Boeken voor een gestorven wereldlezer

Op komst

Deze week presenteren de uitgevers hun plannen voor het komende seizoen; een kleine tocht door de najaarsaanbiedingen, aan de hand van de voorkeuren van Pieter Steinz (1963-2016).

Foto istock

Wat zou het eerste boek zijn dat onze maandag j.l. overleden jarenlange collega Pieter Steinz had willen lezen van de honderden titels die de Nederlandse uitgevers de komende maanden op de markt brengen?

Waarschijnlijk zou dat toch Hier ben ik zijn, de derde roman van Jonathan Safran Foer (Ambo Anthos, sept). Bij de verschijning van Foers debuut, Alles is verlicht in 2002, schreef hij vol enthousiasme over de toen nog piepjonge Amerikaanse schrijver: ‘Dit klinkt allemaal abstracter en afstandelijker dan ik zou willen. Want Alles is verlicht is in de eerste plaats een boek dat me meer geraakt heeft dan enig ander Amerikaans debuut van de laatste tien jaar. Niet zozeer omdat Foer zo’n gaaf web weeft tussen fictie, werkelijkheid, geschiedenis en mythe; en ook niet omdat hij als een modernistisch meester speelt met taal en compositorisch alleen tegen het einde een steekje laat vallen. Maar vooral omdat hij een aantal figuren heeft geschapen die je – met al hun zwakheden en feilen – in je hart sluit en in je geheugen opslaat.’

Dat was de criticus Steinz ten voeten uit; enthousiasmerend zonder kritiekloos te zijn, royaal verbanden leggend – in dat eerste stuk over Foer komen ook Bellow, Twain, Nabokov, Salinger, Chandler en Roth voorbij.

De halfjaarlijkse lawine van uitgeverij-folders werd door Pieter steeds uiterst consciëntieus verwerkt: veelbelovende aankondigingen werden uitgeknipt en opgeborgen in mapjes. Als de publicatiedatum naderde, kwamen ze weer te voorschijn.

Dat was dit jaar vast gebeurd met een boek als De Nix, het debuut van de Amerikaan Nathan Hill (De Bezige Bij, okt), met het in de VS nu succesvolle De ondergrondse spoorweg van Colson Whitehead (Atlas Contact, jan) en met de nieuwe roman van Jay McInerney Prachtige, dierbare dagen, (Hollands Diep, sept). Al was het in dat laatste geval maar uit trouw aan de meester, die hij 24 jaar geleden al omschreef als ‘niet alleen een volwassen romancier maar ook een literaire duizendkunstenaar’.

Hoe belangrijk de Amerikaanse literatuur ook was, in de mapjes van Steinz woonden alle genres. Hij zou even nieuwsgierig zijn geweest naar de nieuwe Giphart (Lieve, Podium, sept) als naar Eden van Marcel Möring (De Bezige Bij, okt). Zeker was het hem opgevallen dat De Bezige Bij deze herfst probeert het katerige gevoel van het afgelopen halfjaar weg te spoelen met een imposante parade nieuwe boeken: Peter Terrin (Yucca, sept), Margriet de Moor (Van vogels en mensen, sept), Stefan Hertmans (De bekeerlinge, sept), Ernest van der Kwast (Het wonder dat niet omvalt, sept) en Cees Nooteboom (533. Een dagenboek, sept) (Bij zijn aantreden als directeur van het Nederlands Letterenfonds liet Pieter optekenen dat hij zou gaan lobbyen voor een eerste Nederlandse Nobelprijs – met Nooteboom als kandidaat.) En Pieter had zich verheugd op De greppel, van Herman Koch (Ambo Anthos, nov). Zeven jaar geleden voorspelde hij Het diner toen de inkt amper droog was al de grote toekomst die het boek inderdaad zou krijgen: ‘Het resultaat is de beste Nederlandse roman die ik in maanden gelezen heb.’

Ook de grote, nieuwe boeken van Juli Zeh (Ons soort mensen, okt), Zadie Smith (Swing Time (Prometheus, okt) en Ian McEwan (Notendop, De Harmonie, sept) zouden liggen te wachten – hij was in alle opzichten een wereldlezer. De verhalenlezer Steinz had zich gelaafd aan de bundels van Truman Capote (Alle verhalen, Podium, jan) en Annelies Verbeke (Halleluja, De Geus, jan). En de grootordenaar Steinz had zich gestort op De Nederlandse Poëzie van de twintigste eeuw in 1000 en enige gedichten (Prometheus, okt), de bloemlezing waarmee Ilja Leonard Pfeijffer in oktober de voetsporen van Gerrit Komrij tracht te vullen.

Er is ook de spijtlezer Steinz, die nog deze eeuw in de krant bekende dat hij tot dat moment Oeroeg van Hella S. Haasse niet had gelezen. Schuldbewust: ‘In de kwart eeuw sinds de novelle me op school was aangeraden, had ik de benodigde twee uur leestijd kennelijk nog steeds niet kunnen vrijmaken.’ Hij las het in een uur en vijftig minuten. Deze maand verschijnt een postume novelle van Haasse: Irundina (Querido, sept).

De oudhistoricus Steinz had vast al de proeven aangevraagd van Fik Meijers Petrus: leerling, leraar, mythe (Athenaeum – Polak & Van Gennep, okt). De Amerika-liefhebber had zich kunnen voeden met liefst twee bundels vol stukken uit The New Yorker van de legendarische Joseph Mitchell: McSorleys wonderbaarlijke saloon (Van Oorschot, okt) en In het oude hotel (Lebowski, nov).

Pieter lustte niet alles: biografieën liet hij met liefde door anderen lezen. Al had hij ongetwijfeld liefhebbers attent gemaakt op de levensverhalen van A. Alberts (Leven op de rand, door Graa Boomsma, Van Oorschot, jan) en Boudewijn Büch (Boud, door Eva Rovers (Prometheus, sept).

Niet alle boeken uit die aanbiedingsfolders verschijnen daadwerkelijk: ook van de onverschenenen hield Pieter jaar na jaar een lijstje bij. Daarop figureerden een jaar of tien geleden drie aangekondigde, maar nog onvoltooide boeken van A.F.Th. van der Heijden. Deze schrijver, die overigens het nawoord schreef voor de Duitse vertaling van Steinz’ Lezen met ALS, komt in de herfst niet alleen met de boekuitgave van zijn feuilleton President Tsaar op Obama Beach, maar ook met het 1400 bladzijden dikke Kwaadschiks (De Bezige Bij, nov), het jongste deel uit zijn cyclus De tandeloze tijd.

Er komt nog zoveel meer, aan (cultuur)geschiedenis en muziekboeken – andere genres waar Pieter veel over las. En schreef, want in de aankondiging van uitgeverij Atlas Contact staat het op de valreep voltooide en in november verschijnende Luisteren etcetera. Het web van de popmuziek in de jaren vijftig en zestig, door Pieter Steinz en Bertram Mourits. Dat wordt het laatste boek dat we van hem kunnen lezen – al die andere boeken zullen we voor hem moeten lezen.

De traditionele opening van het boekenseizoen, Manuscripta, vindt zaterdag plaats in de Tolhuistuin in Amsterdam. Daar wordt ook de Europese Literatuurprijs uitgereikt aan Sandro Veronesi en zijn vertaler Rob Gerritsen. Zie manuscripta.nl en boekenparade.com.