De schaamte van Amsterdam

Gifbelt In het uiterste noorden van Amsterdam, op de rand van Broek in Waterland, ligt nu een prachtig natuurgebied: de Volgermeerpolder. Maar de geschiedenis van deze voormalige gifbelt vervult de gemeente Amsterdam nog altijd met schaamte. “Ze zijn op een afschuwelijke manier met het milieu omgegaan.”

Nu een prachtig natuurgebied, maar in de jaren zestig werden hier zeker 10.000 vaten zwaar chemisch afval gestort. Foto Saskia van Loenen

Wie er nu loopt waant zich in een paradijs. Water, groen, bloemen, bijen, en vogels – heel veel vogels. Wie niet beter weet zou niet kunnen vermoeden wat de gore waarheid is achter deze idylle. Want goor is het. Letterlijk. „Je zult moeite moeten doen om een viezere plek op de wereld te vinden”, zegt ecoloog Ed Buijs (54) van de gemeente Amsterdam, beheerder van de Volgermeerpolder.

Even terug in de tijd. Vanaf de jaren 30 van de vorige eeuw was dit gebied bij Broek in Waterland, ruim 100 hectare groot, een vuilstortplaats: nadat turf afsteken in dit veenweidegebied minder rendabel was geworden werd besloten het geld te verdienen met het dumpen van Amsterdams afval. Per boot werd het vuilnis aangevoerd, decennialang.

Vanaf de jaren 50 begon het gedonder: vanaf toen werd er ook industrieel en chemisch afval uit de haven gedumpt. De Vietnamoorlog speelde daarbij een rol, legt Buijs uit. „In die oorlog werd gebruikgemaakt van Agent Orange, een ontbladeringsmiddel. Dit werd in Amerika geproduceerd, maar vanwege de grote vraag op de wereldmarkt ook hier in de haven van Amsterdam, door Philips Duphar. Een heel goor goedje, echt extreem zwaar gif. De bijproducten die vrijkwamen bij het productieproces werden in vaten gestopt, en die belandden hier.” Die zaten vol met zware giftige stoffen zoals dioxine, zegt hij, dat bijna niet afbreekt. „Het is een grof schandaal. De gemeente Amsterdam had een zeer twijfelachtige reputatie op dit gebied. Ook met wat er gebeurde op de Diemerzeedijk [waar hetzelfde afval, maar dan de brandbare variant, werd gedumpt, red.]. Ze zijn op een afschuwelijke manier met het milieu omgegaan.”

Wakker geschud

0209AMS_volgermeernw3

Foto's ANP en Bert Verhoeff

Foto’s ANP en Bert Verhoeff

Het kantelpunt kwam in 1980, toen een werker op de stortplaats van Amsterdam ontdekte dat de Volgermeer vol met gifvaten bleek te liggen. Dit gebeurde net nadat het schandaal van Lekkerkerk in de publiciteit kwam. „Toen werden ook inwoners van Broek in Waterland wakker geschud: hoe zit dat hier eigenlijk, met die stortplaats?” Na onderzoek bleek al snel hoe ernstig de situatie was. Maar, en dat was de volgende smet op het blazoen van Amsterdam: de gemeente stond totaal niet open voor een gesprek, ondanks verwoede pogingen van bezorgde inwoners van het dorpje Broek in Waterland, dat tegen de Volgermeer aangeplakt zit. Amsterdam had er alle belang bij om de goedkope stortplaats open te houden. In allerijl werd het Burgerkomitee Vuilstortplaats Volgermeerpolder opgericht. Pas nadat enkele bewoners de brug over de ringvaart saboteerden zodat er geen vuilnisboot meer door kon, stopte de afvalstort. Op 12 februari 1981 sloot de belt. Daarna werden er bijna twintig jaar plannen gemaakt voor de sanering. Maar ondertussen gebeurde er niets. Het gif bleef al die tijd liggen waar het lag. Met een hek eromheen.

De komst van een nieuwe wethouder in 1998, blies de zaak nieuw leven in: Ruud Grondel (GroenLinks). „Een held”, zeggen nu de actievoerders van toen. Grondel zag de ernst van de situatie en ging thuis langs bij het burgercomité. Hij pakte door en gaf groen licht voor een saneringsplan, dat zeker 100 miljoen euro zou gaan kosten. Afgraven was geen optie: te duur. De enige mogelijkheid was isoleren. Uiteindelijk kwam er een plan, op basis van nieuwe inzichten: het gif bleek zich wonder boven wonder niet verspreid te hebben via het grondwater – het veen bleek dit te binden en fungeerde als een soort ‘badkuip’ die alles op zijn plek had gehouden. Damwanden waren daardoor niet nodig. Het hele gebied zou worden opgehoogd met extreem sterk folie, klei en zand. En het moest een natuurgebied worden.

