Arme, eenzame dictator: zelfs zijn dood duurt lang

Hubert Smeets is Oost-Europadeskundige en verbindt om de week verleden met het heden

De Oezbeekse president Islam Karimov, inmiddels 78 jaar, afgelopen november. Foto Brendan Smialowski/AP

Smeets, Hubert9-2013012

Dictator zijn, is een moeilijk en eenzaam vak. Dictators regeren niet alleen heel lang, ze gaan ook heel lang dood. Met niemand kunnen ze hun loden lasten delen, ze kunnen alleen schuld afschuiven. Dictators delegeren immers geen verantwoordelijkheden. Zelfs hun sterven is eenzaam, omdat de achterblijvers meer op elkaar letten dan te treuren.

Islam Karimov, president van Oezbekistan en met collega Nazarbajev uit Kazachstan de langst regerende baas in de hele voormalige Sovjet-Unie, was afgelopen week afwisselend dood en levend.

Het had een glorieuze week moeten worden. Woensdag en donderdag vierde Oezbekistan zijn 25ste verjaardag als onafhankelijke staat. De natie had nooit een andere leider. De doorsnee Oezbeek, gemiddeld 27 jaar oud, lag nog niet eens in de luiers toen hij in juni 1989 aan de macht kwam.

Maar Karimov was niet bij het jubileum. Premier Mirzijojev, ook al weer bijna dertien jaar op zijn post, vulde het gat. Karimov zelf lag in het ziekenhuis in de hoofdstad Tasjkent. Volgens zijn dochter Lola was hij getroffen door een beroerte. De feestelijkheden waren afgelast.

Wat was er aan de hand? Een lokale journalist ging bij het ziekenhuis kijken en trof er voor de poort twee politieagenten: slapend in hun auto. Intussen denderden er wel doodsberichten door de wereld, alsmede hele of halve ontkenningen. De autoriteiten zwegen.

Zodoende kreeg de viering van een kwarteeuw Karimov surrealistische en macabere trekjes. Het verhaal ging dat minister Azimov van Financiën was gearresteerd. Het gerucht dook op dat Karimov, reeds hersendood, in coma werd gehouden tot na de jubileumplechtigheden. Russische neurochirurgen uit Moskou meldden dat ze op weg naar Tasjkent waren om hem te redden. Zou er een machtsstrijd zijn uitgebroken? Er doken namen van opvolgers op: die van premier Mirzijojev en geheime dienstchef Inojatov, en die van de (toch niet) gearresteerde Azimov.

Pas woensdagmiddag kwam er wat helderheid. Hoewel, helderheid? De burgemeester van Tasjkent zei, als eerste namens het staatsapparaat, dat de toestand stabiel was. Tegelijkertijd dreigde hij iedereen die zou rondbazuinen dat Karimov dood was, te arresteren. Diezelfde middag feliciteerde een tv-presentator het volk namens de zieke president met Onafhankelijkheidsdag en gebruikte het woord ‘ik’ alsof Karimov zelf sprak. Ook raar.

Het deed denken aan de beste byzantijnse tradities uit de Sovjet-tijd. De dood van Stalin in 1953 liet een paar dagen op zich wachten. Wat er in de tussentijd gebeurde, was voer voor paranoïci. Toen partijchef-president Brezjnev in 1982 overleed, duurde het een etmaal voordat dit bekend werd gemaakt. Eerst moest de partijtop het begrafeniscomité, in die dagen een indicatie voor de opvolging, op orde hebben. Het verscheiden van Andropov in 1984 werd eerder naar buiten gebracht door een westerse journalist – de correspondent van The Washington Post, die ’s nachts licht in het Kremlin had zien branden – dan door de autoriteiten in Moskou.

Vermoedelijk is Karimov, wanneer u dit leest, dood en mogelijk zelfs al begraven. Misschien is hij op papier in leven gehouden om de schijn van een jubileum te wekken en tijd te winnen voor de opvolgingsstrijd. Alles kan. Maar voordat de dictator ook politiek echt dood is, zal de mantra klinken waarmee Lenin na zijn verscheiden in 1924 bijna driekwart eeuw overeind werd gehouden:

„Hij leefde, leeft en zal leven.”

Dit stuk is geüpdatet om 11:00 uur vrijdagochtend