Onrust over lijst met gülenisten onderstreept blijvende spanning

Lijst

Kamerleden willen opheldering van kabinet, dat de kwestie nog niet hoog opneemt.

Foto ANP / Bart Maat

Opnieuw is er onrust onder Turkse Nederlanders, ditmaal door de publicatie in Turkije van een lijst met Gülen-aanhangers in Nederland. Tweede Kamerleden willen opheldering van het kabinet, dat de nieuwe kwestie vooralsnog niet al te hoog opneemt.

De lijst bevat namen van individuen en organisaties in Nederland die sympathiseren met de beweging van de geestelijke Fethullah Gülen. De in de Verenigde Staten in ballingschap levende Gülen wordt door de Turkse president Erdogan verantwoordelijk gehouden voor de mislukte coup van vorige maand.

Sinds de couppoging zijn ook de spanningen binnen de Turkse gemeenschap in Nederland toegenomen. Een lijst met Gülen-sympathisanten is olie op het vuur en in strijd met de afspraak die minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) maandag in Ankara met zijn ambtgenoot Cavusoglu maakte. Beide ministers waren het erover eens dat de problemen in Turkije niet naar Nederland moesten worden „geëxporteerd”. In het weekend had premier Rutte hier ook al over gebeld met president Erdogan.

Maar is er wel sprake van een door de Turkse overheid geïnitieerde ‘zwarte lijst’ met Gülenvolgers en organisaties? Zo’n actie zou wederom een bewijs zijn van ‘de lange arm’ van Turkije, dat zich tot ver over de grens met zijn geëmigreerde landgenoten wil bemoeien. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag ziet dit in elk geval niet zo.

Geen lijst van Turkse overheid

De ophef ontstond naar aanleiding van een publicatie van het Turkse staatspersbureau Anadolu. Volgens het ministerie gaat het hier om een journalistiek artikel met informatie die eerder in de Nederlandse pers en op sociale media is verschenen en niet om een lijst van de Turkse overheid. Voor minister Koenders is er dan ook geen aanleiding om bij zijn Turkse collega aan de bel te trekken.

Anadolu Ajansi (Agentschap Anadolu) is een doorgeefluik van officiële standpunten, geen onafhankelijk journalistiek orgaan. Er verschijnen geen artikelen op waar de regering het niet mee eens is.

De opsomming van organisaties, bedrijven en mensen die aan de Gülenbeweging gerelateerd zouden zijn, en die maandag tijdens het bezoek van Bert Koenders aan Ankara werd gepubliceerd is, in lijn met de overheidscommunicatie over dit onderwerp sinds de couppoging. Iedereen die iets met Gülen te maken zou hebben geldt daarin als onderdeel van de ‘Fethullah Gülen terreurorganisatie’ die door de Turkse regering en media is afgekort tot ‘FETÖ’.

Opgestookt vuurtje

Dat maakt ze volgens Ankara automatisch verdacht. De Turkse ambassadeur in Nederland heeft eerder gezegd dat Nederland tegen die organisaties zou moeten optreden en bijvoorbeeld geen Gülenscholen financieren. Het soort opmerkingen waarvan de Nederlandse regering niet gediend is.

Het is goed mogelijk dat medewerkers van Anadolu, die de hele dag een grote stroom berichten produceren, het bezoek van Koenders hebben aangegrepen om een overzicht te maken van ‘FETÖ’ in Nederland’. Minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Cavusoglu refereerde tijdens de persconferentie zelf ook aan ‘FETÖ-aanhangers die in Nederland wonen’.

In de Tweede Kamer is verontwaardigd gereageerd. Kamerlid Marit Maij (PvdA) wil van het kabinet weten hoe het denkt te voorkomen „dat het vuurtje nog verder wordt opgestookt”. Haar collega Ten Broeke zegt „helemaal klaar” te zijn met „de achterlijke Midden-Oosten twisten op Nederlandse bodem” en wil dat het kabinet nu werk maakt van het beloofde onderzoek naar buitenlandse invloeden in Nederland.