Hitteschild van groene daken en witte muren

Twee zelfgeknutselde modellen van kubuswoningen Foto studio NRC

Dat was wel een waardige afsluiting van de sportzomer geweest: als ook het weer alle records had gebroken. Even leek het ook die kant op te gaan toen het KNMI begin vorige week een hittewaarschuwing voor het hele land afgaf en het RIVM het Nationaal Hitteplan activeerde. Alarmfase drie. Tientallen scholen stelden een tropenrooster in.

Uiteindelijk werd het een doodgewone warme augustusweek, niks vergeleken met de augustus van 1975 of 1997. Niks voor de medaillespiegel. Het werd in Westdorpe warmer dan ooit tevoren, maar veel meer viel er niet te melden. En wie woont er nu in Westdorpe.

Het KNMI hield nog een tijdje vast aan waarschuwingscode geel en het RIVM weigerde het Nationaal Hitteplan zomaar te inactiveren. Bejaarden moesten dunne kleding aanhouden, in de schaduw blijven, kalmaan doen en veel drinken, maar geen koffie. En als het voortaan vaker zo heet zou worden deden ze er goed aan een ventilator te kopen en het dak wit te verven. Het stond ook in deze krant.

Het dak wit verven! Dat is een tip van Werkgroep II van het IPCC, terug te vinden in het rapport dat de groep in 2014 uitbracht over de gevolgen van klimaatverandering en hoe die te pareren. Paragraaf 8.3.3.7.1 behandelt ‘green and white roofs’. De groep breekt primair een warme lans voor het telen van gewassen op het dak, dat kan wateroverlast op lager nivo voorkomen en de lokale biodiversiteit vergroten. Of de voedselproductie.

Het alternatief is de bus witte verf. Witte daken blijven koeler dan daken met bitumen bedekking, ontdekte de groep die misschien niet weet dat wij hier in Holland vooral pannen op het dak hebben. Ze voegt er wervend aan toe dat hier en daar al proeven zijn gedaan met witte wegdekken. Dat is waar. Een paar jaar geleden werd de Hortusbrug over de Amsterdamse Nieuwe Herengracht wit geverfd omdat hij bij warm weer klemde.

Wit helpt, dat lijdt geen twijfel. Voor de aardigheid is deze week nog eens de proef op de som genomen. Blikjes Coca-Cola Light werden blank geschuurd en - òf wit òf dof zwart geverfd òf blank gelaten – twee uur in de zon gelegd. Het warmst werd de cola in het zwarte blik, het koelst bleef ze in het witte. Wat trouwens verbazing wekte omdat altijd zo hoog wordt opgegeven van de reflectiviteit van glanzend aluminium. Bij nader inzien bleek de colabus niet van aluminium maar van staal. Toen de prestaties later werden vergeleken met die van een gladgeschuurd aluminium blikje (Fanta) won het aluminium met glans. Gepolijst aluminium op het dak is dus ook nog een optie.

Maar het IPCC geeft wit in overweging. Witte verf op het dak. Waarom per se op het dak? Is dat wel vanzelfsprekend? Ook de muren worden immers door de zon bestraald en die zijn veel makkelijker wit te verven. Zeker blijven ze langer wit. De Hortusbrug is allang weer zwart, hij wordt nu met water gekoeld.

Het besluit viel om eens uit te rekenen hoe de warmtevangst van verticale muren zich op onze breedte, en op 25 augustus, verhoudt tot de vangst van horizontale daken. In casu: voor die van het soort raamloze en schoorsteenloze kubuswoningen dat hier op het plaatje staat. Inclusief een perfecte noord-zuid oriëntatie.

Er zijn websites te over die voor elke moment van de dag voor elke geografische lengte en breedte de zonspositie (hoogte en kompasrichting) kunnen berekenen. De site susdesign.com/sunangle werkte prettig. De geografische lengte werd gemakshalve zo gekozen dat de zon om 12.00 uur in het zuiden stond. De breedte was 52 graden noord.

De rekenarij is niet zó eenvoudig. Het gaat erom voor een voldoende aantal tijdstippen te bepalen hoe schuin de zon het te onderzoeken vlak (dak of muur) aanstraalt. Zonlicht dat een vlak onder een hoek van 30 graden beschijnt straalt per vierkante meter maar half zoveel energie in als zonlicht dat loodrecht invalt. Voor het platte dak is alleen de zonshoogte van invloed, maar bij de muren is de kompasrichting (azimut) zeker zo belangrijk. Tegen het einde van de middag (5,5 uur na het dagmidden) wordt een zuidmuur op 25 augustus nog nèt scherend door de zon beschenen, zodat de warmte-instraling nihil is terwijl de zon toch nog flink boven de horizon staat (12,5 graden).

Wat de zaak compliceert is dat licht van een laagstaande zon, licht dat dus een lange reis door de atmosfeer maakte, veel zwakker arriveert dan dat van een hoge zon. Voor dit effect zijn empirische formules opgesteld, zoals die van het Wikipedia-lemma ‘direct insolation’. Licht van een zon die 12,5 graden boven de horizon staat is nog maar half zo sterk als zonlicht dat recht van boven komt.

De uitkomst van het rekenwerk was dat hier in Holland, op 25 augustus, een plat dak, over een dag gesommeerd, meer zonnewarmte opneemt dan een zuidmuur van gelijk oppervlak. Het scheelt misschien zo’n 25 procent. Maar de vrijstaande kubuswoningen van het plaatje hebben ook west- en oostmuren die door de zon beschenen worden, daar zit ’m de kneep. Vier uur vóór en na het dagmidden kunnen die muren flink warm worden en met de zuidmuur samen nemen ze véél meer warmte op dan het platte dak. Wij van AW adviseren: verf de muren wit en plant planten op het dak.