Het bergen van de bommenwerper in het IJsselmeer is een erezaak

Oorlogsgraf Woensdag werden onderdelen van een Britse bommenwerper, die tientallen jaren op de bodem van het IJsselmeer lag, boven water gehaald. Uitzonderlijk, want wrakken van vliegtuigen uit WOII op de bodem van het IJsselmeer worden zelden geborgen.

De bodem van het IJsselmeer ter hoogte van Stavoren is een stukje drooggelegd voor de berging van het wrak van een bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog. Foto Rien Zilvold

locatie

Na vijf kwartier varen vanuit de haven van Stavoren doemt het werkeiland van Defensie op in het IJsselmeer. Het is een wirwar van kranen, kleine bootjes, beunschepen en grote, deels op elkaar gestapelde, containers. In de bergingsput, 4,5 meter onder het wateroppervlak en omgeven door metershoge stalen damwanden, liggen de resten van een Engelse Vickers Wellington bommenwerper uit de Tweede Wereldoorlog. Het is voor het eerst in de historie dat een vliegtuig via het droogleggen van een stukje van een meer wordt geborgen. Op de putbodem liggen vier grote 500-ponders schots en scheef naast elkaar. „De bommen zijn zo aangetroffen als ze nu liggen,” licht René Pauw van de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) toe. De lading zou verder hebben bestaan uit 250-ponders en ook nog 270 kleine brandbommen.

De grootschalige bergingsoperatie wordt uitgevoerd omdat Koninklijke Smals juist op deze plek in het IJsselmeer de komende jaren zand wil winnen. Bij een verkenning twee jaar geleden troffen duikers onderdelen van het Engelse vliegtuig aan. Niet alleen uit veiligheidsoverwegingen (aan boord bevonden zich grote en kleine bommen), maar ook uit piëteit met de slachtoffers, is besloten tot de vliegtuigberging. De hele operatie kost 1 miljoen euro, waarvan het rijk 70 procent betaalt. Het andere deel komt voor rekening van Smals. De gemeente De Fryske Marren financiert het bedrag eerst voor.

Laagsgewijs afgraven

De bodem wordt minutieus onderzocht en laagsgewijs afgegraven. Daarna zal er nog een bomdetector worden ingezet. Op de bodem schuift een kleine graafmachine lagen grond af, die daarna door een zeefmachine gaan. Bergingsmedewerkers met gele hesjes (met daarop ‘aircraft recovery’) sjouwen kisten vol modderige vliegtuigdelen over een loopplank naar containers. Medewerkers van de EOD en de Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Luchtmacht (BIDKL) staan achter een lopende band om kleine vliegtuigonderdeeltjes en stoffelijke resten uit de stroom modder die voorbij komt te vissen. Op een krukje ligt de vangst: patronen en een metalen plaatje met daarop onder meer het woordje ‘bullets’.

Buiten in de zon liggen vooral grote onderdelen uitgestald: patronen, cylinderkoppen, in- en uitlaatkleppen, een deel van een propellor, de bovenkant van een zuiger, haken waaraan de bommen vastzaten, een oliekoeler, een zuurstoffles en een brandblusser. Ook werd een revolver aangetroffen, een persoonlijk wapen van een van de piloten. Het was vrijwel intact.

bommenwerper2

Foto Rien Zilvold

Op de putbodem liggen vier grote 500-ponders schots en scheef naast elkaar. Foto Rien Zilvold

Vinden stoffelijke resten is erezaak

Er zijn al wel stoffelijke resten gevonden, maar nog geen persoonlijke eigendommen. Het typenummer van de Wellington is onbekend omdat het identificatieplaatje nog niet is gevonden. Daarom is nu niet met zekerheid vast te stellen welk toestel het betreft. Wel dat het vermoedelijk in de nacht van 8 op 9 mei 1941 vanuit Engeland met zijn lading vertrok naar nazi-Duitsland. Die nacht stegen 112 Engelse bommenwerpers op. Boven het IJsselmeer, vier kilometer uit de kust van Gaasterland, werd het toestel neergehaald.

Er liggen nog ongeveer 100 tot 120 neergeschoten Engelse bommenwerpers op de bodem van het IJsselmeer. „Zolang ze niet worden verplaatst zijn ze niet gevaarlijk”, aldus majoor Arie Kappert, belast met vliegtuigberging. Voor zijn team is het een erezaak om de stoffelijke resten te vinden. Daarvan zal DNA worden afgenomen, waarna de speurtocht begint naar nabestaanden van de piloten.

Gespecialiseerd in wrakken

Het bedrijf Leemans uit Vriezenveen is gespecialiseerd in het bergen van vliegtuigwrakken. Vanaf eind jaren zeventig heeft het er zo’n 25 geborgen, vertelt Evander Broekman van Leemans. Hij beklemtoont het menselijke aspect van de berging, dat vaak uit het oog wordt verloren. „Het is belangrijk dat nabestaanden na jaren eindelijk zekerheid krijgen over hun dierbaren. Vaak wordt er alleen stilgestaan bij de functionaliteit en het snelle bergen.” Hij hekelt de hobbyisten die groepsgewijs duiken naar wrakdelen van neergestorte vliegtuigen en voorwerpen en soms zelfs persoonlijke eigendommen van piloten meenemen. „Dit zijn oorlogsgraven en die moet je niet willens en wetens gaan verstoren. Bovendien kun je zo de identificatie van personen belemmeren.”

De berging moet in principe half september zijn afgerond. Als speciaal eerbetoon aan de gevallen RAF-piloten zal een Britse Lancaster binnenkort als saluut twee maal laag over de bergingsplek vliegen.