Wilders wil graag de outsider blijven

Politiek

Het partijprogramma van de PVV is zó extreem, dat de kans op samenwerking minimaal is. Of is dat juist de bedoeling?

Geert Wilders applaudisseert voor de Amerikaanse senator Ted Cruz, bij de Republikeinse Conventie vorige maand. Foto Rene Clement/HH

Begin dit jaar leek het nog nauwelijks serieus: in de plenaire zaal van de Tweede Kamer complimenteerde Geert Wilders premier Mark Rutte met zijn optreden bij het Correspondents’ Dinner. Hij zei dat hij er zélf „nog een hele kluif” aan zou krijgen om het beter te doen.

Minister-president Wilders? Rutte lachte misschien wel het hardst van iedereen. Nu zegt de PVV-leider het voortdurend: zijn partij is in de peilingen de grootste en dus kan hij de volgende premier van Nederland worden. „Deze geest gaat niet meer terug in de fles”, zei hij in juli, toen hij op bezoek was bij de Republikeinse Conventie in Cleveland, Ohio.

Maar wíl hij het ook echt? Vorige week kwam Wilders via Facebook met zijn programma voor de verkiezingen van maart volgend jaar. Op één A4’tje, Nederland weer van ons, somt hij in elf bullet points zijn ambities op voor Nederland: alle moskeeën dicht, radicale moslims preventief opsluiten, huren omlaag, alle azc’s dicht. Eronder staat een minimale financiële onderbouwing.

De plannen van Wilders zijn zó vergaand, dat de kans op samenwerking met andere partijen minimaal lijkt te zijn. Geen geld meer naar de publieke omroep? Alle tijdelijke verblijfsvergunningen intrekken? Geen partij in de Kamer die daar z’n handtekening onder gaat zetten – zelfs niet als Wilders 90 procent van zijn programma overboord zou zetten.

Als je nu de PVV-verkiezingsmanifesten van 2012 en 2010 leest, valt op hoe redelijk en inschikkelijk de toon toen was. Vooral in 2010, het jaar dat Wilders gedoogpartner werd van het eerste kabinet-Rutte, deed hij nog mee aan de Haagse mores van geven en nemen.

Er stonden politiek onhaalbare voorstellen in zoals een ‘kopvoddentaks’ en etnische registratie, maar op andere gebieden viel te onderhandelen. Liberalisering van staatsbedrijven? „De PVV is daar in principe niet op tegen.”

Het A4’tje zien vrijwel alle andere partijen níét als een serieuze onderhandelingsinzet voor de kabinetsformatie. VVD en CDA, Wilders’ vroegere partners, waren er snel bij om te herhalen dat ze de PVV uitsluiten als coalitiepartner. „Elke vezel in mijn lijf verzet zich tegen samenwerking”, zei Rutte afgelopen weekend in De Telegraaf. CDA-leider Sybrand Buma twitterde: „Bizar programma dat leidt tot ruzie met alles en iedereen.”

SGP-leider Kees van der Staaij zegt niet op voorhand ‘nee’ tegen samenwerking met de PVV: hij zou „de muis die brult” zijn als hij andere partijen ging uitsluiten. Van der Staaij heeft ook vergelijkbare zorgen als Wilders: over de EU, over de radicale islam. „Maar wij willen die zorgen recht doen binnen de kaders van de democratische rechtsstaat. En dat zie ik bij hem niet, nee.”

Wilders is als politicus intelligent en ervaren genoeg om te weten dat zijn kansen op het premierschap nihil zijn – zelfs als hij meer dan veertig zetels zou halen. De onwil bij andere partijen om met hem samen te werken heeft niet alleen te maken met zijn programma, het is ook persoonlijk. Wilders’ abrupte vertrek uit het Catshuis dat vier jaar geleden leidde tot het einde van Rutte I is hem door VVD en CDA nooit vergeven. Die partijen zien hem sinds die tijd als een onbetrouwbare ruziezoeker. Vooral bij het CDA zit dat diep.

En dus kan Wilders de meest radicale voorstellen doen: aan de onderhandelingstafel komt hij toch nooit. Met dit programma versterkt hij wél zijn imago als volstrekte outsider in Den Haag – en dat zal hem bij de verkiezingen goed uitkomen. Als hij daarna, ondanks zetelwinst, niet mee kan doen aan de kabinetsformatie, kan hij de schuld makkelijk leggen bij „de gevestigde partijen”.

Toch is zo’n minimalistisch programma ook niet zonder gevaren. Sommige van zijn kiezers, zelfs als ze niets moeten hebben van andere partijen, zullen van Wilders willen weten wat hij verder nog wil, behalve die elf punten uit Nederland weer van ons.

Veel kans om hem ernaar te vragen krijgt zijn aanhang niet: Wilders zit zelden in een zaaltje met publiek. Afgelopen voorjaar gebeurde dat wel een keer: bij het Libelle Nieuwscafé in Den Haag. Er waren bijna alleen maar fans en de meesten waren niet gekomen voor radicale uitspraken of persoonlijke ontboezemingen. Ze wilden weten hoe Wilders dacht over de dienstplicht, hoe hij Nederland veiliger ging maken, waarom hij zich druk maakte over hoofddoeken en niet over gedwongen kindhuwelijken.

Zulke fans hebben niets aan het A4’tje. In Den Haag denken zijn tegenstanders dat zelfs dát Wilders wel zou uitkomen: niet helemaal de grootste worden, wel fors winnen en toch buitenspel worden gezet – misschien is dat wel gunstiger voor je imago dan winnen, het initiatief moeten nemen en niemand mee krijgen.