De wereld wil bedrogen worden

Bedriegers en bedrogenen Of het nu de chirurg zonder diploma is of de kernfysicus die zijn eigen getuigschriften vervaardigt – het is lastig om deze kameleons niet te bewonderen om hun lef en verbeeldingskracht.

Kleine bedriegers en miezerige zwendelaars vind je overal. Ze zetten de buren af, sturen vanaf schimmige Facebook-pagina’s verhaspelde persoonlijke berichten over erfenisjes, laten bleke mannen op internationale luchthavens vergeefs op buitenlandse liefdes wachten. Maar meesteroplichters, kunstenaars in het overreden die je vertrouwen winnen en je kritische vermogens in slaap sussen, zijn dunner gezaaid. Waar ze opduiken, bij sport, financiën, wetenschap en gezondheidszorg, laten ze een spoor van vernieling achter: berooide slachtoffers, failliete bedrijven en tot op het bot uitgeklede en emotioneel beschadigde mensen. We kennen allemaal wel iemand die ooit het slachtoffer was. Of we waren het zelf.

Hoe krijgen bedriegers het voor elkaar? Hoe kunnen ze zo lang hun gang gaan? En hoe komt het dat wij er in trappen?

In List en leugen analyseert de Russisch-Amerikaanse psychologe Maria Konnikova (1987) op lucide wijze de trucs waarmee geslepen daders hun slachtoffers in de val lokken. In met anekdotes en voorbeelden doorspekte hoofdstukken als ‘de opzet’, ‘de babbel’, ‘de fuik en de slag’ , ‘de afscheper en de fixer’ buigt Konnikova zich over verschillende vormen van bedrog – van miljoenenfraudes tot skimming – en laat ze zien wat fascinerende oplichters met elkaar gemeen hebben.

0209CUL Konnikova

Daarbij legt ze de neurologische, biologische en psychologische bedrading bloot die ons tot zulke geschikte bedriegers en bedrogenen maakt. Want we zijn allemaal hard-wired voor bedrog: van ‘de onwrikbare overtuiging van de zuigeling dat die gevoed en getroost zal worden tot de behoefte van de volwassene om een vorm van rechtvaardigheid te zien in de wereld’. Als kinderen moeten we geloven dat we lief, geweldig en knuffelwaardig zijn, onmisbaar en een bron van vreugde voor onze ouders. Ik herinner me mijn onrust als zesjarige, denkend aan het onbevattelijke tijdperk van vóór mijn geboorte. Daarin hadden allerlei familieleden al prima geleefd zonder mij.

Toch is vertrouwen het evolutionaire pad dat het meeste voordeel oplevert. De baby die zich afkeert van de borst van zijn moeder (wat zit er in die melk?) overleeft het niet. En hoewel we allemaal in staat zijn om te bedriegen of bedrogen te worden, is de vraag: hoe groot, hoe veelomvattend, schadelijk of pijnlijk wordt dit bedrog? En hoe beschamend is het eigenlijk als we ons laten bedriegen?

Zelfbedrog

Mooi aan de processen die Konnikova beschrijft is dat ze ook (onze nood tot) zelfbedrog begrijpelijk maakt. Want duidelijk is: bedriegers hebben het makkelijk. Wij doen het grootste deel van het werk in het tomeloze verlangen te geloven wat ze ons vertellen. En dan rest de oplichter alleen uit te vogelen wat we het liefste willen horen. Voor de één is dat contact met een overleden kind, voor de ander dat hij zich een financieel genie mag wanen of toegang denkt te krijgen tot een prachtige en ongehoord unieke familiegeschiedenis.

De gave van de oplichter, stelt Konnikova, ligt erin zich overtuigend te presenteren als de persoon die dit verlangen het beste kan vervullen. ‘Ware oplichters dwingen ons helemaal nergens toe; ze maken ons medeplichtig aan onze eigen ondergang. Zij stelen niet. Wij geven.’ Geld, reputatie, vertrouwen, roem, legitimiteit, (politieke en economische) steun.

Onze drang om te geloven en zaken die onze wereld verklaren voor waar aan te nemen, is zo sterk en alomtegenwoordig dat we niet door hebben wat er gebeurt – tot het te laat is. Na de ontmaskering en de onthulling, zijn daar de blote billen van de keizer, de lege kas, het vergruisde hart, de besmeurde reputatie, het gehoorzaam buigen, het terugtrekken uit de sekte. En dan is er schaamte, schuld en blijvende spijt. Of de verbeten ontkenning vanaf de bodem van de put tussen de brokstukken van het zelfvertrouwen. Want The bigger the scam, the bolder the lie. En hoe groter de droom die aan stukken is geslagen. Weten dat je bedrogen wordt, maar beseffen waarom je erin meegaat is soms het hoogst haalbare. Zoals Nina Simone al zong: ‘Hush now, don’t explain. I am glad you are back. Skip that, the lipstick/don’t explain.’

Toch, stelt Konnikova, beschouwen we onszelf zelden als naïef, te goed van vertrouwen. Opvallend weinig spreken we over onszelf als mogelijke oplichters of bedriegers. We willen aardige, redelijke mensen gevonden worden. We kunnen – klemvast in onze vriendelijkheid – mensen bewonderen die deze behoefte niet hebben. Die is onkwetsbaar en zal nooit bedrogen worden, denken we. Gebiologeerd betreden we het ijzig veldje van de psychopathie en aanschouwen met open mond de nonchalance, het gebrek aan empathie, tot in het biologisch extreme doorgevoerd. Het ‘I am the one who knocks,’ van Walter White, in de serie Breaking Bad. De dader die zwierig over lijken gaat.

Hoewel het bij de oplichters vaak draait om financieel gewin, laat Konnikova zien dat er nogal wat terreinen van bevrediging zijn. Regelmatig treffen we bedriegers die er niet op uit zijn anderen te beschadigen, maar het als neveneffect accepteren vanwege een krachtige innerlijke noodzaak, een gespletenheid die uitgedrukt móet worden. Mensen als Frank Abagnale (de held van Catch Me If You Can), die zich als tiener luchtvaartmaatschappijen inpraatte, of Ferdinand Waldo Demara, The Great Impostor. Mannen en vrouwen die er verschillende levens op na willen houden, zodat alle behoeften kunnen worden uitgeleefd. Of die willen ontsnappen aan een grauwheid die ze vanaf hun jeugd achtervolgt.

Kameleons

Van de chirurg zonder één enkel diploma tot naar de aan topuniversiteiten docerende kernfysicus die zijn eigen getuigschriften en aanbevelingen vervaardigde – het is moeilijk om deze kameleons niet ook te bewonderen om hun lef en verbeeldingskracht. Ook de pressie om een bepaald soort mens te zijn of een extreme prestatiedwang kunnen leiden tot bedrog. Vaak is dit in sport en wetenschap het geval. Dan duiken de dopinggebruikers op, en de Diederik Stapels.

Zwierig en helder spreidt Konnikova in List en leugen de pauwenwaaier voor ons uit, het duizend-ogenspel. Zo verbijsterend kan bedrog zijn. Verleidelijk, kleurrijk en vol onalledaagse schittering. ‘Want onze hersenen zijn gemaakt voor verhalen. We smachten ernaar, en als ze niet voorhanden zijn, creëren we ze zelf. Verhalen over onze herkomst. De zin van ons leven. Redenen waarom de wereld is zoals hij is.’

Bedriegers en bedrogenen te over, maar ondertussen is List en Leugen uiteindelijk ook een pleidooi voor die andere, ons wijzer, rijper, sterker en gevoeliger makende, niet beschadigende vorm van bedrog: kunst.