Wat voorafging: Terwijl in de gevangenis van het ICC Natan president Tsaar interviewde, trad op gezag van het Kremlin de Pushkin Invasion Act in werking. De Russen kwamen via de Waddenzee.

Feuilleton in 60 afleveringen

58/60

President Tsaar op Obama Beach

A.F.Th. van der Heijden

Wat voorafging: Terwijl in de gevangenis van het ICC Natan president Tsaar interviewde, trad op gezag van het Kremlin de Pushkin Invasion Act in werking. De Russen kwamen via de Waddenzee.

Op de Scheveningse boulevard stond, ter hoogte van het Kurhaus, een Russische legerhelikopter voor vervoer van manschappen. Langs het strand postten commando’s, tien meter van elkaar, zover het oog reikte. President Tsaar wenkte me achter zich aan: het interview was nog niet ten einde. De tien soldaten die ons begeleidden, bewogen zich met het geweer in de aanslag om hun as draaiend voort, zodat hun blik het hele gebied bestreek.

‘Dus dit is Obama Beach.’ De Tsaar keek met merkbaar ontzag om zich heen.

‘Zo noemen de Hagenaars het,’ zei ik. ‘Vanwege The Hague Invasion Act en D-Day. Door Omaha Beach bekt Obama Beach lekkerder dan Bush Beach. Hier liep in de Tweede Wereldoorlog de Atlantik-Wall.’

‘Behoorde dat tot de verdedigingswerken?’ Hij wees op de pier van Verolme, waaruit zoveel beton was weggerot dat het bouwwerk onder zwaar artillerievuur leek te hebben gelegen.
‘Ja,’ zei ik maar. We betraden het strand.

‘Heeft hier dan al ooit een invasie plaatsgehad? Dat zou ik toch moeten weten…’

‘Het leger van uw land heeft de primeur… sinds de Duitse troepen in mei ’40 dan, maar dat is tachtig jaar geleden.’

Het was vloed. Terwijl we op de branding af liepen, keek president Tsaar voortdurend omlaag naar zijn wit met bruine schoenen, die weggleden in het mulle zand. Stel dat het in feite goed gecamoufleerd portlandcement was, en er zou een golf zeewater overheen lopen, dan kon het rond zijn voeten tot mortel samenklonteren en stollen. Dan zouden de Amerikanen hem na hun invasie als levende vogelverschrikker op een sokkel te kijk laten staan voor het oog van de wereld.

Voor de vloedlijn bleven we staan. In het schuim stapten niet alleen, met houterig wendbare achtersteven, zilvermeeuwen rond, pikkend naar bodemdiertjes, maar ook een paar zwarte kraaien. Als er een dunne golf kwam aangerold, bleef de meeuw gewoon staan; de kraai met z’n koudwatervrees deed enkele wiebelende stapjes naar achteren, om te zien wat de zee zoal aan eetbaars voor hem had aangevoerd.

Met een hand boven de ogen tegen de weerkaatsing van het licht tuurde president Tsaar naar de horizon, alsof daar elk moment een Amerikaanse invasievloot kon verschijnen, uitgerekend op deze Russische D-Day. Hij beklopte gedachteloos zijn kleren, en vond in het borstzakje van zijn spijkerjack een klein, wit pakketje. Hij verwijderde de wikkel met zijn duimnagel, en stak het donkerbruine snoepje in de mond. Het tot een propje geknepen papiertje schoot hij met zijn wijsvinger de branding in. Onmiddellijk hakte een kokmeeuw het in duikvlucht met een snerpende gil uit het natte zand.

De Tsaar schrok, en deed een paar pasjes opzij. De grote vleugels klapwiekten vlak langs zijn hoofd, alsof de vogel hem wilde slaan. Door de plotselinge luchtverplaatsing, met geen zeebries te vergelijken, trok er een huivering door het dunne, grijsrossige haar dat rond de oren van de ex-president nog restte. Het Haagse hopje tikte tegen zijn tanden. De meeuw verhief zich met het propje in zijn snavel – en in een reflex, of om zijn alertheid te tonen, schoot een commando hem uit de lucht.

De vogel deed nog een paar fluitende wiekslagen, en viel toen loodrecht naar beneden, tot voor de voeten van president Tsaar. Bij een volgende stap achterwaarts verloor hij bijna zijn evenwicht, daarbij zijn kaken blijkbaar zo stevig op elkaar klemmend dat ik boven het geraas van de branding uit kon horen hoe het hopje tussen zijn kiezen vergruizelde. De meeuw was misschien al dood, maar hakte nog dof en ritselend met een vleugel in het fijne zand, dat als stof in kleine wolkjes opstoof. De Tsaar stak zijn schoenneuzen er een paar keer onder het strandoppervlak, om ze van bloedspatten te zuiveren.

‘Zo’n dertig jaar geleden, in mijn Petersburgse tijd nog,’ zei de gewezen president, ‘woonde ik een balletuitvoering van Het Zwanenmeer bij, in het Mariinski. Wat bleek? Aan het slot had de choreograaf “De stervende zwaan” uit Het carnaval der dieren van Saint-Saëns in de voorstelling gemonteerd. De dirigent zorgde voor een naadloze overgang. Heiligschennis die me hevig ontroerde. Het was stervenskoud in het Mariinski… de tranen bevroren op mijn gezicht… maar mijn hart gloeide.’

Hij zweeg even. ‘Zo’n sneeuwwitte meeuw in het zand heeft wel iets van een stervende zwaan, vindt u niet?’

Handtekening A.F.Th. van der Heijden

Het negenenvijftigste deel van dit feuilleton verschijnt donderdag 1 september op nrc.nl/afth.