borgsom. Een gouden en snel opkomende handel. Het stadje Osawatomie ligt in het glooiende boerengebied van Kansas, in het geografische hart van de Verenigde Staten.

Ondanks de prikkelende naam – een samenvoeging van de indianenstammen Pottawatomi en Osage – heeft Osawatomie niets schilderachtigs.

Het stadje kampt met hetzelfde probleem als de meeste plattelandsgebieden in de VS: elk jaar loopt het weer iets verder leeg. Volgens de laatste telling wonen er nog 4.357 mensen, en daarmee is het ongeveer terug op het niveau van 1950. De meeste banen zijn de laatste decennia verdwenen. Kleine boerenbedrijven hebben hun deuren gesloten, en zijn vervangen door grote agrarische ondernemingen, met minder banen. De beroepsbevolking is naar stedelijke gebieden vertrokken. In 1953 woonde ruim een op de drie Amerikanen op het platteland, inmiddels is dat een op de vijf.

Je zou het nu niet meer zeggen, maar Osawatomie is de plek waar de ‘American Dream’ geboren werd. Dat gebeurde op een regenachtige dag in augustus 1910, tijdens een toespraak door president Theodore ‘Teddy’ Roosevelt. Die droom – het idee van een Amerika waarin iedereen het kan maken, een Amerika dat in de kern rechtvaardig en eerlijk is – hield het land decennia sociaal bijeen. Amerikanen pikten hun armoede en hoopten stilletjes op betere tijden. Rijke Amerikanen werden niet gehaat, er werd naar ze opgekeken: ooit ga ik dit ook bereiken.

Osawatomie is óók de plek waar Barack Obama zijn moeizame eerste termijn als president redde. Ook in een toespraak, op 11 december 2011. Het was het jaar dat een gevoel van desillusie over Obama zich meester maakte van progressieve Amerikanen. Obama kon de Amerikaanse Droom niet herstellen, realiseerden zij zich. Obama, ook gefrustreerd door de beperkingen van zijn baan, hield in Osawatomie een progressieve toespraak over de economie, waarin hij de idealen van de Amerikaanse Droom omarmde. Die toespraak speelde een belangrijke rol in zijn herverkiezing, in 2012.

Sfeer van verlies

Toch is de droom hier ver weg. In Osawatomie hangt dezelfde stemming die ik in veel andere kleine steden tegenkom in de Obama-jaren: een sfeer van verlies. Niet langer geloven de Amerikanen hier de oude mythe dat hun leven beter wordt dan dat van hun ouders. Ze denken juist dat het slechter wordt, en klampen zich vast aan wat er nog is.

Praat met de inwoners van Osawatomie, en je hoort echo’s van het trumpisme, de denkwereld van de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump. De ‘willen is kunnen’-filosofie, zo centraal in het Amerikaanse denken, wordt volgens hen gedwarsboomd door externe krachten. Trump speelt daar vanaf de zomer van 2015, als hij zich kandideert voor de verkiezingen van 2016, handig op in. U verliest uw baan, zegt hij, want de Mexicanen komen. U verliest uw bedrijf, want de Chinezen komen. U verliest uw identiteit, want een Keniaanse moslim eist het Witte Huis op. ‘We’re losing all the time’ is een vaste uitdrukking van Trump.

Lees alles over de Amerikaanse presidentsverkiezingen op NRC’s Amerika-blog

Osawatomie gelooft niet meer in de toekomst, en leeft daarom vooral in het verleden. In het centrum staat het houten hutje waarin de militante anti-slavernijstrijder John Brown zich in 1856 verschanste. Het is nu een museum.

Brown is een legende in Kansas. Niet alleen omdat hij een gewapende opstand tegen de slavernij probeerde te ontketenen, maar ook omdat hij het opnam tegen de federale overheid. Dat is nog altijd een deugd in deze conservatieve staat. John Brown bood in Osawatomie met een zwaarbewapende militie onderdak aan ontsnapte slaven. Hij werd aangevallen door een overmacht aan strijders die voor behoud van de slavernij waren, en moest na een bloedige strijd het dorp ontvluchten. Drie jaar later werd hij alsnog geëxecuteerd.

Ted Hunter, een kleine man met een spierwit sikje, vertelt de Slag van Osawatomie na alsof hij er zelf bij was. Hunter is de eigenaar van het historisch museum. „Je bent jaren te laat”, zegt Hunter.

„Vroeger was Osawatomie mooier.”

