‘Nepbom’ Pegida-demonstratie was toch echt

Het gaat om een vuurwerkbom met een ontstekingsmechanisme dat van een afstand kon worden bediend.

Demonstranten en politieagenten tijdens de Pegida-demonstratie. Inmiddels heeft de burgemeester het protest beëindigd. Foto Peter de Jong

Het voorwerp dat in een fietstas voor het Amsterdamse stadhuis werd gevonden voor de demonstratie van actiegroep Pegida van 6 februari, was toch een echte bom. Dat blijkt uit een feitenrelaas dat burgemeester Van der Laan (PvdA) aan de gemeenteraad heeft gestuurd.

Het gaat om een vuurwerkbom met een ontstekingsmechanisme dat van een afstand kon worden bediend. Het Parool, dat een deel van het politiedossier in handen heeft, spreekt van twee rookbommen van elk 25 centimeter lang. Tot nu toe werd steeds gesproken van een nepbom. “Een explosie tijdens de demonstratie had verstrekkende gevolgen kunnen hebben”, schrijft Van der Laan.

Door de vondst van de bom moest de demonstratie dertig meter worden verplaatst. Pegida weigerde dat echter, waardoor voor- en tegendemonstranten dicht bij elkaar in de buurt stonden. De demonstraties verliepen onrustig; er werden meerdere arrestaties verricht. De burgemeester schrijft:

Het verdachte pakket, maar eveneens de weigering van Pegida om de aanwijzing op te volgen en beschermd onder politiebegeleiding naar het standbeeld van Spinoza te gaan om daar de demonstratie te voltooien, waren de oorzaken van verdere escalatie.

Het opsporingsonderzoek loopt nog.