Viggo Mortensen als supervader

Viggo Mortensen voedt zijn kinderen ver van de beschaving op in ‘Captain Fantastic’***.

Hippie-survivalist Ben Cash (Viggo Mortensen) voedt in Captain Fantastic zijn zes kinderen op in de bossen van Washington State, ver van de rotte beschaving. Zonder school, televisie of internet, maar met open debat en dikke boeken. Zes kleine filosoof-koningen zijn het, die met het grootste gemak de Grondwet analyseren, gitaar spelen of tegen rotswanden op klauteren – de film begint met oudste zoon Bo die als ‘rite de passage’ naar de volwassenheid een hert aan zijn speer rijgt en haar rauwe lever opeet.

Hun moeder, die in een kliniek ligt met een depressie, heeft een eind aan haar leven gemaakt, zo blijkt even later. Haar reactionaire Texaanse vader wil een christelijke begrafenis, hoewel ze volgens haar testament een crematie wenst. Dus stoomt Ben vol rechtschapen woede en een camper vol langharige natuurkinderen richting zuiden. Onderweg ontdekt het gezin dat de wereld ze als freaks ziet. En broeit opstandigheid: zoon Rellian verwijt Ben de dood van zijn moeder.

Sektarisme en machtsmisbruik

Film moet meestal weinig hebben van ouders die hun kind isoleren en thuis scholen, in Amerika een recht. Of dat nu gebeurt uit angst of idealisme, resultaat is doorgaans vervreemding, sektarisme en machtsmisbruik. Captain Fantastic gaat nog best ver mee in het pedagogische extremisme van Ben Cash. Geen wonder: bij regisseur Matt Ross viert men – „als enige gezin in Amerika”, zo vermoedt hij – met surprises en gedichten ‘Noam Chomsky-Dag’ op de verjaardag van de grote linkse denker. Maar los van een enkel licht tenenkrommend Kumbaya-moment, is de moraal ten slotte dat zelfs Ben Cash zijn compromis met de realiteit moet sluiten.

Zonder het zware charisma van Viggo Mortensen was Captain Fantastic waarschijnlijk onuitstaanbaar geweest. Hij overtuigt als een stoïcijnse, nogal arrogante drammer die met enig recht neerkijkt op obees Amerika, „under-educated and over-medicated”. Maar Bens hameren op openheid en eerlijkheid is wat tiranniek, en dat trok Mortensen (57) over de streep, zegt hij in Cannes, waar Captain Fantastic die week een regieprijs wint.

„Toen ik het script begon te lezen, dacht ik: ah, zo’n radicale vrijdenker die botst op de rotte beschaving, en wij staan aan zijn kant. Wat me bevalt is dat de zaak kantelt: ook Ben moet leren luisteren en aanmodderen. Ik ben voor een volledig open dialoog met je kinderen, maar je moet dan wel accepteren dat ze dingen heel anders kunnen zien dan jij.”

Viggo Mortensen, een fanatiek method actor die bij de opnames van Lord of the Rings graag in wambuis onder de sterrenhemel sliep, vond het voor de film essentieel om een echt, naar binnen gekeerd gezin te worden. Dus ging hij twee maanden met zes kinderen in de bossen op ‘boot camp’: geleidelijk veranderde dat in een filmset. Regisseur Ross: „Op een gegeven moment begon ik gewoon te draaien. Met kinderen gebeurt er altijd wel iets spannends.”

Mortensen: „Voor elk nieuw personage moet je nieuwe dingen leren. Bij Ben Cash hielp het mij echt om wekenlang in de bossen te jagen, te vissen en een moestuintje bij te houden. En vooral om muziek te maken met de kids.” Minder enthousiast was hij over het rots klauteren. „Ik heb hoogtevrees. We hingen daar met zijn allen best hoog aan die rotswand en dan was het ‘lunch!’ De kids als aapjes naar beneden: ‘Hé Viggo, kom je ook?’ ‘Nee hoor, ik hang hier prima! Neem je straks een sandwich voor me mee?’”

Pijlpunt en vogelschedel

De kinderen leerden op filmkamp jiu-jitsu, capoeira en yoga; de meisjes bekwaamden zich bovendien in slachten van dieren en taxidermie. ‘Dochter’ Annalise Basso: „Ik was veertien jaar toen we de film opnamen. Ze namen ons mee naar een organische boerderij met een boer die een heel emotionele band met zijn schapen had. Hij doodde een schaap zo pijnloos en respectvol mogelijk, wij vilden het daarna en beenden het uit.” Het werd geen hobby. „Ik vond het best eng, maar ik werd er geen vegetariër van. Het is goed om een keer te ervaren wat je eet. Kinderen hebben geen idee. Die denken dat hamburgers aan bomen groeien.”

Het duurde even voordat de kinderen echt vertrouwd raakten met ‘vader’ Viggo Mortensen: met name de kleintjes keken nogal op tegen koning Aragorn uit Lord of the Rings. De achtjarige Charlie: „Ik was teleurgesteld dat hij geen zwaard bij zich had, maar Viggo leerde me later zwaard vechten met stokken en hij had bijna elke dag cadeautjes voor ons. Boeken, of een pijlpunt, of een vogelschedel.”

In Cannes lijkt het wel een familiereünie: Captain Fantastic werd opgenomen in de zomer van 2014. Mortensen heeft coole vrienden meegenomen: zijn ‘kinderen’ Shree en Charlie springen opgewonden op het podium van Theater Debussy als ze bij de première naast acteur Orlando Bloom en Katy Perry mogen zitten.

De volgende ochtend op het dakterras van Club Silencio schiet de achtjarige Charlie Shotwell vol als hij vertelt over zijn laatste draaidag. „Ik dacht: laatste dag, ladida. En toen zaten we met z’n allen om tafel en wist ik opeens: straks zie ze heel lang niet meer. En nu na Cannes misschien nooit meer.” Hij begint te huilen; ‘zusje’ Shree Crooks (11) legt een troostende arm om zijn schouders, haar ‘oudste broer’ George MacKay weer een arm om de hare. „Wij hebben zoveel gehuild”, zegt Shree wat parmantig. „Of huilen: het was gewoon janken joh!”

Is dat niet raar, terugkeren naar een nepgezin dat drie maanden lang levensecht moest voelen? Niet voor deze kindacteurs: zij groeien op in de tijdelijke bubbles van de filmset. „Mijn eerste film?” Shree (13 films en tv-series) kan het zich niet echt herinneren. „Ik was toen een baby.” Haar 17-jarige zusje Annalise Basso stond al in 23 films en tv-series. „Ik heb al veel dochters in veel gezinnen gespeeld”, zegt ze. „Maar Viggo is wel een heel bijzondere filmvader, en dit was voor ons een heel vreemd zomerkamp.”