Het Turkse probleem zit hier

nrcvindt

Dat de autoriteiten in Turkije mensen van Turkse komaf in het buitenland als hun onderdanen blijven beschouwen, is een bekend fenomeen. Dat andersom een deel van de Turkse Nederlanders – ook van de tweede of derde generatie – president Erdogan als ‘hun’ leider beschouwt en zich betrokken voelt bij de gebeurtenissen in Turkije, blijkt nieuw. Dat wil zeggen: voor het Nederlandse kabinet. Premier Rutte gaf deze week in het tv-progamma De Wereld Draait Door toe deze ontwikkeling niet te hebben gezien.

Het geeft te denken dat dit inzicht kennelijk pas is ontstaan na de heftige reacties in Turks-Nederlandse kring , als gevolg van de mislukte couppoging in Turkije half juli. De afgelopen jaren is veel gesproken over de ‘lange arm van Ankara’ die zich intensief bemoeit met Turken in Nederland. Dat suggereert een eenzijdige, directieve aansturing vanuit Turkije. Delen van de Turks-Nederlandse gemeenschap zijn hier ontvankelijk voor omdat ze blijkbaar een stevige band hebben met het land van hun (voor)ouders. Was dit werkelijk onbekend? Dat is dan pas echt zorgelijk.

De Nederlandse overheid betaalt nu de prijs voor jarenlang wegkijken. Men heeft niet willen zien dat ondanks allerlei vormen van integratiebeleid nogal wat Turkse Nederlanders zich ook diep betrokken voelen bij het reilen en zeilen van Turkije. Zolang het gaat om gewoon engagement is hier niets mis mee. Het is zelfs volkomen begrijpelijk en gaat op voor welhaast elke diaspora.

Ook voor mensen die ervoor hebben gekozen elders hun bestaan op te bouwen, gelden de wetten en normen van het land waarvoor zij gekozen hebben. In het geval van de Turkse gemeenschap in Nederland houdt dit in dat van de zuiveringspolitiek, zoals deze nu Turkije plaatsvindt, in Nederland geen sprake kan zijn.

Aanhangers van de in ballingschap levende geestelijke Fethullah Gülen worden ook in Nederland afgeserveerd. Gülen wordt immers door de Turkse president Erdogan beschouwd als de man achter de mislukte coup. Kinderen op zogeheten Gülenscholen zijn van die scholen afgehaald en Turkse-Nederlandse ondernemers hebben bedreigingen ontvangen.

De reactie van de Nederlandse overheid was tot nu toe dat de Turkse spanningen niet naar Nederland mogen worden geëxporteerd. Turkse autoriteiten zijn hier op aangesproken. Dat laat onverlet dat Den Haag had moeten weten dat de Turks-Nederlandse gemeenschap reeds veel langer wordt beheerst door spanningen. Vanzelfsprekend mag Nederland van Turkije verlangen zich niet te bemoeien met zaken die hier spelen. Maar het probleem zit in Nederland en zal allereerst hier moeten worden opgelost.