Hij laat een Monopoly-spel zien, dat de lokale middenstand in de jaren zeventig gemaakt heeft. Het waren de jaren dat er nog bedrijvigheid was. Ieder vakje is een bank, verzekeringsbedrijf, of restaurant. Allemaal verdwenen. Tot 1985 was dit een knooppunt tussen de treinverbindingen naar het zuiden en westen. Het station ging dicht toen de inwoners vertrokken. De treinen razen nu ieder halfuur voorbij.

De overgebleven winkels in Main Street verkopen nostalgie. Ze hebben namen als Main Street Memories, of Dreamland, en bieden antiek, verkeersborden of tweedehands spulletjes te koop aan. Ik loop naar binnen bij de Old Country Store, waar een dame op leeftijd voor de deur haar oldtimer staat in te laden. „Vandaag is mijn laatste dag”, zegt de vrouw, Cornelia Jeffery. „We gaan dicht.” Vijfentwintig jaar verkocht ze boeken, historische posters en antieke meubels. Maar de winkel moet dringend gerestaureerd worden, het gebouw kan bij iedere grote storm instorten. Dat geld heeft ze niet.

Speculanten

Niet ver van Jeffery’s winkel stond Teddy Roosevelt in 1910 te spreken. Buiten, op een keukentafel. Anderhalf uur lang brulde Roosevelt zijn ideeën over een nieuwe sociaal-economische structuur voor de VS naar 30.000 toeschouwers. De Republikein pleitte tegen de privileges die het bedrijfsleven genoot, zoals lage belastingen, en lage lonen. Hij keerde zich tegen lobby- en belangengroepen, speculanten op de beurs, en de kloof tussen arm en rijk. Het was een pleidooi tegen egoïsme.

„We zijn allemaal Amerikanen. Onze gemeenschappelijke belangen zijn net zo breed als dit continent.”

Fragment The New York Times

Teddy Roosevelt zei dat iedere burger een kans verdient om hoger op de maatschappelijke ladder te klimmen. Een sterke centrale overheid zou hierop moeten toezien, want de vrije markt kent geen maatschappelijke moraal. Grote bedrijven mochten zich niet langer groter wanen dan de democratie. Washington zag hij als een zaakwaarnemer van de kleine man. Afkomst moest er niet meer toe doen. Amerika mocht geen tweede Europa worden, met zijn starre sociale mobiliteit. Roosevelt doopte zijn visie New Nationalism. Zijn toespraak was zo revolutionair, dat The New York Times de president misprijzend met de Romeinse keizer Nero vergeleek.

President Barack Obama is een groot bewonderaar van Teddy Roosevelt, met name van zijn toespraak in Osawatomie. Het was een boodschap die hij vanaf het begin van zijn presidentschap ook wilde vertellen, maar die niet overkwam. Niet in het conservatieve Osawatomie, maar ook niet bij zijn stedelijke, progressieve achterban. Vooruitstrevende Amerikanen beschouwden Obama vaak zelf als het probleem, en niet als de oplossing. De kloof tussen arm en rijk bleef tijdens zijn presidentschap groeien, en bedrijven en lobbyorganisaties bepaalden nog steeds in grote mate de politieke agenda in Washington.

In september 2011 sloegen activisten hun tenten op in Zuccotti Park, in New York. Occupy Wall Street was geboren. Zuccotti Park heette vanaf toen een paar maanden Liberty Plaza. Binnen een paar weken sloeg de Occupy-beweging over naar San Francisco, Chicago, Washington, Dallas, en vele andere steden. De activisten richtten zich, net als Roosevelt, tegen het grote geld, tegen de verlamming in Washington, tegen hebzucht, corruptie en werkloosheid.

Tekst gaat verder na de video:

Verwevenheid

Occupy was, in essentie, een protest tegen de verwevenheid tussen geld en politiek. President Obama kon de demonstranten – op het hoogtepunt waren het enkele honderdduizenden – niet duidelijk maken waarin hij afweek van andere politici. Democraten klaagden op hun beurt over Occupy. In 2010 had de partij een grote nederlaag geleden bij tussentijdse Congresverkiezingen. Hadden die boze mensen niet beter toen van zich kunnen laten horen?

Na een paar maanden ebde de Occupy-beweging weg. De betogers moesten weer aan het werk, of aan de studie. Hier en daar ontstonden onderlinge irritaties, elders sloeg de politie tentenkampen uit elkaar. De betogers vertrokken. Wat bleef, was het ongenoegen van progressief Amerika.

