Een echte Volvo, uit China

testte de V90 D4 zo fundamentalistisch mogelijk op Volvo-eigenschappen: rust, ruimte, adel, eigenheid. Hij is geslaagd.
De Volvo V90 bij Volvo Cars Nederland in Beesd; ook op de foto Christiaan Krouwel, product manager cars Foto Peter de Krom

Als ex-eigenaar van een S90 ben ik gerechtigd het profiel van de zojuist herrezen grootste Volvo toe te lichten. De S en V90, sedan en stationcar, waren in de jaren negentig noblesse oblige voor de gearriveerde burgerij en later voor de eigenzinnige occasionkoper. Snelheid was bijzaak, glijden belangrijker dan sturen. Comfort en veiligheid gingen vóór een schoonheidsideaal dat de Volvist als voze oppervlakkigheid verachtte. De grove vormen van zijn tank vertaalden zijn charmant hooghartige verzet tegen de buitenkant. Niet onbelangrijk ook: dat het geen Duitser was. Je kocht tegencultuur.

Zijn opvolger, die als stationwagen en sedan sinds afgelopen maand te koop is, moest als naamgenoot binnen die randvoorwaarden passen. Daarom dacht ik dat zijn comeback een taaie klus zou worden. Sinds in 1998 de laatste oer-90 van de band rolde, zijn achttien jaar verstreken en de sociale structuren onherkenbaar veranderd. De Volvo-bourgeoisie is vergrijsd of begraven, de nieuwe Volvoman ondernemer of accountant en bestuurder van de suv die Zwedens eerste pijnlijke knieval voor de tijdgeest was, de XC90. En alles is buitenkant geworden. In die losgeslagen wereld moet de 90 zijn ooit unieke plaats van koppig anti-representatief betereburgerding heroveren.

Zijn geweldige ontvangst heeft me verrast, terwijl hij is geworden wat ik hoopte: een moeilijk op het netvlies drukkend monument, een renaissancetank. Maar wie moet hem kopen? Niet de gesoigneerde bejaarde echtparen die je nu nog in hun smetteloos onderhouden, nieuw aangeschafte 90’s tegenkomt. Ze zijn het Den Haag van Couperus, het komt nooit weerom. En hun hoogopgeleide kroost is afgezwaaid naar Audi’s.

Ik vermoed dat Volvo’s Chinese eigenaar Geely op de lokale markten wedt. In China zijn grote sedans zeer populair. Daarnaast kan ik me indenken dat zich tussen de Europese welvaartskinderen met enige bestedingsruimte een groep zwevende kiezers van veertigers en vijftigers ophoudt die klaar is met de conformistische gesmeerdheid van de Duitse subtopklasse. Misschien is het moment gekomen om hun vatbaarheid te testen voor het ongezeglijke geluk van pap en mam. Want het Volvogevoel is een clubgevoel. Met onuitroeibare hardnekkigheid gaat het debat over een nieuwe Volvo allereerst over de vraag of het een echte is. En? Ik denk dat Volvo raak schoot.

Ik weet dat, omdat ik de V90 D4 met een geestverwant zo fundamentalistisch mogelijk alleen op Volvo-eigenschappen testte: rust, ruimte, adel, eigenheid. Wij savoureerden steun en absorptievermogen van de indrukwekkend grote stoelen, de Zweeds eigenzinnige doortraptheid van het multimediasysteem. Herkenden de klassieke gedragenheid van de voortbeweging, die de sterke maar nooit jachtige viercilinder diesel tegen alle verwachtingen in heeft beërfd van de zescilinders in de oorspronkelijke 90, al ronkt hij minder nobel. Wij verzoenden ons met de haast Amerikaanse gewichtigheid van de koets die de monsterlijke 20 inch-velgen, concessie aan de Duitse mode, bijna verplettert onder zijn volume. Enige dissonant is de schuin aflopende achterruit die bij de V90 de coupélijn van een Audi-modestation kopieert. Die achterklep had strak verticaal moeten staan, wij hebben er recht op.

De bediening is vertouch-screend

De bediening is grotendeels vertouchscreend, maar Volvo stimuleert het analoge thuishonksentiment met wissewasjes uit de oude doos. Bijvoorbeeld het rubberen joystickje voor de spiegelverstelling waarmee, nadat de flankerende knopjes links of rechts zijn ingedrukt, de corresponderende spiegels in positie worden gebracht. Dankbaar constateren we dat de knoppen voor de ventilatieroosters metaalkoud aanvoelen. Gelukkig, echte Zweedse kwaliteit. Beter dan vroeger zelfs, want de oude grossierde in plastic.

Verder willen wij dat hij groot en verstandig is. Daar is hard aan gewerkt. Het roldek voor de afdekhoes van de kofferruimte is met een druk op twee knoppen makkelijk ontgrendel- en uitneembaar. Iets lager bevindt zich voor het verplichte hondennet een tweede rolbalk waarvan het traliewerk zich laat vastzetten in perfect geplaatste verankeringspunten langs de plafondranden. De beenruimte achterin is afgezet tegen het formaat van de auto enigszins teleurstellend, maar in absolute zin riant. De laadruimte is zo goed als vlak en voor mij lang genoeg om gestrekt de nacht te kunnen doorbrengen.

In de kofferbak nog meer ontroerend zorgzame toverij. Er zijn druktoetsen voor het neerklappen van de achterbank en de elektrisch uit- en inklapbare trekhaak, die als een stalen drakenhals onder de achterbumper opveert en met de hand in zijn vergrendeling wordt geklikt. En kijk de klep van de dubbele bodem eens, die staand de betere boodschappen op hun plaats houdt en neergeklapt de MacBook Air verstopt van huisartsen en architecten die met deze 90 het Volvoburgerdom een nieuwe toekomst zullen geven. Want goddomme, het is weer een echte.