Komende winter worden de herten doodgeschoten

Natuur

Dinsdag vonniste de rechter dat de herten in de Waterleidingduinen mogen worden afgeschoten. „Een draconische maatregel.”

Damherten veroorzaken overlast buiten de Amsterdamse Waterleidingduinen. Foto Olivier Middendorp

Een harde klap dinsdag voor de Dierenbescherming en de Faunabescherming. Na jaren actievoeren besloot de bestuursrechter in Haarlem dat de damhertenpopulatie in de Amsterdamse Waterleidingduinen tóch mag worden teruggebracht tot duizend, zoals de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland wilden. Het bezwaar dat door de twee dierenorganisaties was gemaakt, werd afgewezen.

„We zijn er erg teleurgesteld over. Dit zijn beschermde dieren die er thuishoren”, zegt Pauline de Jong van de Faunabescherming. Ook de vraag van de Stichting Inheems Duin om juist méér herten af te schieten werd afgewezen.

Begin dit jaar is in de Waterleidingduinen, bij Zandvoort, al een begin gemaakt met het terugdringen van de populatie van circa 6.000 herten. Nu dit van de rechter mag doorgaan, lijkt er – op z’n minst voorlopig – een einde te komen aan de jarenlange discussie over wat er met de grote hertenpopulatie moet gebeuren. Sinds het jachtverbod in de jaren negentig werd ingesteld, zijn de dieren enorm in aantal toegenomen, en daarmee ook de overlast. Verkeersongelukken, grazen op begraafplaatsen en in tuinen buiten het natuurgebied leidden ertoe dat ingrijpen volgens velen nodig werd.

De beslissing afschieten toe te staan was niet makkelijk genomen en werd eerder nog afgewezen. De gemeente Amsterdam, eigenaar van het gebied dat de stad van drinkwater voorziet, legde de kwestie al in 2004 op tafel. In dat jaar haalde afschieten het in de raad nog niet. In 2011 wel, op voorwaarde dat andere opties eerst onderzocht zouden worden. Dat bleek de afgelopen jaren op weinig uit te draaien. Hekken konden bijvoorbeeld niet om het hele gebied heen worden gezet.

Eind 2015 en begin 2016 gingen respectievelijk de gemeenteraad en Provinciale Staten daarom toch akkoord. Erkend werd dat afschieten niet de mooiste oplossing, maar toch de beste optie was. „Het is een draconische maatregel”, zei Marcel Klein (ChristenUnie-SGP) in de Provinciale Staten. Begin dit jaar werd begonnen met de klus, tot frustratie van de dierenorganisaties. Die gingen in beroep tegen het besluit.

De rechter ziet geen reden hun gelijk te geven. De provincie heeft de vergunning niet zomaar afgegeven, en bij een stand van duizend herten worden alle belangen in het natuurgebied „evenwichtig” gediend, oordeelt die.

De Faunabescherming vindt dat de rechter te gemakkelijk is meegegaan in het standpunt van de provincie. De Jong: „Wij hebben allerlei informatie ingebracht die aantoont dat de rapporten waar de provincie haar keuze op baseert niet kloppen.”

Zo veroorzaakt volgens de dierenbeschermers ook recreatie mogelijk schade aan het gebied en worden de positieve effecten van de herten er niet in meegenomen. Ook het verdwijnen van plantensoorten door de herten hoeft niet per se te betekenen dat er ingegrepen moet worden. „Maar de rechter zegt: wij zien een faunabeheerplan en gaan daarin mee.”

De Faunabescherming gaat in hoger beroep. „De kwestie is zeker nog niet voorbij. Maar dat gaat niet snel. Komend winterseizoen zal er gewoon geschoten worden.”