Obama was zich daarvan bewust, vertelt zijn toenmalige speechschrijver Jon Favreau me een paar jaar later. De jonge dertiger – Obama noemt hem ‘Favs’ – was jarenlang het brein achter Obama’s sterkste wapen: zijn toespraken. Als ik Favreau spreek, is hij scriptschrijver voor een televisieserie geworden. Ten tijde van Occupy, vertelt Favreau, zat Obama er doorheen. Hij voelde zich mat, voorspelbaar, grijs. Hij voelde zich bovendien in de steek gelaten door zijn progressieve achterban. Obama zag zijn herverkiezing in gevaar komen, en wilde een nieuwe start maken met zijn kiezers. „Osawatomie”, zei hij tegen Favreau. „Dáár moet het gebeuren.”

Lees hier het interview dat Guus Valk in 2014 had met Jon Favreau: ‘Je kunt slecht beleid niet rechtschrijven’

De locatie lag voor de hand, en niet alleen omdat Obama Roosevelt bewonderde. Obama’s moeder, Stanley Ann Dunham, bracht haar jeugd door in het stadje El Dorado, niet ver van Osawatomie. Obama wilde de staat die hem in 2008 hard had laten vallen, laten zien dat hij een van hen was gebleven. Maar meer nog wilde Obama de bezieling terugbrengen in zijn presidentschap. Terwijl Favreau de toespraak op zijn laptop schreef, zat de president, toch al een control freak, hem meer dan anders op de hielen. Favreau:

„Het was een cruciaal moment voor Obama. Hij wilde terug naar het Kansas van zijn grootouders, en spreken over de basis: wat Amerika voor hem betekent, wie hem inspireert, welke kant de economie opgaat.”

Amerika breekt doormidden

In de aula van de middelbare school sprak Obama op 11 december 2011 de bewoners van Osawatomie toe. Over de teloorgang van de Amerikaanse middenklasse, de wereld van zijn opa en oma. „Zij geloofden nog in een Amerika waar hard werken loont, en verantwoordelijkheid zich terugbetaalt, en waar iedereen die het probeert, succes kan hebben.”

Amerika breekt doormidden, zei hij. In een klein, rijk deel en een groter, armoedig deel. Door het verdampen van de middenklasse verdwijnt het kernidee achter de Amerikaanse Droom: opwaartse mobiliteit. Obama citeerde Roosevelt:

„Uiteindelijk, op de lange termijn, klimmen we samen omhoog, of gaan we samen ten onder.”

Tekst gaat verder na de video:

Politiek was de toespraak een doorslaand succes. Jon Favreau beschouwt het als de beste die hij geschreven heeft. ‘Osawatomie’ kwam net op tijd om de president weer wat ideologische kleur op de wangen te geven. Zijn campagne in 2012 bouwde hij op rondom dit thema. Eenvoudig kon hij er zijn herverkiezing mee veilig stellen.

Maar de scheefgroei in inkomensverdeling is ook ná ‘Osawatomie’ alleen maar groter geworden. In de late jaren zeventig verdiende de rijkste 1 procent Amerikanen nog zo’n 11 procent van het totaal verdiende inkomen in de VS. En 90 procent van de Amerikanen verdiende tweederde van dat totale inkomen. Maar vanaf de jaren tachtig maakte de middenklasse een vrije val door, die hard werd doorgezet in de Obama-jaren. De onderste 90 procent van de Amerikanen verdient nu minder dan de helft van het totale inkomen. De rijkste 1 procent verdient bijna een kwart.

Deze historisch ongekende kloof heeft een groot effect op de stemming in het land. Driekwart van de Amerikanen gelooft volgens een peiling van het Aspen Institute dat de Amerikaanse Droom bedreigd wordt. Tweederde van de ondervraagden denkt dat het de komende jaren alleen maar erger wordt. Amerikanen, die zichzelf graag zien als selfmade, zijn gaan inzien dat ze hun lot niet geheel in eigen hand hebben.

Cornelia Jeffery, van Old Country Store, was geraakt door de toespraak van Obama in haar woonplaats. Maar het is te laat, zegt ze. Haar winkel is de derde op Main Street die deze maand sluit. Het veebedrijf dat Cornelia Jeffery met haar man bezit, zeventien hectare groot, heeft ze kortgeleden ook te koop gezet. De stress is het niet meer waard. „Het is tijd om het goed te verkopen, en van dat geld te leven. Iedereen boven de zestig doet dat. Zo gaat dat in Small Town America.” Ze staat op en laadt een nieuwe doos in haar auto.

Dit is een licht bewerkte voorpublicatie van het boek Obamaland van Guus Valk, dat op 7 september verschijnt bij uitgeverij Lebowski.