Sawalandschap

Het ontwerp, door de landschapsarchitecten van Vista, betrof een sawalandschap: losse watertjes bij elkaar, dat een walhalla voor vogels zou moeten worden. Op het afval kwam klei voor de dijkjes, en grote hoeveelheden grond – deels afkomstig van de graafwerkzaamheden voor de Noord/Zuidlijn. Daarop een laag folie dat geen water door zou laten, en daar weer bovenop een leeflaag van schone grond. 60 hectare van 2 mm dik zwart folie werd aan elkaar gelast – elke naad werd secuur gecontroleerd op eventuele lekkage. Toen de gigantische klus geklaard was lagen in een kale vlakte tientallen zwarte kuilen. Regenwater en plantenzaad moesten de rest doen. Langzaam maar zeker werd het er groener, en streken de eerste vogels neer.

Het ontwerp was gebaseerd op het idee: als veen zo goed helpt dat gif te binden, hoe ideaal zou het dan wel niet zijn als ook bovenop veen ontstond, als een soort deksel, dat ooit – want een eeuwig leven heeft dat folie niet – de functie van het folie zou kunnen overnemen. In de plasjes aangebrachte planten als riet en lisdodde moeten die veenvorming stimuleren.

Ik zag de angst in hun ogen. Dan zie je dus wat je aangericht hebt

Ruud Grondel, wethouder Amsterdam 1998-2001

Vista landschapsarchitectuur en stedenbouw

Landschapsontwerp voor de nieuwe Volgermeerpolder. Vista landschapsarchitectuur en stedenbouw

Planten en visjes

Ecoloog Piet-Jan Westendorp (38), destijds werkzaam voor ingenieursbureau Witteveen+Bos, was vanaf 2008 nauw betrokken bij de herinrichting en het ecologisch beheer van het gebied. „Ik zag dit gelijk als een geweldige kans”, zegt hij. „Juist in een gebied dat enorm onder druk staat door woningbouw, landbouw, waterbeheer. Hoe realiseer je hier een natuurgebied met hoge natuurwaarden?” Het mooiste is, zegt hij, dat de waterkwaliteit bijzonder goed is. „Ik kijk in het water en zie de bodem, met planten, visjes, waterinsecten. Heel helder dus – dat zie je niet veel.” Hij komt nog regelmatig even kijken bij wat hij zijn ‘favoriete project’ noemt. „Het gegeven dat dit nieuwe natuur is, vanuit nul want er was niets, dat het van A tot Z bedacht is door mensen; dat spreekt me heel erg aan.” De ontwikkelingen zullen altijd doorgaan hier, zegt hij. Onderzoek, resultaten bespreken in de beheergroep waar hij nog altijd aanschuift. „Voor de sawa’s waarin de rietontwikkeling stagneert zoeken we nu bijvoorbeeld naar een oplossing.”

Peilbuizen aan de buitenranden van het gebied meten permanent of het grondwater nog schoon is. Ed Buijs: „Amsterdam heeft wettelijk een eeuwigdurende zorgplicht. Als er iets fout gaat moet Amsterdam weer aan de bak.” Daar zit wel de zorg van de coördinator van het burgercomité Goof Buijs (62; geen familie): wat als deze generatie er niet meer is, als de alertheid afneemt? Als inwoner van Broek in Waterland volgde hij de ontwikkelingen decennialang op de voet. Hij schreef er, met medeauteurs Jeroen Trommelen en Stephanie Kaars, zelfs een boek over: Gifpolder Volgermeer, van veen tot veen (2005, het jaar van de start van de sanering). „Zeker met een terugtredende overheid is het zaak continu de vinger aan de pols te houden”, zegt hij. „We blijven dus heel waakzaam.” Ook hij geniet inmiddels zeer van het nieuwe natuurgebied. „Het is echt een toevoeging aan het landschap. Het ligt op een hoogte van vijf meter, dat is in dit gebied uniek. Dit uitzicht hadden we niet, dat hebben we erbij gekregen.”

Angst

Ruud Grondel (64, nu wethouder in Diemen) kijkt er nog altijd met een goed gevoel op terug. Wat hij bij zijn aantreden in 1998 aantrof was behoorlijk schokkend, vertelt hij. Zijn voorganger Ernst Bakker (later burgemeester van Hilversum, overleden in 2014) had de Volgermeerpolder helemaal onderaan zijn prioriteitenlijstje staan. Zoals de hele gemeente trouwens. Door Grondels ervaringen als wethouder met de sanering van de Westergasfabriek zag hij meteen de heftigheid van dit specifieke dossier. „De Volgermeer was een symbool van de ‘kop in het zand’-politiek.”

