Vrijhandel is niet meer zo populair

Twee jaar geleden werd ik voor een Berlijnse supermarkt aangeklampt door een flyerende jongen. Ik dacht dat hij me iets wilde verkopen, maar in plaats daarvan waarschuwde hij voor de apocalyps genaamd TTIP. Het vrijhandelsverdrag tussen VS en EU zou volgens hem zowel de democratie als de planeet verwoesten.

Dit zal wel weer zo’n typisch links Berlijns dingetje zijn, dacht ik. In Nederland was TTIP op dat moment conversation killer nummer één: zelfs mijn collega’s bij de krant vielen gapend van hun stoel zodra het woord viel.

In de politiek was de vrijhandels-apocalyps destijds ook ver weg. Op de website van de Rijksoverheid stond een uitleg van het verdrag, met als subkopje Voordelen van TTIP. Over nadelen werd niet gerept. Tijdens een Kamerdebat in september 2014 waren alleen SP, GroenLinks en Partij voor de Dieren echt kritisch; het CDA was „groot voorstander” en D66 noemde het verdrag „heel welkom”.

Goed, dat was 2014. Twee jaar later vertelt minister Ploumen dat de onderhandelingen stroef lopen, zegt de Duitse minister van Economische Zaken dat ze mislukt zijn en wil de Franse staatssecretaris van Handel zelfs dat ze stoppen.

We weten niet of dit het einde van TTIP inhoudt – volgens de Europese Commissie gaan de onderhandelingen door – maar dat er iets veranderd is, staat vast. Dat geldt ook voor de Nederlandse politiek. Op de website van de Rijksoverheid staat sinds enige tijd een nieuw subkopje: Zijn er ook nadelen aan TTIP? In een Kamerdebat afgelopen april waren de middenpartijen een stuk minder geestdriftig dan twee jaar eerder. En de kritiek kwam niet meer alleen van links: PVV-Kamerlid Raymond de Roon, die in 2014 geen inbreng had bij het TTIP-debat, uitte nu ook bezwaren.

Ineens lijken politici ervan doordrongen dat niet alle burgers razend enthousiast worden van vrijhandel. Maandag sprak minister Ploumen bijvoorbeeld op de Erasmus Universiteit haar zorgen uit over de groeiende ongelijkheid die het gevolg is van globalisering.

Het interessante is dat er voor deze verandering geen referendum nodig was. Sinds burgers lucht kregen van TTIP – in Nederland door een kritische uitzending van Zondag met Lubach – hebben ze op vele manieren hun onvrede geuit: door gemeenten TTIP-vrij te verklaren, demonstraties te organiseren en opiniestukken te schrijven. Sociale media zorgden ervoor dat de onvrede zich verspreidde.

Politici staken hun voelsprieten uit naar de publieke opinie en pasten hun standpunten aan. Dit betekent dat burgers tussen de verkiezingen óók kunnen stemmen – zij het dan niet in een stemhokje.

Floor Rusman (f.rusman@nrc.nl) vervangt Jutta Chorus in de wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.