Pieterjaren

Pieter Steinz wordt nu herdacht als een grote literatuurkenner en op dat punt heeft hij natuurlijk ook het meeste gepubliceerd. Maar Steinz heeft eveneens een verdienstelijk taalboek geschreven, namelijk Meneer Van Dale Wacht Op Antwoord en andere schoolse rijtjes van vroeger.

De eerste druk verscheen in 1991, aan latere drukken is aan de titel het woord ezelsbruggetjes toegevoegd. Terecht, want Meneer Van Dale Wacht Op Antwoord is zo’n ezelsbruggetje en hetzelfde geldt voor veel andere schoolrijtjes in dit boekje, die thematisch bij elkaar zijn gezet: aardrijkskunde, Duits, Engels, Frans, geschiedenis, godsdienst, en zo verder.

Steinz was een lijstjesfanaat en in dit boekje – zijn eerste – heeft hij zich flink kunnen uitleven. In totaal staan er honderdvijftig schoolrijtjes en ezelsbruggetjes in. In de afdeling ‘Nederlandse taal’ zijn onder meer rijtjes te vinden om het alfabet te leren. Zelf heb ik nog Aap-Noot-Mies geleerd, Steinz wijst erop dat er allerlei concurrerende ‘leesplankjes’ waren. Zo gebruikte men in Nederlands-Indië een leesplankje dat begon met de woorden: Jaap, Gijs, Dien, Zus, Boe.

Van bepaalde woorden werd het mannelijk of vrouwelijk geslacht vroeger geleerd met een rijmpje dat begint met regels „Een man, een boom, een berg, een steen/ Een munt, een maand, en jaargetij min een/ Zijn manlijk moet je weten.” De laatste regels luiden: „En alles bij muziek/ Zijn vrouwelijk/ Dat zijn de regels, weet je.”

Grappig is dat veel hedendaagse lezers weet je nu anders zullen interpreteren dan toen dat rijmpje in omloop kwam, waarschijnlijk omstreeks 1930. Sinds de jaren zestig klinkt weet je als een vertaling van het Engelse you know, aan het eind van een zin uitgesproken als vraag. Het komt ook als stopwoord voor, net als ja toch? In dit schoolrijtje zal het een variant zijn geweest van „dan weet je dat”.

Het hoofdstuk over de Nederlandse taal sluit af met het zinnetje om de zogenoemde hulpwerkwoorden van modaliteit (kunnen, zullen, mogen, moeten, willen, laten) te onthouden. Je kunt het als een levensles lezen: „Als je wilt en je kunt en je mag dan niet/ dan zul je het moeten laten.”

Zoals gezegd was Pieter Steinz dol op rijtjes. Ook maakte hij graag schema’s en tellingen. Daarom onderzocht ik, toen hij in 2012 van NRC Handelsblad overstapte naar het Nederlands Letterenfonds, voor een luchtige gelegenheidsuitgave of de naam Pieter in 1963, Steinz’ geboortejaar, een grote rol in de Nederlandse literatuur speelde.

Niet alle romans uit 1963 zijn gedigitaliseerd, maar ik kon er 79 onderzoeken. In die 79 romans, samen goed voor ruim 6,1 miljoen woorden (gemiddelde lengte van een roman in 1963: 77.215 woorden), komt de naam Pieter precies 535 keer voor. Het vaakst in De traditie van Janine de Rop, een Vlaamse schrijfster die zó in vergetelheid is geraakt dat zij zelfs ontbreekt in Wikipedia. Pieter, een van de hoofdpersonen, komt in De traditie 227 keer voor, meestal ongunstig.

Dat gold, meldde ik Steinz indertijd, ook voor opvallend veel andere Pieters in romans uit 1963.

Mijn voorlopige conclusie was en is: de Nederlandstalige literatuur kent goede en beduidend minder goede Pieterjaren, te vinden in goede tot zeer matige romans. Gelukkig zou juist deze Pieter uit 1963 uitgroeien tot een meesterlijke gids om het literaire kaf van het koren te scheiden.

Ewoud Sanders schrijft wekelijks over taal. Twitter: @ewoudsanders