Als hij vertelt over het eerste gesprek dat hij met bezorgde bewoners uit Broek in Waterland had, schiet hij vol.

„Ja, dat heb ik nog altijd als ik daaraan terugdenk. Ik zal nooit die vrouw vergeten die daar met tranen in haar ogen zat, zeer bezorgd om haar kind. Twintig jaar lang hadden die mensen zich zorgen gemaakt. Ik zag de angst in hun ogen. Dan zie je dus wat je aangericht hebt.”

Al plaatst hij het ook nadrukkelijk in de tijdgeest. „Er was nog niet veel bekend over bodemvervuiling. En ja, Amsterdam heeft nou eenmaal de neiging zich op Den Haag en de dagelijkse grootstedelijke problematiek te richten. Het buitengebied is letterlijk niet in beeld. En wordt dan makkelijk vergeten.” Grondel besefte na zijn aantreden: het gebied om Amsterdam heen is net zo belangrijk als de stad zelf. En wat de Volgermeerpolder betreft: Amsterdam had niet minder dan „een ereschuld in te lossen”.

Foto Saskia van Loenen

Foto Saskia van Loenen

Vogelwalhalla

In de Volgermeer zou een nieuwe aanpak uitgeprobeerd kunnen worden: inpakken in plaats van afgraven. Grondel wilde zich hier sterk voor maken. Wel maakte hij zijn ambtenaren meteen een paar dingen duidelijk: dit heeft alléén zin als de Broekers zelf ook geloven dat deze methode veilig is. „Ten eerste moest het natuurlijk wáár zijn, en ten tweede: zij moesten erin gelóven. Ik zei: daar gaan we dus veel aandacht aan besteden, aan het contact met de bewoners. De Milieudienst was dat helemaal niet gewend.” Het enorme wantrouwen dat er onder de bevolking inmiddels heerste jegens Amsterdam – columnist Nico Scheepmaker schreef er diverse malen over in Het Parool – was volkomen begrijpelijk, zegt hij. „Toen ik wilde komen praten dachten ze in eerste instantie: Amsterdam wil hier zeker flats gaan bouwen. We hadden een enorm negatief imago opgebouwd, dat wilde ik overwinnen.” Met veel geduld, luisteren, openheid van zaken gevend, was daar uiteindelijk die ‘legendarische’ bewonersavond in 1999, in een volgepakte kerk. „Vol kritische vragen. Maar hij eindigde met applaus. Dat was magisch.”

Er volgden jaren van bouwactiviteiten; het vóór de ontdekking van het gif bomenrijke groengebiedje veranderde in een gigantische kale zandvlakte met af en aan rijdende vrachtwagens.

En kijk nu eens. Nu lopen er kluten, bontbekplevieren, de grote en de kleine zilverreiger, lepelaars. De veldleeuwerik laat zich horen, de zeldzame waterral zit er, de dodaars, de bruine kiekendief heeft er een nest en zelfs de roerdomp broedt er nu, diep verscholen in het riet. Dat vogelwalhalla is er dus inderdaad gekomen. Beheerder Ed Buijs is blij met hoe de natuur zich hier ontwikkelt. „Wat me zo opvalt hier is de enorme massa insecten. O ja, zo was het vroeger, denk ik dan. Het stikt hier ook van de wilde bijen, die het elders in Nederland zo slecht doen. Hier wordt niet gespoten, daar blijkt maar weer uit hoe essentieel dat is. Het is allemaal zo overvloedig, zo veel! Honderden gierzwaluwen, miljoenen margrieten, insecten; het is een massale uitbarsting van mooie dingen.” Hij heeft goede hoop dat het gaat lukken, het veenproject. Jammer alleen dat het zo tergend langzaam gaat: veen groeit slechts 1 millimeter per jaar. „Maar voor toekomstige generaties zal het hopelijk veiliger worden, dankzij die extra beschermingslaag van veen.”

Grondel: „Ik heb twee dingen gedaan waar ik bloedtrots op ben: de Volgermeerpolder en de Westergasfabriek. Vooral de Volgermeer had echt impact. Het feit dat Broekers er nu een goed gevoel bij hebben, plus dat we het gebied terug hebben gegeven aan de omgeving, dat zijn twee geweldige resultaten.” Het natuurgebied vervult hem nog altijd met blijdschap en ontroering, zegt hij. „We hebben goedgemaakt wat Amsterdam had aangericht.”